Symbool

roulette

 

Vrijdag was de Antwerpse havenschepen Marc Van Peel te gast in het duidingsprogramma Terzake. Hij mocht er zijn ongenoegen komen ventileren over de weigering van de Waalse regering om het Europese handelsakkoord met Canada goed te keuren. Waarmee Van Peel meteen duidelijk maakte dat hij en zijn partij onvoorwaardelijke voorstanders zijn van economische akkoorden die op maat gesneden zijn van multinationale bedrijven.

Hoewel zeer betekenisvol, laat ik dat toch even terzijde. Want hier is belangrijker wat Van Peel antwoordde op de vraag wat hij vindt van de hardnekkige houding van zijn partij in de onderhandelingen over de begroting. Meer bepaald: wat denkt hij over het voorstel van CD&V om een meerwaardebelasting op aandelen in te voeren?

De havenschepen vindt het een goede zaak dat er een maatregel wordt doorgevoerd die “de indruk wegneemt dat alleen de gewone man het gelag moet betalen”. Heerlijk Tsjeefs voor wat eigenlijk had moeten zijn: “de indruk wekken dat ook de rijken moeten bijdragen”.

Het anker van Terzake merkte dan ook terecht op dat het in feite maar om een symbool gaat. Tenslotte zou het voorstel van CD&V ook maar voor een schamele 80 miljoen euro extra inkomsten zorgen. Waarop Van Peel zonder verpinken zei: “Ja, maar symbolen zijn belangrijk, mevrouw.”

Ze zullen gelachen hebben bij de CD&V. Terwijl Kris Peeters zich in de Wetstraat letterlijk de benen van onder het lijf loopt om zijn partij te profileren als de sociale sterkhouder binnen een uiterst rechtse coalitie, komt Van Peel op de televisie doodleuk verkondigen dat het maar om een symbool gaat.

En dan volgt vandaag de lang verwachte regeringsverklaring. En zie, het symbool van de CD&V is daarin nergens terug te vinden. Geen symbolische meerwaardebelasting, geen symbolische 80 miljoen, geen symbolische indruk dat niet alleen het klootjesvolk het zwarte begrotingsgat mag dichten. Nee, het is gewoon zonder blikken of blozen het klootjesvolk dat opnieuw diep in de al moe getergde buidel mag tasten om de nodige miljarden bij mekaar te harken. En die symbolische meerwaardebelasting…daar zullen ze nog eens over nadenken.

“Het waren moeilijke weken, maar we zijn er sterker uitgekomen”, zegt Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon. We? Wie zou meneer Jambon bedoelen met “we”? Ik voel me niet aangesproken. Ik heb niet het gevoel dat deze begroting mij op een of andere manier zal versterken. En wie ziek, werkloos, arm of gepensioneerd is, zal dat gevoel nog veel minder hebben. Zelfs zwangere vrouwen mogen het nu ontgelden. Wie zich daarentegen wel gesterkt weet…ach ja, het wordt zo vermoeiend om die lui altijd opnieuw te benoemen, u weet wel wie vandaag weer eens wat kurken laat knallen.

Ondertussen weten we ook dat de N-VA al droomt van een Vlaams-nationalistische monstercoalitie met het Vlaams Belang, die onverwijld de Vlaamse onafhankelijkheid zal doordrukken. Het grote, o zo sociale Bloed en Bodem-Vlaanderen is opnieuw een kletsnatte droom. Maar waarschijnlijk hebben we dat allemaal wel weer verkeerd begrepen.

Zou er nu, behalve de champagneslurpers, in dit land nog iemand overblijven die gelooft dat deze regering ook maar de minste sociale aspiratie heeft? Ik alvast niet. Al lang niet meer. Dit is een symboolregering. Symbool voor alles wat thuishoort aan de roulettetafel. Een regering die elke vraag naar rechtvaardigheid afdoet als een stompzinnig en compleet nutteloos symbooldossier en ons tegelijkertijd met fiscale symboolhandel in slaap wil sussen.

Ik zou hier nog wat kunnen uitweiden over geloofwaardigheid en zo…maar ach, u weet dat allemaal wel. Tijd voor nieuwe symbolen. Laat ik het daar bij houden.

Beste ING, bij deze deel ik mijn woede

ing

 

Beste ING,

Een beetje vreemde aanhef, niet, dat “Beste ING”? Maar ik weet niet wat ik anders moet zeggen. Als ik u wil aanspreken, realiseer ik me plots dat u alleen maar drie letters bent. U heeft geen gezicht. U bent een financiële instelling. Een constructie met een CEO, een beheerraad, directeurs, aandeelhouders, filialen, kantoren, financiële producten, rekeningen, winsten en dividenden, … Daar zitten heel wat functies tussen, maar de gezichten die daar bij horen, krijgen we nauwelijks of niet te zien.

Ik denk dat het dat is waar het u in essentie aan ontbreekt. Een menselijk gelaat. Die herkenbare contouren waarmee een mens zich kan vereenzelvigen, die hem vertrouwen geven, de zekerheid dat hij met een soortgenoot te maken heeft. Enfin, iets wat een mens laat voelen dat, wanneer hij zich met uw instelling inlaat, er iets gebeurt van mens tot mens.

Maar ik heb zo het vermoeden dat u daar niet direct van wakker ligt. Meer nog, dat het ontbreken van die menselijke gelaatstrekken u eigenlijk zeer goed uitkomt. Het geeft u meer mogelijkheden, meer ruimte, meer vrijheid. Welke vrijheid? Hoe zal ik dat zeggen? U kent ongetwijfeld deze uitdrukking: Niets menselijks is mij vreemd. Wel, met de vrijheid die ik bedoel, past u die uitdrukking in een handomdraai aan tot: Niets onmenselijks is mij vreemd.

Want dat is finaal het enige adjectief dat ik kan bedenken voor wat u met meer dan 3.500 van uw werknemers in ons land doet: onmenselijk. Werknemers, ik was ze in mijn lijstje hierboven nog vergeten. Als we ergens in uw drieletterige constructie nog een menselijk gezicht moeten zoeken, dan is het waarschijnlijk bij deze groep. En net bij deze groep wil u vandaag bloed doen vloeien. Zonder enige scrupule – ik wilde nog zeggen zonder blikken of blozen, maar dat kan niet, want u heeft geen menselijk gelaat – gooit u meer dan 3.500 mensen de straat op. Beste ING, ik word daar – samen met uw werknemers , veel van uw klanten en heel veel burgers – woedend van.

Weet u waarom? Omdat u een financiële instelling bent. En omdat u, samen met zoveel andere financiële instellingen, met het geld van de gemeenschap uit de stront gehaald bent, dus ook met het geld van uw werknemers. Omdat u in de voorbije tien jaar 10,9 miljard winst heeft gemaakt, omdat u 1,9 miljard notionele interestaftrek heeft genoten, omdat u in die tien jaar ook 7,2 miljard aan dividenden heeft uitgekeerd aan uw aandeelhouders. Omdat u dus, zacht uitgedrukt, een florerende business runt maar desalniettemin komt aandraven met de noodzaak en onvermijdelijkheid van herstructureringen. Omdat er straks meer dan 3.500 van uw werknemers het legertje werkzoekenden mogen vervoegen, net op het moment dat de regering 4,2 miljard euro extra wil besparen en aankondigt dat ze dat geld weer eens gaat zoeken bij de werklozen, dat de uitkeringen nog meer in de tijd beperkt zullen worden en dat wie teveel “vermogen” heeft van de werkloosheidsuitkering zal worden uitgesloten.

Ik word ook woedend omdat ik van u een mail krijg – want ja, ik ben een klant van u – waarin u mij uitlegt dat u natuurlijk veel begrip heeft voor de sociale onrust, maar dat de herstructureringen nu eenmaal nodig zijn om tegemoet te kunnen komen aan de wensen en eisen van de klant. Zo probeert u dus om de verantwoordelijkheid voor uw sociaal bloedbad doodleuk in de schoenen van uw klanten te schuiven.

Verder schrijft u mij ook dat ik me hoegenaamd geen zorgen moet maken, dat er voor mij als klant helemaal niets zal veranderen. Integendeel, ik mag me zelfs verwachten aan een nog betere dienstverlening. Wat u mij met andere woorden doodleuk komt vertellen, is dat ik maar niet moet wakker liggen van meer dan 3.500 mensen die de hakbijl op zich af zien komen. U wil dat ik uitsluitend bekommerd ben om mij rekeningen, mijn centen. En u wil dat ik gerustgesteld achterover leun, omdat mijn centen bij u nog altijd in goede handen zouden zijn. Verder geen vuiltje aan de lucht.

Maar waar ik helemaal woedend van word, beste ING, is dat u ook aan uw werknemers een mail heeft gestuurd. Aan al die mensen dus die nu bang zitten af te wachten of ze wel of niet bij die meer dan 3.500 weggesneden medewerkers zullen zijn. In die mail legt u hen uit hoe ze zich in deze moeilijke tijden tegenover de buitenwereld dienen te gedragen. U raadt hen aan om niet met journalisten te spreken, ze moeten doorverwijzen naar uw persdienst. U wil ook liever niet dat ze op Facebook iets over het naderende onheil communiceren. Als iemand vragen stelt, moeten ze dat maar negeren of afwimpelen.

U raadt de mensen die u straks wil offeren aan om zich van de buitenwereld af te sluiten, om zich achter gesloten deuren te verschansen. Ssssst, stil zijn, schuif de gordijnen dicht, knip de lichten uit, niet bewegen, geen geluid, hier is niemand thuis. Omdat u wil dat meer dan 3.500 mensen een getal blijven. Omdat u niet wil dat een getal verandert in menselijke gezichten, in menselijke verhalen over angst en wanhoop. U handelt alleen in getallen. U bent toch zo bang voor het menselijke gelaat.

Maar zonder twijfel de meest hallucinante richtlijn in uw mail is deze: “Deel uw woede niet.” U wil nog wel begrip opbrengen voor het feit dat uw herstructureringsplan woede opwekt. Maar dat mensen die woede ook zouden delen met andere mensen, dat gaat dan weer te ver. U zou liever zien dat uw werknemers allemaal apart in een hoekje gaan zitten kniezen, dat ze de tanden stevig op elkaar geklemd houden en hun woede en verontwaardiging manhaftig doorslikken. Werkelijk, al wat menselijk is, is u volkomen vreemd.

In Mechelen, beste ING, is vorige maand een nieuw stadsfestival van start gegaan: Op.Recht.Mechelen. Het centrale thema daarvan is “recht en rechtvaardigheid”. In het kader van dat festival regisseer ik bij een amateurgezelschap het toneelstuk “De dood en het meisje”. Het gaat over een samenleving die ontwaakt uit de nachtmerrie van een militaire dictatuur en zich moet buigen over de vraag hoe ze moet omgaan met de misdaden en misdadigers van het voorbije regime. Dat is natuurlijk nog wel andere koek dan uw herstructurering. Maar toch is er voor mij een verband.

Op last van de nieuwe president wordt een Commissie voor Waarheid en Verzoening opgericht, die het bijzonder pijnlijke hoofdstuk uit de geschiedenis van het land moet afsluiten. Het vrouwelijke hoofdpersonage, dat zelf onder het voorbije terreurbewind gefolterd en verkracht werd, zegt in dat verband: “Waarom moeten het altijd mensen als ik zijn die zich moeten opofferen – waarom altijd wij – waarom moeten wij altijd toegevingen doen als er iets moet toegegeven worden, waarom moet ik altijd mijn tong afbijten, waarom, zeg dat eens, waarom?”

De meer dan 3.500 mensen die u straks de onzekerheid injaagt en de duizenden die bij andere instellingen en bedrijven het geweld van de dictatoriale markt ondergaan, hebben veel gemeen met de slachtoffers uit “De dood en het meisje”. Het zijn altijd zij die zich bij de voldongen feiten moeten neerleggen, altijd zij die moeten toegeven, altijd zij die genoegen moeten nemen met de krokodillentranen en wat stoere verklaringen van politici in het halfrond. Het is altijd voor hen dat recht en rechtvaardigheid holle woorden blijken te zijn.

Sta mij toe, beste ING, om uw laakbare adviezen in de wind te gooien. Ik deel hierbij mijn woede. En ik hoop dat uw werknemers en uw klanten dat ook zullen blijven doen. Omdat ons niets menselijks vreemd is.

Het gezond verstand van Jan Jambon

handboeien

In juni dit jaar drong de politie in Borgerhout de woning binnen van een bejaarde Tsjetsjeense vrouw. De vrouw verbleef onwettig in ons land en werd opgepakt. Het optreden van de politie gebeurde zonder huiszoekingsbevel, wat leidde tot een discussie over de wettigheid van de actie. Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon oordeelt nu dat de politie het recht heeft om de woning van mensen zonder papieren op elk moment van dag of nacht binnen te vallen.

Onwettig verblijf is in ons land strafbaar. Een wet uit 1980 zegt dat je daarvoor een gevangenisstraf van maximaal drie maand kan krijgen. Wie binnen de tien jaar na een uitzetting opnieuw onwettig op het grondgebied vertoeft, riskeert een celstraf van maximaal één jaar.

In de praktijk wordt deze wet echter niet toegepast. Mensen worden niet opgesloten alleen maar omdat ze niet over de nodige papieren beschikken. Onwettig verblijf kan hooguit een verzwarend element zijn bij een veroordeling voor andere feiten.

Dat wijst erop dat in ons land het vervolgen en bestraffen van onwettig verblijf absoluut geen prioriteit is. Voorlopig voelt men gelukkig nog altijd aan dat het erg moeilijk is om onwettig verblijf als een misdrijf te beschouwen, ook al is het dan strikt genomen strafbaar. Het gaat niet om een daad waarbij sprake is van criminele intenties, waarbij bewust of onbewust schade wordt berokkend aan anderen. Onwettig verblijf is een precaire toestand waarin mensen uit noodzaak terecht komen en waarmee ze alleen zichzelf schade berokkenen. Weinig of geen rechten, overgeleverd aan huisjesmelkers en malafide werkgevers, armoede, een leven in de schaduw…hoe kan je dat iemand ten laste leggen? Nee, er heerst gelukkig nog altijd een consensus van het gezond verstand die zegt dat onwettig verblijf geen misdrijf is en dat wie zich in deze situatie bevindt geen misdadiger is.

Bij de N-VA zijn ze het daar overigens helemaal mee eens. In ieder geval was dat zo in 2012. In een nota over illegaliteit en criminaliteit van 12 juli dat jaar staat immers: “N-VA staat ABSOLUUT NIET voor een beleid waarbij alle vreemdelingen zonder wettig verblijf als criminelen zouden worden gekwalificeerd. Ook vinden wij NIET dat zij, om de enkele reden dat ze illegaal verblijven, in de gevangenis zouden moeten worden opgesloten. Illegaliteit op zich is geen afdoende motivering voor opsluiting; in de gevangenis horen integendeel enkel criminelen thuis die strafrechtelijke feiten hebben gepleegd en dit ongeacht hun (on)wettig verblijfsstatuut.”

Vier jaar later klinkt het helemaal anders. Vandaag zien we dat minister Jambon onwettige politionele acties, gericht tegen mensen met een onwettig verblijf die geen enkel crimineel feit op hun kerfstok hebben, aanvaardt, goedkeurt en zelfs aanmoedigt. Het grote argument daarvoor is de stelling dat onwettig verblijf een “voortdurend misdrijf” is.

Weg dus met het gezond verstand. Voortaan zijn mensen zonder papieren voor de N-VA zonder uitzondering misdadigers en is de schrijnende toestand waarin ze verkeren zonder meer een misdrijf. Meer nog, het is ook nog eens een “voortdurend misdrijf”. Dat mag dan wel een bestaande juridische kwalificatie zijn, met betrekking tot onwettig verblijf is het gebruik ervan behoorlijk absurd. Waar eerst het gezond verstand heerste, worden mensen zonder papieren nu plots tot “supercriminelen” gemaakt. Mensen die zonder ophouden, elke seconde van dag en nacht, bezig zijn met het begaan van hun misdrijf. Wat ze ook doen, alles maakt deel uit van het grote misdrijf. Hun hele bestaan op ons grondgebied valt ermee samen. En dus moeten ze volgens Jambon ook op elk moment van dag en nacht “op heterdaad” betrapt kunnen worden.

Nog in de nota van 2012 lezen we dat de N-VA uitdrukkelijk niet van plan is om een heksenjacht te organiseren. Vandaag is de jacht voluit geopend. Een jacht die ongetwijfeld alles te maken heeft met het feit dat het V-teken van de N-VA niet langer staat voor Verandering maar voor Veiligheid. Gewapend bestuur, militarisering van de openbare ruimte, hoge budgetten voor Defensie… Veiligheid is de nieuwe core-business van de partij. Een core-business die tientallen jaren toebehoorde aan de partij die in 2014 door de N-VA werd leeggezogen. Aan het tevreden houden van dat gedeelte van de achterban is blijkbaar zoveel gelegen dat de N-VA er zelfs haar communautaire agenda voor aan de kant schuift. Racisme, moslimhaat en angst zijn electoraal duidelijk veel interessanter dan hardcore flamingantisme.

De uitlatingen van Jambon illustreren wat we van de koerswijziging van de N-VA zoal kunnen verwachten. Ze leidt tot een versnelde en verdere uitholling van de rechtstaat. De criminalisering van al wie in precaire omstandigheden overleeft, is daartoe een voorwaarde.

Het zwijgen van dit bestuur is oorverdovend

Cq4rdjqWAAAIsF5

 

Er werd zaterdag in Mechelen een bijzondere voetbalwedstrijd gespeeld. Zaalvoetbal, met aan de ene kant een ploeg van Mechelse politici en aan de andere kant een ploeg van vluchtelingen, bewoners van het tijdelijke opvangcentrum aan de Nekkerhal. Een vriendschappelijke wedstrijd, glorieus gewonnen door het vluchtelingenteam. Voetbaltalent in overvloed.

Het initiatief voor deze wedstrijd kwam vanuit de Mechelse meerderheid. Het was dus meer dan zomaar gezellig een balletje trappen. Er zat ook een boodschap aan vast. Het stadsbestuur wilde duidelijk maken dat het de mensen in het opvangcentrum een warm hart toedraagt. Mooi zo.

Eind augustus werden de vluchtelingen ook al actief betrokken bij de twintigste editie van Maanrock, het muziekfestival dat in Mechelen elk jaar de zomervakantie afsluit. Studio Brussel maakte bij die gelegenheid een groepsfoto van de vluchtelingen samen met Marc Hendrickx (N-VA) en Kristof Calvo (Groen). Op de foto ook een citaat van laatstgenoemde: “We willen de nieuwe Mechelaars meteen het gevoel geven dat ze echt welkom zijn.” Goed zo.

Ondertussen weten we natuurlijk wel dat van de vluchtelingen die in het Mechelse centrum verblijven vrijwel niemand kans maakt op een erkenning. De meerderheid van deze mensen zal onverbiddelijk het land uitgewezen worden. Met een staatssecretaris voor Asiel en Migratie die van uitwijzen en uitzetten een soort olympische discipline maakt waarbij voortdurend records moeten verbroken worden, valt er weinig anders te verwachten.

We weten ook dat de weinige vluchtelingen die het geluk van een erkenning zullen mogen smaken, zich heel waarschijnlijk niet in Mechelen zullen kunnen vestigen. Er is voor die mensen in deze stad namelijk geen huisvesting beschikbaar. Het wordt zo goed als zeker verkassen naar Antwerpen of Brussel.

Maar kom, laten we de pret niet bederven. Ze zijn dus welkom in Mechelen. En er is nog meer goed nieuws.

Humane stad

Onze Mechelse burgervader Bart Somers is genomineerd voor de verkiezing van de World Mayor Prize. In januari mag hij zich misschien beste burgemeester van de wereld noemen. Voor deze verkiezing werden allemaal burgemeesters genomineerd die uitzonderlijke inspanningen leveren om vluchtelingen te verwelkomen en de integratie van migranten te bevorderen.

We hebben het dus nog niet zo slecht getroffen hier in Mechelen. En we weten dat het ook helemaal anders kan. Een kwartier rijden ten noorden van onze stad bijvoorbeeld gaat het er heel anders aan toe. Daar regeert een burgemeester die het gewapend bestuur predikt en geflankeerd wordt door een OCMW-voorzitter die er een erezaak van maakt om vluchtelingen niet te helpen.

Dan herinneren we ons liever de woorden die Bart Somers sprak toen in november vorig jaar werd aangekondigd dat er een tijdelijk opvangcentrum in Mechelen zou komen: “Wij zijn heel gastvrij en open naar gezinnen met kinderen. Dat is ook de meest kwetsbare groep. Als we beelden zien van moeders met huilende kinderen op de arm, die ’s nachts buiten slapen, dan is dat ondraaglijk. Voor deze groep moeten we in onze stad extra inspanningen doen. Mechelen is een humane stad, zonder angst, die 200 mensen van vlees en bloed wil helpen.”

We herinneren ons natuurlijk ook dat het stadsbestuur tot eind oktober nog resoluut weigerde om extra inspanningen te doen om vluchtelingen op te vangen. De stad zou twee Syrische gezinnen huisvesten, verder niets. En we weten ook nog dat eerste schepen Marc Hendrickx begin november verklaarde dat de stad die 200 mensen ging opvangen omdat het nu eenmaal niet anders kon, omdat de stad daar door het federale niveau anders toch toe verplicht zou worden. En dat kan je maar beter voor blijven, dat oogt beter.

Wat we ons ook nog herinneren, is dat Somers zich in zijn boek “Iedereen burgemeester” (2003) zorgen maakte over het feit dat asielzoekers die niet waren toegewezen aan het Mechelse OCMW, zich toch in zijn stad vestigden. Om dat te ontmoedigen, stelde hij voor om de uitkering van deze mensen met 30 tot 50% te verlagen.

In 2010, weten we ook nog, was het Somers die pleitte voor nieuwe maatregelen die het asielbeleid meer moesten afstemmen op ontmoediging en uitwijzing. “Meer opvangplaatsen creëren zal het aanzuigeffect alleen maar versterken. We hebben nood aan maatregelen die zowel de instroom beperken als de uitstroom vergroten”, zo klonk het toen. Er was volgens Somers nood aan een “efficiënter uitwijzingsbeleid”, waarbij hij bewonderend naar Nederland verwees, waar uitgewezen asielzoekers met 50 tot 60 tegelijk naar hun land van herkomst werden gevlogen. Daar ging het tenminste vooruit met de uitwijzingen. In 2011 werden heel wat van Somers’ voorstellen doorgevoerd.

En wat we ook nog weten, is dat Somers altijd vol lof was over het asiel- en migratiebeleid van zijn partijgenoten Annemie Turtelboom en Maggie De Block, waarvan met name de laatste niet bepaald kwistig was met blijken van menselijkheid.

Maar kom, laten we niet flauw of cynisch zijn. Vluchtelingen zijn hier welkom en de stad wil hen helpen.

Drie keer njet

Op zaterdag 10 september zal burgemeester Somers de gulhartigheid van zijn stad ten aanzien van vluchtelingen nog eens onderstrepen. Op die dag arriveert namelijk de “Inflatable Refugee” aan de Haverwerf. De “Inflatable Refugee” is een kunstwerk van het kunstenaarsduo Schellekens en Peleman. Deze zes meter hoge, opblaasbare vluchteling deed eerder al Venetië en Kopenhagen aan. Nu komt hij, in het kader van het stadsfestival Op.Recht.Mechelen, naar de Dijlestad gevaren en zal ook hier met zijn imposante allures het publiek ertoe dwingen stil te staan bij de aanhoudende vluchtelingencrisis. De “Inflatable Refugee” zal door Bart Somers officieel worden verwelkomd. Prima.

We denken natuurlijk ook even terug aan begin 2015. In februari van dat jaar trokken zo’n 300 vluchtelingen van vlees en bloed te voet van Brussel naar Antwerpen, om zo aandacht te vragen voor hun penibele situatie. Na een eerste dag stappen, kwamen ze toe in Mechelen. Daar bleven ze overnachten. De organisatoren van deze mars hadden aan het stadsbestuur gevraagd of het eventueel mee kon zorgen voor slaapplaatsen, of het OCMW deze mensen misschien een ontbijt zou kunnen aanbieden en of de burgemeester hen bij hun aankomst in de Dossinkazerne zou willen verwelkomen en hen kort toespreken. Het antwoord was een droog en drievoudig njet.

Maar kom, laten we…

Imago volstaat niet

Wacht even. Want dan is daar deze zomer plots Djellza. Een meisje dat zestien jaar geleden als baby in Mechelen toekwam, samen met haar familie, afkomstig uit Kosovo. Djellza groeide hier op en werd in alle opzichten een Mechels, Vlaams, Belgisch meisje. Tot de Dienst Vreemdelingenzaken deze zomer besliste om haar, samen met haar ouders en broers, het land uit te zetten. Ze moeten naar Kosovo. Een land waar Djellza nooit geweest is, dat ze niet kent, waar ze de taal niet kent. Vrienden en kennissen, advocaten, de kinderrechtencommissaris…allemaal zijn ze van mening dat dit een onredelijke en onmenselijke beslissing is.

En zie, het Mechelse stadsbestuur zwijgt in alle toonaarden. Niet één prominent politicus uit de meerderheid heeft over deze zaak iets te zeggen. Geen ronkende verklaringen in de pers, geen foto’s met klinkende citaten. Niets, helemaal niets.

Dit zwijgen is oorverdovend en ontluisterend. Het is makkelijk om vriendschappelijk te voetballen met vluchtelingen die wellicht nooit nieuwe Mechelaars zullen worden, makkelijk om mensen het gevoel te geven dat ze welkom zijn terwijl over hun lot toch elders wordt beslist, makkelijk om een symbolische vluchteling te verwelkomen, makkelijk om in Mechelen te spreken over een warme en menselijke samenleving en ondertussen in Brussel te pleiten voor een harde aanpak, makkelijk om een gastvrij imago te ontwikkelen en te zwijgen wanneer het er toe doet.

Nee, we willen nog altijd geen pretbedervers zijn, we willen nog altijd niet flauw of cynisch zijn. We waarderen nog altijd dat in Mechelen niet de Antwerpse oorlogsretoriek klinkt. We zijn nog altijd blij dat de stad 200 vluchtelingen heeft opgevangen, ook al was het dan omdat het moest. En we voetballen graag mee. Maar dat alles volstaat niet. Imago alleen volstaat niet. Zonder consequente stellingnames en daden is dat volstrekt ongeloofwaardig.

We wachten dus ongeduldig op duidelijke standpunten. Een Mechels meisje van zestien, dat haar toekomst in scherven ziet vallen en ondergedoken afwacht, verdient dat.

Calvo en Tommelein

zonnepanelen

Vanaf de dag dat Annemie Turtelboom haar omstreden Turteltaks lanceerde, was die het mikpunt van zware kritiek. Ook oppositiepartij Groen nam meteen ondubbelzinnig standpunt in. Bjorn Rzoska, fractievoorzitter in het Vlaams Parlement, zei in december 2015: “De regering Bourgeois moet de ongrondwettelijke Turteltaks meteen intrekken. De Turteltaks is oneerlijk, onduurzaam en ongrondwettelijk.” En in januari 2016 sprak ook voorzitter Meyrem Almaci duidelijke taal: “Dat men de Turteltaks onmiddellijk intrekt. Het is gewoon heel simpel: deze taks is niet solidair en niet evenredig.

We weten hoe het verder is gegaan. De Turteltaks werd in maart dit jaar van kracht, Turtelboom werd de laan uitgestuurd en partijgenoot Bart Tommelein mocht aantreden als nieuwe Vlaamse minister van Energie. En Tommelein had meteen een simpele boodschap: “Wil u dat de Turteltaks naar beneden gaat? Leg dan zo veel mogelijk zonnepanelen.” De bijkomende energieheffing blijft dus gehandhaafd, we moeten hem maar terugverdienen door te investeren in zonnepanelen.

Tommelein deed ook nog deze opmerkelijke uitspraak: “Het draagvlak voor hernieuwbare energie herstellen kan alleen maar als de politiek stopt met zwartepieten, overdrijven en naar het verleden wijzen.” Hier zien we duidelijk een stuk van de strategie achter het ontslag van Annemie Turtelboom: de boze heks is weg, we beginnen met een schone lei, laten we nu ophouden met het geruzie over de Turteltaks en vooruit kijken. Die onrechtvaardige en onwettelijke taks blijft dan wel op die “schone” lei plakken, maar dat is uiteraard een detail.

De nieuwe Vlaamse minister van Energie krijgt alvast bijval vanuit toch enigszins onverwachte hoek. In een column in De Morgen noemt Kristof Calvo, kamerlid voor Groen, de entree van Tommelein “een om toe te juichen”. “Dat Tommelein als eerste politicus van een traditionele familie het zonnepanelentrauma weet te overstijgen, verdient een pluim. Zijn aanmoediging aan de Vlamingen om weer voluit voor panelen op het dak te kiezen, is de juiste.” Allemaal goed en wel, maar zou meneer Calvo al eens even gekeken hebben wat die zonnepanelen voor een doorsnee gezin zoal kosten? Even Googelen leert al snel dat zo’n gezin ongeveer 32 vierkante meter panelen nodig heeft om het eigen jaarlijks gebruik te produceren. Dat is een investering van 5600 à 9000 euro. Ga dat eens vertellen aan die ontelbare mensen die moeten leven van een inkomen waarmee ze amper de maand rondkomen, aan wie in een appartement woont, of in een huurhuis, of in een huisje met te weinig oppervlakte op het dak.

Maar Calvo volgt Tommelein niet alleen in zijn promotie voor zonnepanelen. Hij schijnt ook niet langer een punt te maken van de Turteltaks: “Tijd dus om de pagina van de Freyafactuur en de Turteltaks om te slagen en werk te maken van een zonnedividend voor alle Vlamingen. Dat mag dan wat mij betreft zelfs de Tommelkorting heten.” Het intrekken van de Turteltaks is voor Calvo blijkbaar niet meer aan de orde. Net als Tommelein vindt hij dat daarover niet langer gezanikt moet worden. Benieuwd of dat ook een partijstandpunt is.

De zure smaak van het Manewater

totaalzicht

“Lijkt het u wat om de maan straks vanuit uw woning te zien weerspiegelen in de waterpartijen aan de prachtige oude Bonduelle-site? Haast u, want de verkoop draait al op volle toeren. Dus hoe sneller u erbij bent, hoe meer keuze u hebt!”

Zo besluit de promotiebrochure van het luxueuze woonproject Manewater in Mechelen. Zonder meer een prestigieus project. Vijf moderne appartementsgebouwen, samen goed voor bijna honderd gloednieuwe woningen. Van die vijf gebouwen zijn er ondertussen twee voltooid en bewoond. Of en wanneer de drie andere er komen, is niet zo duidelijk.

Bij zo’n exclusief project hoort uiteraard ook een overeenkomstig prijskaartje. Een stulpje aan het Manewater schommelt tussen 280.000 en 450.000 euro. Maar dan heb je ook wat. Tenminste, als we de brochure mogen geloven. Laten we nog eens kijken: “Dankzij het subtiele samenspel tussen de woningen en de waterpartijen voelt u er zich één met de natuur. De consequente keuze voor natuurlijke materialen bekrachtigt deze filosofie. Door spiegels in de bouwstenen te vermalen zal de site extra schitteren in de zon en prachtig weerkaatsen op het water. Voor welk type appartement u ook kiest: wie van Manewater zijn thuis maakt, geniet straks volop van luxe, water en groen!” Wie zou voor zo’n droomplekje niet diep in de buidel willen tasten?

Bart Somers, burgervader der Mechelaars, heeft in de promotiebrochure woorden tekort om het project te bejubelen: “De Manewatersite is een gedurfde en bijzonder geslaagde interpretatie van een origineel watergerelateerd nieuwbouwproject in de wijk Nekkerspoel. De paalwoningen zorgen voor een unieke architectuur in Mechelen die overigens perfect kadert in de geest van deze wijk. Het is in deze omgeving dat destijds overblijfselen zijn gevonden van historische paalwoningen. Daarmee wordt de Manewatersite een hoogst origineel en historisch relevant concept! Ik ben bijzonder verheugd dat deze unieke architectuur een plaats krijgt in de wijk Nekkerspoel. Het zal aan deze wijk de kwalitatieve impuls geven die ook ander privaat initiatief kan prikkelen en inspireren. De stad Mechelen wil ruimte blijven geven aan nieuwe, kwalitatieve en gedurfde woonprojecten zodat de stad zich verder kan blijven ontwikkelen en presenteren als woonstad met alle troeven en faciliteiten binnen handbereik.”

Nog in die brochure vinden we Karel Geys (Sp.a), in de vorige legislatuur schepen van ruimtelijke ordening. Ook hij kan het project niet genoeg de hemel in prijzen: “Kwaliteitsvol wonen in een groene, waterrijke omgeving aan de rand van de stad, het is de droom van vele Mechelaars. Het project Manewater voldoet volledig aan deze verwachtingen: compact wonen in het verlengde van de Vrouwvlietvallei, grote gemeenschappelijke buitenruimtes, alle parkeerfaciliteiten op het eigen terrein, diverse woontypologieën en grote waterbekkens als extra troef. Dit project moet dan ook een landmark worden bij het binnenkomen van de stad. Het project Manewater zal dan ook positief bijdragen aan onze stadsvernieuwingsplannen en heropwaardering van de wijk Nekkerspoel.”

DSC_0051

Genoeg promotalk nu. Over naar de realiteit. Want wie zich de moeite getroost om even op de fiets te springen en eens een kijkje te gaan nemen, krijgt een heel wat minder idyllisch plaatje te zien. Aan één zijde kijken de bewoners van de Manewatersite inderdaad uit op een stukje groen landschap. Maar een andere zijde van de site wordt begrensd door de achtertuintjes van rijhuizen in een belendende straat. En aan weer een andere zijde grenst Manewater aan…een bedrijvenpark. Tot daar de illusie van een feeërieke woonplek middenin het groen en toch ook middenin de stad.

De Manewatersite en het bedrijvenpark worden van elkaar gescheiden door een beek van hooguit een paar meter breed. Pal tegenover de appartementen is een farmaceutisch distributiebedrijf gevestigd. Het bedrijf heeft een grote nachtelijke activiteit. De hele nacht aan en afrijdende vracht- en bestelwagens. De bewoners van Manewater genieten niet van “luxe, water en groen” maar van nachtlawaai. Ze doen geen oog dicht. Ze worden daar uiteraard niet vrolijk van en dienen klacht in, zowel bij het bedrijf als bij de stad. Er worden metingen gedaan waaruit blijkt dat het bedrijf ‘s nachts inderdaad verantwoordelijk is voor een onaanvaardbaar aantal decibels. Resultaat: het bedrijf ziet zich genoodzaakt om Mechelen te verlaten en te verhuizen naar Zaventem.

Het is een pijnlijk verhaal, dat illustreert tot welke absurde situaties de neoliberale stadsontwikkeling leidt. Het stadsbestuur rolt de rode loper uit voor projectontwikkelaars met plannen onder de arm voor exclusieve, prestigieuze en peperdure woonprojecten à la Manewater. Ze geven de stad het gedroomde cachet en kunnen mensen met goed gevulde bankrekeningen verleiden om de verhuis naar Mechelen te wagen. Met alle mogelijke marketingcampagnes wordt hen in de Dijlestad een stukje paradijs op aarde beloofd. Maar in werkelijkheid wordt deze mensen, zoals Manewater overduidelijk aantoont, alleen een portie duur betaalde gebakken lucht verkocht. In het geval van Manewater leidt het dan ook nog eens tot de verhuis van een bedrijf, terwijl ook het aantrekken van bedrijven een van de grote prioriteiten van het bestuur is.

Maar het Mechelse stadsbestuur volhardt in de boosheid. Het ene na het andere luxeproject wordt aangekondigd. Aan de Tichelrij komt “Waterkant 12”, waar het duurste optrekje maar liefst 2 miljoen euro zal kosten. Aan de Heergracht komt “Residentie Heirgracht”, met prijzen variërend tussen 198.000 en 425.000 euro. En zo raakt Mechelen stilaan bezaaid met vooral op promotionele simulaties fraai ogende woonclusters voor de meer dan welvarende burger. Daartussen wordt de modale Mechelaar dan ook nog wel gedoogd. Maar hij moet dan wel aanvaarden dat zijn hele leefomgeving wordt aangepast en ingericht ten behoeve van de nieuwe paleisbewoners.

Waterkant_1

Waterkant 12

8649132

Residentie Heirgracht

Calvo en het leeg liberalisme

pay

Twee dagen voor 1 mei publiceert Kristof Calvo, oppositiebeest in de Kamer en gemeenteraadslid voor coalitiepartner Groen in Mechelen, een opmerkelijke column in De Morgen. Hij struikelt over het feit dat op zondag 1 mei in de stad Antwerpen ook naar hartenlust gewinkeld kan worden. Koopzondag.

Calvo vindt het ongehoord dat op de dag van de arbeid de deuren van de winkels wagenwijd openstaan en de Antwerpenaren zo uitgenodigd worden om deze fel bevochten feestdag te wijden aan de ongebreidelde consumptie. Je raakt niet aan feestdagen, ook al zijn ze de jouwe niet. Menig rode ziel zal deze groene blijk van erkenning in dank aanvaarden.

Maar de column krijgt vervolgens toch een curieuze wending. Calvo richt zich verder uitdrukkelijk tegen het fenomeen van de koopzondag op zich. Hij vindt zo’n zondag “een uiting van een voltijdse consumptiesamenleving”, een exponent van “leeg liberalisme”. We willen toch niet wakker worden in een stad die verdacht veel begint te lijken op een shopping center? “Zeven dagen iets à la Uplace all over the place.”

Helemaal akkoord, meneer Calvo, dat willen we inderdaad niet. Maar uw betoog begint wel wat te schuren en te knarsen wanneer we even kijken naar Mechelen, waar uw partij deel uitmaakt van de meerderheid. Die stad heeft voor dit jaar voorlopig 14 koopzondagen georganiseerd. Voorlopig, want wettelijk kunnen er daar nog 16 bijkomen, al naargelang de vraag. U heeft natuurlijk gelijk als u een beetje verontwaardigd schrijft dat je in Antwerpen “minstens één keer per maand ook op zondag kan winkelen”. Maar in Mechelen is dat niet anders. Alleen hebben we u daar in de stad van liberaal Bart Somers nog met geen woord over horen reppen. U heeft het in uw column over de kleine zelfstandige die zowat gedwongen wordt om voor een beperkt cliënteel op zondag open te houden, over de werknemers van de grote ketens voor wie de zondag een extra werkdag wordt. Is dat in Mechelen dan geen probleem?

Uw partij keert zich op het Vlaamse niveau vurig tegen de komst van Uplace. Maar in Mechelen bestuurt u samen met een liberale burgemeester die zich wat Uplace betreft op zijn minst nogal dubbelzinnig opstelt. Het minste wat we kunnen zeggen is dat Uplace in Mechelen gebruikt wordt als motief om de stad verder te ontwikkelen tot een commercieel centrum dat de eventuele concurrentie met dat shopping-pretpark in Machelen aankan. Er liggen dus waarschijnlijk nog heel wat koopzondagen in het verschiet hier in Mechelen. Maar over die zuiver liberale commerciële strategie tegen Uplace horen we u in de Dijlestad hoegenaamd niets zeggen.

Het zou natuurlijk kunnen dat we u niet goed begrijpen. Koopzondagen in Antwerpen zijn volgens u een uiting van “leeg liberalisme”. In Mechelen ligt dat misschien anders. Hier gaat het mogelijk over een ander liberalisme. Possibilisme misschien?

Die van rechts

rechts

Die van rechts hebben een nieuwe knuffel. Herman Brusselmans, schrijver van een oeuvre dat leest als een cursus grofgebekt en gratuit schelden en schofferen, heeft hen met een column – “Wij van links” – naar nieuwe hoogten van extase gevoerd. De literator van het universum rond de eigen eikel hekelt het tot vervelens toe al door zoveel voorgangers gehekelde “cultuurrelativisme” van die van links. U kent dat, het ondertussen meer dan slaapverwekkende gezeur over de blinde liefde voor couscous, de obsessie met de mythen van racisme en discriminatie, het niet aflatende pamperen van al wie overduidelijk verwend en vertroeteld wordt maar liever rekent op het medelijden wekkend effect van het behoren tot een kansengroep, en vooral natuurlijk het suïcidale omarmen van het geloofsleger van Mohamed. Die van links bieden de slachters van IS met de glimlach hun bleke keel aan.

Het levert de grootmeester van het cynische snotschrift een nieuwe eretitel op: de held van rechts. Of Brusselmans die medaille ook zelf op zijn borst gespeld wil zien, is nog zeer de vraag. Maar dat zal die van rechts een rotzorg zijn. Hoezee, er heeft er zich eentje bekeerd! En dan nog wel een culturo, zo een van die pretentieuze artistiekelingen waarvoor die van rechts altijd wel een vette fluim hebben klaar zitten. Maar zie, één bladzijde geletterd spuugsel volstaat om een schrijver waarin die van rechts nooit geïnteresseerd waren, een ereplaats toe te kennen in het pantheon van de grote helden der Vlaamsche letteren.

Kamerheer van rechts Siegfried Bracke spreekt Brusselmans voortaan aan met “Goede Herman” en out zich als groot bewonderaar van diens werk, dat net zo snel van de band rolt als de sigaretten opbranden tussen zijn vingers. Hij rekent goede Herman nu bij “onze rangen”. Daarmee bedoelt heer Bracke de bonte verzameling van allerlei luiden die het met hem eens zijn dat “de politiek moet doen wat sociaal rechtvaardig is”. En daarvoor ben je vanzelfsprekend nergens beter af dan bij die van rechts. Wat met overvloedig bewijs gestaafd kan worden.

In onze rangen treffen we bijvoorbeeld Liesbeth Homans, die ons op de borst drukt dat racisme geen gruwel of misdaad tegen de menselijkheid is maar een relatief begrip en vooral een excuus voor eigen falen. Brusselmans weet dat ook. Discriminatie bestaat niet, want hij is vaste klant in een Turkse bar en er zijn ook Marokkanen die werk hebben.

Nog in onze rangen vinden we Jan Jambon, die vindt dat er nog meer bespaard moet worden in de sociale zekerheid. Voor flinkse Jan kan er nooit genoeg beknibbeld worden op de karige reserves voor de werklozen, de zieken en de ouden van dagen. De zoveelste onthulling van weggemoffelde fortuinen in Panamese en andere vuile papieren kan daar hoegenaamd niets aan veranderen. Het is dat verdomde klootjesvolk dat alles verziekt, alles opsoupeert en elke balans uit evenwicht brengt. Discipline en verantwoordelijkheid, dat is wat dat profitariaat moet worden bijgebracht.

Wij zien vervolgens Johan Van Overtveldt, ook van onze rangen. Hij toont zich wél erg verontwaardigd over dat Panamese schandaal en belooft dat het een absolute prioriteit zal zijn. Hetzelfde beloofde hij ook al bij de voorgaande rondjes blootleggen van gesjoemel. Prioriteit zal het best wel wezen, maar voorlopig duidelijk niet om er iets aan te doen. Net zoals het ook niet de bedoeling is dat grote bedrijven hun onrechtmatig verkregen belastingvoordelen netjes terug in de staatskas storten. Daar gaat Johan persoonlijk wel even dwars voorliggen.

Theo Francken, nog een topnaam in onze rangen. Een beetje evenwichtsproblemen op de sociale media, waar hij geregeld last heeft van uitschuivers die nogal sterk geuren naar dat onbestaande racisme. Maar hij is ook bedreven in het welwillend deleten van ondoordachte berichten. Bij geheime vergaderingen op Grieks grondgebied durft hij wel eens te pleiten voor het terug in zee duwen van al te opdringerige vluchtelingen, wat hij daarna met klem ontkent, terwijl het in de praktijk lekker wel gebeurt. Francken heeft ongetwijfeld een goede vriendin aan Zuhal Demir, ook van onze rangen, die in het televisieprogramma “Terug naar eigen land” zes afleveringen lang schel trompetterde dat het vluchtelingendrama weliswaar haar hart breekt, maar dat het eigenlijk toch allemaal liegende en bedriegende kloefkaffers zijn.

En daar is dan, last but not least, heer De Wever, zonder wie er van onze rangen überhaupt geen sprake zou zijn. De eerste in rang is woedend, omdat we alles doen om dat moslimvolkje hier welkom te heten, ons uit de naad werken om het alles te geven wat het wenst, om het alle mogelijke kansen te bieden. En dan toont het zijn ware aard en knauwt lelijk in de hand waaruit het rijkelijk heeft gevreten. Stank voor dank. Awel merci! Brusselmans weet het ook, ze willen ons alleen maar naar de kloten helpen. Zonder soldaten op straat kan De Wever niet meer leven en wie naar Syrië trekt, moet liefst zo snel mogelijk doodgaan. En als er toch zo’n strijdlustige knaap terug naar huis komt: naar de vergeetput met hem! Het zijn altijd dezelfden waar we gedoe mee hebben, want een Chinees heeft De Wever nog nooit horen klagen. Nee, het wordt erg moeilijk om de moslims nog graag te zien.

Rare jongens, die van rechts. Ze kennen er wat van, van politiek die doet wat sociaal rechtvaardig is. In hun plaats zou ik ook euforisch worden wanneer een populaire veelschrijver een blijk van overeenkomstig denken geeft.

Die van rechts hebben een curieuze gewoonte. Ze verkondigen voortdurend dat ze eigenlijk niet van rechts zijn. Er zijn er zelfs bij, zoals kamerheer Bracke, die bij hoog en bij laag volhouden dat ze in feite van links zijn. Of nee, het zit nog anders, zij vinden het onderscheid tussen links en rechts alleen nog van belang voor hun schoenen. Zelf zijn ze daar al lang voorbij. Dat heet modern, vernieuwend, voorwaarde voor krachtige verandering. Nochtans is dat verhaal al zeker een kwart eeuw oud. U herinnert het zich wel: er zijn geen ideologieën meer, het einde van de geschiedenis! Behalve als er nood is aan een pispaal. Dan kunnen er niet genoeg zijn van die van links, om ze met alle zonden te beladen en genadeloos aan de schandpaal te nagelen.

Die van rechts lopen dezer dagen de boekhandels plat. In drommen staan ze bij de letter B. Voor het werk van goede Herman, onze held. Of ze er veel uit op zullen steken? Misschien wat inspiratie voor schelden en schofferen. Maar dat kunnen die van rechts zonder Brusselmans ook wel.

De barbaren zijn gekomen!

segregatie

“De angst voor de barbaren brengt het risico met zich mee dat we barbaren worden. En het kwaad dat we onszelf zullen aandoen, zal uitgaan boven het kwaad waarvoor we in het begin bevreesd waren. De geschiedenis leert ons dat het middel erger dan de kwaal kan zijn.” – Tzvetan Todorov

Een paar weken geleden waren alle ogen plots gericht op Koksijde. Burgemeester Marc Vanden Bussche (Open Vld) wilde volwassen vluchtelingen stante pede de toegang tot het zwembad verbieden. Aanleiding: een Irakese vluchteling zou een tienermeisje aangerand hebben en er was ook sprake van een aantal gluurincidenten. Het werd snel duidelijk dat de beschuldigingen totaal geen steek hielden. Het parket zag geen enkele reden om de man in kwestie aan te houden of te vervolgen, de ouders van het meisje verklaarden dat de zaak zwaar overroepen was. Er kwam dan ook geen zwembadverbod.

Voor de Irakese jongeman was het kwaad uiteraard geschied. Hij werd door Theo Francken meteen gebrandmerkt als een gevaar voor de samenleving en opgesloten in een gesloten asielcentrum. Even later mocht hij dat centrum dan wel verlaten, maar hij mag niet meer terug naar Koksijde, hoewel hij dat zelf wel verkiest.

Wat mij ten zeerste verbaast, is dat blijkbaar niemand het in deze zaak gepast vond om iets van een verontschuldiging te formuleren. Burgemeester Vanden Bussche niet, Theo Francken niet. Maar ook niet Bart Tommelein en Alexander De Croo, twee vooraanstaande partijgenoten van Vanden Bussche, die zich onmiddellijk achter het voorstel voor een zwembadverbod hadden geschaard. En ook hun voorzitter Gwendolyn Rutten niet, die met een verontwaardigd Twitter-bericht eveneens haar steun voor de burgemeester had uitgesproken.

Ook verbazend was hoe Vanden Bussche er in de media vanaf kwam. Er werd weliswaar gewag gemaakt van een overdreven reactie, een rechtse kramp, het oprekken van wettelijke regels. Maar anderzijds was er toch ook opvallend veel begrip: in het licht van de gebeurtenissen in Keulen was de reactie begrijpelijk, er is de zware druk van de publieke opinie, het ging om een pijnlijk misverstand, een inschattingsfout.

Met permissie, ik vind dat volstrekt ontoereikend. De zwembadhistorie van Koksijde is alles behalve een pijnlijke vergissing. Het is een doelbewuste beschadigingsactie van een xenofobe burgemeester die van meet af aan geen vluchtelingen op zijn grondgebied wilde en ook vindt dat deze mensen voorwerp moeten zijn van aparte politionele regels. Misbruik makend van de collectieve verontwaardiging over het seksuele geweld in Keulen, zag hij de kans schoon om in Koksijde een op niets gebaseerde paniekgolf uit te lokken en de vluchtelingen op zijn grondgebied indirect af te schilderen als een horde verkrachtende wilden. “Ik wil niet dat Koksijde een tweede Keulen wordt. Mijn inwoners mogen hier niet met de schrik op het lijf zitten om te gaan zwemmen of rond te lopen”, liet hij in de krant optekenen.

Maar voor deze kwalijke politicus geen enkele terechtwijzing of sanctie. Integendeel, de man krijgt in de media nog eens ruimte geboden om zijn verbale krachtpatserij verder te ontwikkelen. Zo wist hij nog mee te delen dat hij eigenlijk nog veel verder wilde gaan dan een zwembadverbod, maar dat het Centrum voor Gelijke Kansen hem dat verhinderde. En hij verklaarde ook nog dat de vluchtelingen wat hem betreft tegen de zomer maar best verdwenen kunnen zijn, zodat ze het toeristische seizoen niet in gevaar zouden brengen.

Wedstrijdje flinks zijn

Vanden Bussche moest zijn ideetje voor een zwembadverbod dan wel opgeven, dat betekent allerminst dat zijn opzet mislukt zou zijn. Hij heeft in ieder geval een niet geringe bijdrage geleverd aan het cultiveren van een klimaat van angst en vijandigheid. En dat is waar het hem zonder twijfel allemaal om te doen is. Bovendien lijkt het wel alsof de burgemeester de aftrap heeft gegeven voor een wedstrijdje flinks uit de hoek komen.

We blijven even in de zwembadsfeer. In Blankenberge verliet een vrouw het zwembad omdat ze vond dat drie aanwezige vluchtelingen stonken. Het lokale bestuur verbiedt nu de toegang aan mensen die niet hygiënisch genoeg zijn. De burger heeft van Koksijde geleerd dat vluchtelingen verdacht gemaakt kunnen worden op basis van subjectieve criteria: raar kijken, onfris ruiken, niet hygiënisch zijn, … Lokale politici hebben onthouden dat een bordje “verboden voor vluchtelingen” voorlopig nog niet door de beugel kan, maar zoeken dan wel naar een creatieve variatie. Vanden Bussche scoort.

Dan was er ook de West-Vlaamse gouverneur Decaluwé (CD&V) die de bevolking opriep om vluchtelingen geen hulp te bieden. Geef ze geen eten, geen kleren, geen onderdak, want dan komen ze daar op af, en straks slaan ze nog op Belgisch grondgebied hun tenten op, een catastrofe voor het kusttoerisme. “Verboden te voederen”. Vanden Bussche scoort opnieuw.

Er was natuurlijk ook de N-VA, die onmiddellijk met het voorstel kwam om het snelrecht in te voeren voor vluchtelingen die zich schuldig maken aan zedenfeiten. En er was de onbegrijpelijke steunverklaring van John Crombez (Sp.a) aan het pushback-plan van de Nederlandse politicus Diederik Samsom. En er is Hendrik Bogaert (CD&V), die zijn partijvoorzitter oproept om hardere standpunten in te nemen met betrekking tot de asielcrisis. De partij wil meer inzetten op gedwongen terugkeer en wil ook wel spreken over een herziening van de conventie van Genève. Vanden Bussche scoort keer op keer.

Het is duidelijk dat zowat alle partijen zich nu al blind zitten te staren op de knipperlichten van de verkiezingen van 2018 en 2019. De kans dat de vluchtelingencrisis daarbij een groot en doorslaggevend thema wordt, is niet weinig reëel. En iedereen heeft gezien hoe Filip Dewinter met een brede grijns de bokshandschoenen van onder het stof heeft gehaald. Vlaams Belang is verder opvallend zwijgzaam, maar is ongetwijfeld al volop bezig met het uittellen van de winst. Opnieuw denken heel wat partijen en politici dat ze de dreiging van extreemrechts kunnen stoppen door de eigen standpunten te verharden en elkaar langs rechts voorbij te steken.

Verlekkerd op oorlog

Kenneth Roth, CEO van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, veroordeelt die houding categoriek: “Politieke lafheid. Ik heb er geen andere woorden voor. Centrum-politici merken dat extreemrechts in de peilingen wint en denken dat ze met hun imitatiegedrag ook stemmen zullen winnen. Uiteraard is dat een vergissing: hoe meer ze xenofobe politici achternahollen, hoe meer die laatsten aan populariteit winnen.”

Meer dan ooit hebben democratische politici de verdomde plicht om de onderbuikgevoelens van de samenleving het hoofd te bieden, in plaats van die nog te versterken en zo de wegbereiders te zijn van toekomstige catastrofen. We hoeven maar even te kijken naar wat via de doorgeefluiken van de sociale media in extreemrechtse kringen zoal circuleert, om te weten dat dit ver van overdreven is.

Zo is er bijvoorbeeld “De Nieuwe Realist”, de blog van de Nederlandse schrijver Joost Niemöller. De schrijver bespreekt in een recente post een bundel artikels over het seksuele geweld in Keulen. Hij onderschrijft de ronduit fascistische ideeën die door de verschillende auteurs worden geformuleerd. Een paar voorbeelden?

Europa zou lijden onder een combinatie van verregaand begrip voor het uitheemse en schaamte voor het verleden van slavernij en kolonialisme. Vandaar de standaard van humanitaire idealen en politiek correcte maatregelen. Die standaard staat het gewapend verzet tegen een invasie en het sluiten van de grenzen in de weg. Europa zou ook te vrouwelijk zijn. Vechten is er een taboe. De ondergang van Europa zou dan te wijten zijn aan een uitholling van de mannelijkheid. En dat is dan weer waarom al die moslimmannen aan het verkrachten gaan. Omdat Europese mannen watjes zijn en hun vrouwen toch niet wreken. Europese mannen hebben geen kloten. Ze geven zich dus zonder slag of stoot over aan de barbaarse indringers.

De vraag die Niemöller zich stelt, is of en wanneer de Europese mannen opnieuw ballen zullen krijgen. Wanneer ze dus bereid zullen zijn om te vechten. Niemöller, en met hem menig facistoïde fantast, zit doodleuk te wachten op brutaal geweld en burgeroorlog. Ongetwijfeld zitten ze zich al te verkneukelen bij de aanslagen op asielcentra, de aanvallen door gemaskerde bendes op migranten en vluchtelingen, de grimmige protesten van buurtbewoners bij de instelling van elke opvangvoorziening, de toenemende Pegida-acties. Allemaal voortekenen van de heilige oorlog ter verdediging van het Avondland.

Echte politieke moed

In 1980 schreef de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee de roman “Wachten op de barbaren”. Hoofdpersonage is een magistraat die in een buitenpost van het Rijk moet toezien op de goede orde. Buiten de grenzen van het Rijk leven de barbaren. Behalve om handel te drijven, laten die zich maar zelden zien.

Op een dag arriveert het leger in de buitenpost. Van daaruit zal het ten strijde trekken tegen de barbaren, die plots gezien worden als een bedreiging. Al snel keren soldaten terug van expeditie met grote aantallen krijgsgevangenen. Ze worden als beesten op het plein bijeen gedreven, gefolterd en vernederd.

De magistraat kiest de zijde van de gevangenen. Hij weigert hen als barbaren te zien en verzet zicht tegen hun onmenselijke behandeling. Hij wordt daarom gevangen gezet en moet zelf de mensonterende behandeling van het militaire regime ondergaan.

In dit fragment beschrijft Coetzee treffend het heersende angstklimaat: “De barbaren komen ’s nachts te voorschijn. Voor het invallen van de duisternis moeten de laatste geiten zijn binnengehaald en de poorten met behulp van stangen vergrendeld zijn en dient er op elke uitkijkpost een wacht te staan die de uren afroept. De barbaren, zo zegt men, sluipen de hele nacht rond om te moorden en te roven. Kinderen zien in hun dromen de vensterluiken vaneen gaan en woeste barbarengezichten naar binnen gluren. ‘De barbaren zijn gekomen!’ gillen ze, en ze zijn ontroostbaar.”

“Wachten op de barbaren” waarschuwt voor de opkomst en de gevaren van een onderdrukkend regime dat zichzelf legitimeert door de creatie van een barbaarse vijand. Zesendertig jaar nadat Coetzee deze roman schreef, is hij akelig actueel. Lees hem.

Het vraagt weinig politieke moed om mee te drijven op onderbuikgevoelens en hard op te treden tegen een groep mensen die te zwak zijn om zich te kunnen verdedigen. Het vraagt weinig moed om deze groep te ontmenselijken en voor te stellen als een invasiemacht die het Europese continent naar de ondergang zal brengen. Echte politieke moed ligt in de verdediging van wie onrecht wordt aangedaan en het ontkrachten van alle kwaadwillige strategieën die leiden tot de gruwel die Coetzee beschrijft.

Het doet me denken aan iets wat ik in 2008 schreef in een brief aan toenmalig premier Yves Leterme: “Ik geloof dat een groot politicus zich onderscheidt wanneer hij op cruciale momenten, in de meest netelige dossiers, tegen de heersende opinie en electorale logica in, duidelijk standpunt durft in te nemen in het belang van de allerzwaksten.” In 2008 was zo’n groot politicus in regeringskringen niet te vinden. Vandaag helaas al evenmin.

Open brief aan Bart Somers

islam

 

Geachte heer Somers,

Ik heb even getwijfeld of ik deze brief wel zou schrijven. Omdat de gruwel in Parijs wel eens een makkelijk argument zou kunnen zijn om hem zonder meer van tafel te vegen. Uit verschillende richtingen klinkt immers opnieuw de luide roep om meer militair geweld, vergelding, meer politie, meer controle en repressie, verbod op de islam. En dan kom ik met een schrijfsel om een door u voorgestelde controlemaatregel in vraag te stellen.

Maar het zou natuurlijk dwaas zijn om het politieke en maatschappelijke debat te staken of te pauzeren omwille van de actualiteit, hoe schokkend die ook moge zijn. Onze mening en argumentatie even inslikken omdat de actualiteit ze niet gunstig is, kan denk ik geen optie zijn. Dus begin ik er toch maar aan.

In het Vlaams Parlement betoogde u onlangs dat de Mechelse politie controles moet kunnen uitvoeren bij salafistische moslims die hun kinderen thuisonderwijs geven. Dat om te vermijden dat de betrokken jongeren in de ban zouden geraken van al te radicale denkbeelden. Niet dat u het oorzakelijk verband tussen salafisme en terreur als vanzelfsprekend beschouwt, maar de mogelijkheid dat het ene uit het andere voortvloeit, is voor u voldoende om aan te dringen op controles.

Ik vraag me af of u hiervoor misschien inspiratie heeft gevonden in Rotterdam. Daar woedt al geruime tijd een nogal onfris debat over de toekomst van het thuisonderwijs. De wethouder van Onderwijs, Hugo de Jonge, wil dat het liefst zo snel mogelijk volledig afschaffen. Zijn voornaamste motivatie: de mogelijke radicalisering van salafistische moslims. Waar men in Rotterdam nog aan denkt, is het strenger maken van de voorwaarden om een toelating te krijgen voor thuisonderwijs. Nog een ander ballonnetje is het thuisonderwijs verbieden voor moslims. Dat laatste ideetje oogst nogal wat bijval bij de partij van Geert Wilders.

Ik denk dat geen van deze drie pistes wenselijk is. Het kan toch niet zijn dat we wettelijk vastgelegde voorzieningen afschaffen omdat ook moslims er gebruik van maken? We kunnen toch niet aanvaarden dat de toegang tot die voorzieningen bemoeilijkt wordt om moslims te ontmoedigen? En we willen toch helemaal niet dat voorzieningen verboden worden voor moslims? In Rotterdam zien we een duidelijk voorbeeld van een vaak terugkerend fenomeen. Maatschappelijke voorzieningen worden ingeperkt of moeilijk toegankelijk gemaakt van zodra ongewenste groepen er teveel gebruik van maken. Ik mag dus hopen dat u niet aanstuurt op een Rotterdams debat.

Nederlandse ouders van kinderen die thuisonderwijs genieten, begrijpen alvast niet wat nu eigenlijk het probleem is. Ook niet wat betreft de dreiging van radicalisering. Tonnie Nijenhuis, woordvoerder van de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs, zei in een toespraak op 29 april dit jaar: “De Salafistische levensovertuiging van een aantal gezinnen in Rotterdam zou ik hier niet eens moeten hoeven noemen. We hebben het hier over vredelievende mensen, gewaardeerde leden van onze vereniging en van de thuisonderwijsgemeenschap. Er is geen enkel verschil tussen deze ouders en welke andere thuisonderwijzers dan ook. Van radicalisering is al helemaal geen sprake.”

Ook in Mechelen zien de betrokken mensen niet in waar deze bezorgdheid plots vandaan komt. De moslim-kinderen die thuisonderwijs krijgen, worden begeleid door professionele leerkrachten. Ze slagen elk jaar in hun examens en een aantal van hen studeert ondertussen aan de universiteit. Het Mechelse thuisonderwijs is blijkbaar een succesverhaal. Vreemd dat u er niet als de kippen bij bent om dat in de verf te zetten, u die anders geen gelegenheid onbenut laat om Mechelen als beste leerling van de klas naar voor te schuiven.

Helemaal onbegrijpelijk wordt het wanneer ik teruglees wat u in maart dit jaar toevertrouwde aan MO-magazine. In een artikel over hoe in Mechelen wordt omgegaan met het probleem van radicalisering, zegt u over de salafistische moslims in uw stad het volgende: “Deze jonge mensen zetten zich actief af tegen het geweld in het Midden-Oosten, verzetten zich actief tegen extremisering. Dit wordt ook bevestigd door onze politie en als dusdanig worden ze niet als extremisten beschouwd. Deze mensen willen trouwens duidelijk salafistische moslims zijn binnen en in Mechelen. We merken dus dat salafistische groepen zich, net zoals bijvoorbeeld ultraorthodoxe joden, wel kunnen inpassen in een sociaal-cultureel diverse samenleving…Ik stel vast dat we genuanceerd moeten zijn, toch als we het over salafisme in Mechelen hebben. We beschouwen deze jonge salafistische Mechelaars niet als extremisten. We beschouwen hen wel als radicaal met een heel conservatief-religieuze maatschappijvisie. Daar moeten we niet flauw over doen. Zo ben ik het persoonlijk fundamenteel oneens met nogal wat zaken waar ze voor staan. Maar ze opereren wel degelijk binnen de rechtsstaat en wijzen geweld af.”

Geef toe dat het nogal verwarrend is. Uw politiemensen vertellen u dat de salafistische moslims in Mechelen geen bedreiging vormen, maar wanneer ze hun kinderen thuisonderwijs geven, dan moet de politie hen toch maar geregeld controleren.

Hoe gaat dat dan concreet in zijn werk, meneer Somers? Ik weet wel dat u alle Mechelse agenten een opleiding radicalisering wil geven, maar hoe moet ik me dat voorstellen? Er klopt een arm der wet op een salafistische deur en zegt: goedemiddag, mogen wij even controleren of uw kinderen niet radicaliseren? Volgt er dan een huiszoeking? Worden de kinderen onderworpen aan een verhoor? Welke criteria worden daarbij gehanteerd? Wat wordt zoal beschouwd als een verontrustend signaal? Ik trek het een beetje op flessen, maar ik vraag het me echt af. En gelooft u dat iemand met kwaad in de zin zijn malafide bedoelingen bij zo’n politiecontrole zomaar prijs zal geven? En denkt u dat iemand die zijn kinderen tot gewelddadig extremisme wil aanzetten daar het thuisonderwijs voor nodig heeft?

Wat ik in uw verhaal mis, is de reden waarom het thuisonderwijs de jongste jaren sterk is toegenomen. Uw eerste schepen Marc Hendrickx wist in september vorig jaar in Het Laatste Nieuws al te vertellen dat die toename het rechtstreekse gevolg is van het hoofddoekenverbod in het gemeenschapsonderwijs. Ook hij vond extra controles nodig en zei dat die er ook al waren geweest. Een jaar later wil u er nog eens politionele controles bovenop.

Misschien zou het dus nuttiger zijn om in het parlement de strijd aan te gaan tegen het hoofddoekenverbod. Ik weet dat u geen liefhebber bent van dat verbod. Maar dat is uw persoonlijk standpunt, binnen uw partij is er niet echt eenduidigheid. En wellicht bent u daarom in de praktijk ook niet altijd zo duidelijk. In het verleden heeft u bijvoorbeeld uw schepen van Diversiteit – toen die nog bestond – publiekelijk terechtgewezen omdat hij een actie van moslimmeisjes tegen het hoofddoekenverbod ondersteunde. U vond dat hij daardoor de indruk gaf dat de stad de traditionele islam verdedigde en dat strookte niet met het Mechelse emancipatiebeleid. Verder vind u ook dat de stad zich niet mag bemoeien met het hoofddoekenverbod in Mechelse scholen, omdat de stad geen inrichtende macht meer is. Ik heb de indruk dat u vooral in woorden tegen het verbod bent, maar er verder liever ver vanaf blijft.

Denkt u trouwens niet dat wanneer moslims bovenop het hoofddoekenverbod ook nog eens te maken krijgen met politiecontroles op het thuisonderwijs, hen dat nog meer zal sterken in de overtuiging dat islamitische scholen noodzakelijk zijn? En ook dat is toch iets waar u absoluut geen voorstander van bent.

Ik kan uw voorstel moeilijk rijmen met wat u schrijft in een opiniestuk in de De Standaard van 24 september: “Wie kiest voor een confrontatiebeleid waarbij groepen in de samenleving rechtstreeks of onrechtstreeks geviseerd en uitgesloten worden, geeft alle rattenvangers van het radicalisme alleen maar meer legitimiteit.” Want als moslims die hun kinderen thuisonderwijs geven plots de politie aan de deur krijgen om te controleren of ze hun kroost niet laten indoctrineren door extremisten, kunnen zij dat dan anders ervaren dan als een confrontatie, kunnen zij zich dan anders voelen dan geviseerd?

En daar ligt denk ik de kern van het probleem. Uw voorstel maakt mensen verdacht op basis van een geloofsovertuiging en een onderwijskeuze. Daar wil u een politionele praktijk aan vastkoppelen die bekend is als “ethnic profiling”. Jan Blommaert schrijft daarover: “Het is contraproductief omdat onschuldige leden van een gemeenschap op volstrekt subjectieve gronden als een a-priori vijand worden geselecteerd en aan vernederende en intimiderende veiligheidscontroles worden onderworpen, waardoor men ressentiment en woede uitlokt bij die onschuldigen.”

In de strijd tegen radicalisering heeft u zich altijd gematigd opgesteld. U heeft altijd gewaarschuwd voor nodeloze polarisering. Nadat Parijs voor de tweede keer getroffen werd door terroristisch geweld, heeft u in Mechelen ook voor de tweede keer een mars tegen het extremisme georganiseerd, precies om ervoor te waken dat het in uw stad niet komt tot confrontatie-denken. Ik vrees dat politiecontroles bij thuisonderwijs daarbij geen bevorderend signaal zijn.

Met vriendelijke groeten,

Dirk Tuypens