uit ‘Portret van een jongeman’, J.M. Coetzee

Normale mensen vinden het moeilijk om slecht te zijn. Als normale mensen slechtheid in zich voelen oplaaien, beginnen ze te drinken, te vloeken, geweld te plegen. Voor hen is slechtheid als koorts: ze willen het uit hun lichaam bannen, ze willen weer normaal worden. Maar kunstenaars moeten met hun koorts leven, wat de aard ervan ook is, goed of slecht. Juist de koorts maakt hen kunstenaar; de koorts moet brandend gehouden worden. Daarom kunnen kunstenaars nooit ten volle in het leven staan: één oog moet altijd naar binnen gericht zijn. Wat de vrouwen betreft die om kunstenaars heen drommen, die zijn niet helemaal te vertrouwen. Want zoals de geest van de kunstenaar zowel vuur als koorts is, zal de vrouw die smacht om door vurige tongen te worden gelikt tegelijkertijd haar best doen om de koorts te verlichten en de kunstenaar weer met beide voeten op de grond te krijgen. Daarom moet je je tegen vrouwen verweren, ook al hou je van ze. Ze mogen niet zo dicht bij de vlam worden gelaten dat ze hem kunnen uitknijpen.

~ door dirktuypens op september 8, 2007.

Reageer