uit ‘Zomervlucht’, Jeroen Brouwers

1. Uiteindelijk zijn we allemaal mislukkelingen, toch? verzuchtte hij. Hoe langer het leven duurt, hoe groter de chaos die men achter zich blijkt te hebben veroorzaakt, terwijl ook de toekomst uit niets anders dan chaos zal blijken te bestaan. Op je twintigste weet je dat gelukkig allemaal nog niet. Het zou een reden kunnen zijn om je op die leeftijd een kogel door je kop te schieten…De chaos van de teleurstellingen. Al die niet gerealiseerde idealen. Ambities die groter waren dan je je eigenlijk kon permitteren. Al die prachtige plannen. Op zekere dag stel je vast dat er in je leven meer niet dan wel is geslaagd. En dat het voorgoed te laat is. 

2. Hij opende zijn mond. Om te schreeuwen, maar hij schreeuwde niet. Om alles wat door zijn gedachten maalde door zijn mond te laten wegstromen. Om lucht te krijgen zodat zijn benauwdheid zou overgaan, maar hij voelde zich misselijk worden van de toestroom van frisheid in zijn luchtwegen. Hij dacht dat hij kopje onder ging in zichzelf, – opnieuw het gevoel of hij in nacht was veranderd, waarin hij niet hoefde te schreeuwen als een drenkeling omdat dat nutteloos was, want niemand zou hem horen, en ook niet meer hoefde te proberen zijn hoofd boven de golven uit te worstelen om adem te krijgen, want hij was al naar te grote diepte meegesleurd.

3. Hij had het gevoel of hij voor zichzelf in de rouw was, heden meer dan ooit tevoren wanneer hij werd geconfronteerd met de eindigheid van zijn leven, – dit is: met de voorschotten die de dood opeiste in afwachting van de ultieme rekening. Rouwgevoelens om het successievelijke verlies, traag, onontkoombaar, van alles. Dat hij bijvoorbeeld ooit, zoals Bach, die ook een verwoed roker en nicotineverslaafde is geweest, lange lokken had gedragen, zoals hij zich opeens had herinnerd, maar dat hij sedert halverwege zijn dertigste al zo goed als van zijn hele haardos was ontdaan. Waar was zijn geschiedenis, waar was zijn geheugen gebleven, en zijn adem en geestdrift van vroeger? Waar waren zijn talenten, vaardigheden, ambities? Hoe is het gebeurd dat hij in een plant veranderde, wegzakkend in lethargie van gewoontes en stiltes, waar hij zich niet meer uit kon losmaken? Van een leven blijft minder over dan damp, maar de grote onrechtvaardigheid bestaat uit het feit dat dit verdwijningsproces al aan de gang is terwijl men nog leeft en men steeds opnieuw ervaart dat er dingen voortijdig voorbij zijn, andere dingen niet meer kunnen worden gerealiseerd, nog weer andere dingen niet eens meer hoeven te worden gedroomd.

4. Is tijd te sparen? Te verzamelen en te bewaren dus, zoals bij voorbeeld lucifer- of sigarettemerken? Dan zou men die gespaarde tijd ook ergens kunnen opslaan: – een provisiekast met weckflessen vol seconden, minuten, kwartieren, uren, lege dagen, slapeloze nachten. Aan te breken wanneer men in tijdnood komt, tegen dat men oud wordt en de dood al in zijn oor hoort neuriën?

~ door dirktuypens op januari 17, 2008.

2 Reacties to “uit ‘Zomervlucht’, Jeroen Brouwers”

  1. Het is als op mijn lijf geschreven . Ik ben anorexia nervosa patiente,maar ja niemand zijn leven is zonder kommer en kwel enkel is het dat het bij sommigen een ietsje harder schijnt.Soms kan het geschreven woord zo tot in je ziel binnendringen dat het je compleet overmand en je eens te meer beseft hoe het leven plots kan eindigen als een zeepbel .. Marianne

  2. Jeroen Brouwers slaagt er als geen ander in om de meedogenloosheid van het leven bloot te leggen en dit alles steeds in het rijkste Nederlands van de Lage Landen. Ik heb onlangs zijn nieuwe roman “Datumloze dagen” gerecenseerd en dat boek is ook weer een absolute aanrader.

    Groet

    Erwin

Reageer