uit ‘Amerikaan in Parijs’, Ernest Hemingway
Toen de lente kwam, zelfs al was het geen echte lente, bestonden er geen andere problemen dan de vraag waar we ons het gelukkigst zouden voelen. Het enige dat de dag kon bederven waren de mensen en als je maar geen afspraken maakte, was elke dag onbegrensd. Het waren altijd de mensen die je geluk beperkten, behalve dan die enkeling die even goed als de lente zelf was.

En wie is de enkeling?