vlaggen

‘Als we in een bananenrepubliek zouden leven, dan was vandaag een uitgelezen moment voor een staatsgreep.’
‘Hoezo?’
, vraagt Geliefde.
‘Als er voor de middag geen akkoord is over Brussel-Halle-Vilvoorde, dan stemmen de Vlamingen eenzijdig voor de splitsing. De franstaligen zullen dan de regeringsonderhandelingen opblazen. Dat zou dan wel eens het virtuele einde van België kunnen betekenen.’
Ik kijk uit het raam. Het wordt vandaag niet echt licht. Er staat een stevige wind. Het dorre gebladerte van de bomen wordt met de dag bruiner en laat zich gewillig van de takken rukken. Het zijn zware dagen voor de stadswerklieden die grote ronkende afvalzuigers achter zich aan door de straten trekken. Hun machines krijgen bergen dood loof te verteren. Nog even. Dan blijven er alleen nog grillige en kale skeletten over.

‘Gaan we naar zee?’
‘Ja.’

Geliefde en ik hebben vannacht een fles champagne gekraakt. Zomaar. Champagne smaakt heerlijk als hij zonder reden wordt gedronken. Gek dat het drinken van champagne doorgaans een rechtvaardigende reden moet hebben.  Er moet altijd iets noemenswaardigs gefêteerd worden vooraleer de kurk uit de fles mag. Bij verjaardagen, bruiloften, jubileums, recepties en oudejaarsavonden smaakt champagne dan ook vaak een beetje vanzelfsprekend. Vannacht niet zo. Zomaar dus. Omdat het nacht was en we geen zin hadden om te slapen, nog veel te veel te vertellen. En omdat we zin hadden om te drinken, natuurlijk, en omdat de koelkast niets anders meer in de aanbieding had. Ik heb te weinig geslapen. De champagne nevelt nog na in mijn hoofd. Ja, we moeten maar eens naar zee. Uitwaaien.

Nauwelijks heb ik de auto de snelweg opgestuurd of Geliefde laat de rugleuning van de passagiersstoel achterover zakken, draait wat heen en weer tot ze een comfortabele houding heeft gevonden en dommelt na luttele momenten in. Wellicht dolen er in haar hoofd ook nog teveel bubbels rond. Ik draai de verwarming een beetje lager, de muziek een tikje luider. Ik moet niet het gevaar lopen in het komende anderhalf uur verleid te worden tot heel even - hmm ja, heel even maar – mijn ogen te laten dichtvallen.
Antwerpen, Gent, dan zetten we koers naar de Koningin der Badsteden. Er is weinig verkeer, ik kan het mij wel permitteren om een beetje weg te drijven op de gemoedsstemming die door het voorbijglijdende herfstlandschap wordt ingegeven. Tot een eind vooruit, op een brug over de snelweg, een bevreemdend tafereel mijn aandacht trekt. In gespreide slagorde staan drie mannen tegen de reling van de brug opgesteld. In hun hand houden ze lange, zwarte stokken. Aan het uiteinde daarvan wappert de zwart-gele Vlaamse vlag. De wind waait hard, de vaandeldragers moeten zich schrap zetten om de woest wapperende stoflappen onder controle te houden. Ik kijk opzij. Geliefde is nog altijd in een diepe slaap verzeild. Ik twijfel of ik haar zal wekken. We rijden onder de brug door. In de achteruitkijkspiegel zie ik aan de andere kant van de brug dezelfde slagorde.

‘Als we in een bananenrepubliek zouden leven…’
Ik zie het al voor mij. Het Vlaams Parlement wordt bezet. De Republiek Vlaanderen wordt uitgeroepen. Tanks rukken op naar de taalgrens. Alle De Wevers, Dewinters en Dedeckers vallen elkaar juichend in de armen. Geen nood meer aan vervelende democratische façades. Het onafhankelijk Vlaanderen brengt alle rechtse rakkers opportunistisch dicht bij elkaar. Het Vlaams Front is een feit. Op alle bruggen wappert de Vlaamse leeuw. Eindelijk is daar het moment van de Grote Kuis. Al wat Frans spreekt, gelieve u zuidwaarts te begeven. Wie wil blijven, gelieve Vlaams te spreken. Aanpassen of oprotten!
Het is te gek voor woorden. Ik weet het. En toch. Lang geleden zal in Ierland de gedachte dat Katholieken en Protestanten elkaar ooit de kop zouden inslaan ongetwijfeld ‘te gek voor woorden’ geweest zijn. Lang geleden zullen de Spanjaarden de idee van een Baskische afscheidingsbeweging ongetwijfeld ‘te gek voor woorden’ hebben gevonden. Lang geleden hebben de Joegoslaven ongetwijfeld de gedachte dat hun land uiteen zou vallen en door een bloedige burgeroorlog verscheurd zou worden ’te gek voor woorden’ gevonden.

Ik heb iets tegen vlaggen. Tegen álle vlaggen, welke lading ze ook dekken. Ze zijn mij te absoluut. In welke omstandigheden ze ook opduiken, er gaat altijd iets agressiefs van uit. Meer dan dat ze een bepaalde groep mensen willen verenigen, sluiten vlaggen veel meer mensen buiten. ‘Dit land, deze bergtop, dit water, deze planeet, deze sportprestatie, dit festivalliedje, dit gedachtengoed, dit geld, deze taal…dat is allemaal van ons. En dus niet van jullie. Poten thuis!’ Vlaggen zijn schreeuwlelijk. Waar vlaggen veelvuldig verschijnen, is stront aan de knikker.

Oostende ligt er winters verlaten bij. Nog voor we op de dijk zijn, waait het zand ons al in het gezicht. De zee is woelig, ruig zoals ik haar zelden heb gezien. Het water kolkt en golft brullend en bruisend tegen het land aan. Er blijft slechts een nietig strookje strand waarop nog gewandeld kan worden. In de vloedlijn worden pakken wit schuim aangedragen. Door de felle wind worden hieruit honderden vlokken losgetrokken en het strand opgejaagd. Als schichtige witte zeemuizen rollen ze over het natte zand, in hun scheervlucht ontbinden ze, lossen op, veranderen in snel verdwijnende slijmvegen. De wind dolt in het rond. Nu eens zweept hij ons frontaal in het gezicht, geselt onze koude wangen met vlijmscherpe zandkorrels. Dan weer beukt hij ons in de rug, drijft ons genadeloos vooruit. In de golven wordt een surfer van zijn plank geslagen. Hij waadt zich moeizaam naar het droge. De plank danst in de draaikolken bij een golfbreker.

We duiken een van de weinige geopende dranketablissementen binnen. Hoognodig toe aan een opwarmertje. Thee met een geurige scheut rum. Ik sla de krant open. Er staat een foto in van drie bejaarde flaminganten op een brug over de E19 bij Mechelen. In hun hand houden ze vlaggenstokken waaraan de Vlaamse Vlag bungelt. Voor hen zijn het beslissende dagen. Nu of nooit. Vlaanderen de Leeuw! Blijkbaar is er een bruggenoffensief begonnen. Zou er al gestemd zijn over Brussel-Halle-Vilvoorde? Zijn de onderhandelingen al opgeblazen? Staan er al troepen aan de taalgrens? Ik heb zin in mosselen. De zeelucht.

Thuis. Uitgewaaid. Voldaan. Op de terugweg waren op de snelwegbruggen geen vlaggendragers meer te bespeuren. Uitgezwaaid. Voorlopig althans. Ik zet de televisie aan voor het laatavondjournaal. Zoals verwacht is er geen akkoord over BHV uit de bus gekomen. Eveneens zoals verwacht hebben de franstaligen de regeringsonderhandelingen lamgelegd. Van een staatsgreep is geen sprake. Uit alle hoeken klinken zelfs verdacht welwillende stemmen. Oranje-Blauw wordt nog niet opgegeven. Het begint sterk te rieken naar een handig politiek manoeuvre. Alle heikele kwesties, die in de huidige verstandhouding de vorming van een regering onmogelijk maken en onvermijdelijk tot een fiasco zouden geleid hebben, zijn in één klap van de tafel geveegd. BHV en de staatshervorming liggen voor lange tijd in de koelkast. Sterk staaltje van  politieke zelfredzaamheid op het moment dat het water aan de lippen staat.

We kunnen weer op twee oren slapen. Het is hier geen bananenrepubliek. Hoewel? De burgemeester van een der Brusselse randgemeenten verklaart dat we in staat van oorlog verkeren. Alle De Wevers, Dewinters en Dedeckers vieren een ‘historisch’ moment voor de Vlaamse zaak. Hun fundamentalistisch gebalk klinkt strijdlustiger, zelfverzekerder en koppiger dan ooit. Bosnië aan de Schelde? Nog niet. Nog altijd te gek voor woorden. Maar het pad wordt geëffend. Aan bananenkwekers geen gebrek.

Mechelen, 13 november 2007

~ door dirktuypens op november 13, 2007.

Eén reactie to “vlaggen”

  1. [...] vlaggen « Dirk Tuypens Gaan we naar zee?’ ‘Ja.’ Geliefde en ik hebben vannacht een fles champagne gekraakt. Zomaar. Champagne smaakt heerlijk als hij zonder reden wordt gedronken. [...]

Reageer