Dode stad

Brugge

(Foto Dimitris Kamaras, Flickr)

“Ze zou op een sombere avond, van alles en iedereen verlaten, sterven in een tehuis waarvan de ramen op een rei uitkeken…”

Een treurige en wanhopige gedachte in het hoofd van Barbe, de vrome huishoudster van Hugues Viane, protagonist in de 19de eeuwse roman Bruges la morte van Georges Rodenbach. De succesvolle roman verscheen in 1892 en zou in belangrijke mate hebben bijgedragen aan de toeristische belangstelling voor de stad Brugge. De Bruggelingen zelf waren niet onverdeeld over het werk. Het portret dat Rodenbach van hun stad schilderde, was voor veel van hen al te naargeestig.

Bruges la morte vertelt het van symboliek hoogzwangere verhaal van Hugues Viane, die zich vijf jaar na de dood van zijn vrouw, gehuld in de zware mantel van de eeuwigdurende rouw, in Brugge vestigt. Deze stad komt hem voor als het uitgelezen decor waarin hij zijn verdriet ten volle kan beleven.

“De Stad, die vroeger ook bemind en mooi was geweest, belichaamde het voorwerp van zijn verdriet. Brugge was zijn dode. En zijn dode was Brugge. Alles verenigde zich in eenzelfde lot. Brugge was een dode stad, die zelf in het graf lag van haar stenen kades, met haar reien die verkilde aderen waren geworden toen de krachtige hartslag van de zee was gestokt.”

Hugues zwerft doelloos door het mistroostige Brugge, een grijs en kil doolhof dat tot in de kleinste hoeken en kanten niets dan existentiële eenzaamheid en doodsgedachten oproept. De stad is de veruitwendiging van het innerlijke smartenlandschap van de ontroostbare weduwnaar. Wanneer Hugues een danseres ontmoet waarin hij de verrijzenis van zijn dode geliefde meent te zien, lijkt de stad haar rouwsluier even in te ruilen voor het levenskrachtige vuur van de hartstocht. Maar dat blijkt snel een verraderlijke illusie, die uitdraait op een drama. Uiteindelijk is het de dood die zijn koude suprematie opdringt en de stad in zijn beklemmende greep houdt.

Verre van vrolijk proza dat Rodenbach ons nalaat. Het beeld dat de schrijver hierin van Brugge tekent, lijkt vandaag, in onze 21ste eeuw, niet meer dan een literaire constructie uit een lang vervlogen tijd.

En toch…

“Een vrouw van 47, een man van 41 en een bejaarde vrouw van 80”, verklaart de burgemeester. Drie eenzaam gestorven mensen die in één en dezelfde week door de Brugse politie in hun huis werden aangetroffen. Ze verlieten het ondermaanse geheel onopgemerkt, om vervolgens gedurende een maand door niemand gemist te worden. Is er een treuriger levenseinde denkbaar? Het sterven dat pas opgemerkt wordt als de penetrante geur van ontbinding en het plotse krioelen van zwermen vliegen de omwonenden hinderen.

In het als altijd vluchtige 21ste eeuwse krantenbericht schemert plots de dode stad van Rodenbach weer door. Opnieuw klinkt de noodlottige gedachte van Barbe. Opnieuw struint Hugues Viane door de mistige straten om er overal de dood te ontwaren.

“De huizen met hun dichte luiken gaven een doodse aanblik, met hun ramen die leken op de ogen van een zieke in doodsstrijd…”

Eenzaamheid, zowel de fysieke als de existentiële, is de grootste kwaal van onze hedendaagse steden, onderstreept psychiater Dirk De Wachter. “Zo maakbaar als de neoliberale mens dacht te zijn, zo volkomen ontmenselijkt kan hij eindigen”, stelt hij in Borderline Times.

In deze 21ste eeuw, waarin onze steden volop in ontwikkeling zijn en we hen almaar meer macht en autonomie toekennen, moeten berichten over eenzame doden ons uit elke genoeglijke waan ranselen. Ze moeten uit de vluchtigheid van de dagelijkse nieuwtjesmolen gehaald worden, om ons zonder ophouden te kwellen en wakker te houden, ons dwingend te interpelleren over welke stad we de onze willen noemen.

Een snel bij mekaar geharkt anti-eenzaamheidsplan, zoals dat nu in Brugge wordt voorzien, is pleisterpolitiek. Eerder moet er een antwoord komen op de vraag of we wel zin hebben om die neoliberale mens te zijn. Een mens die gelooft in de feeërieke tafereeltjes in sneeuwbollen, maar ondertussen gekweld wordt door eenzaamheid en de angst om te eindigen op het potter’s field van onze welvaartsmaatschappij.

Misschien wordt dit alles nog het best geïllustreerd met één van de ideetjes die in Brugge op tafel liggen voor het anti-eenzaamheidsplan. Men denkt eraan om een overeenkomst te sluiten met B-post. Postbodes zullen dan de opdracht krijgen om af en toe langs te gaan bij 80-plussers, om te kijken of er geen problemen zijn. Blijkbaar hebben een aantal steden en gemeenten al een dergelijke deal afgesloten. Hier zien we de neoliberale mens in al zijn glorie. Nadat hij de postbode met een chronometer op zijn steeds sneller af te leggen ronde heeft gestuurd en zo zijn van oudsher vanzelfsprekende sociale functie – wegens niet rendabel – onmogelijk heeft gemaakt, gaat hij deze functie nu in een zakelijke overeenkomst gieten. Er wachten ons zonder twijfel ook nog wel een pilletje en een verzekering tegen de eenzaamheid.

“Hij vreesde de eenzaamheid in het huis, de wind die in de schoorsteen huilde, de herinneringen die steeds talrijker werden om hem heen en hem strak leken aan te staren. Hij ging bijna de hele dag uit en liep doelloos en ontredderd rond.”

Tussen Porsche en BMW

kust

(foto Niels Siennaert, Flickr)

Het BMW-tje van Maya Detiège. Weet u nog? Het was vorige maand onderwerp van een vluchtig politiek zomerophefje. De socialistische politica liet ons weten dat haar vroegere collega’s in de privé ondertussen allemaal met een Porsche rijden, terwijl zij genoegen moet nemen met een BMW-tje. Dat schreeuwt natuurlijk om hilariteit. Ik vertoefde toen in een Zuid-Frans bergdorpje waar oorverdovende stilte nog echt bestaat. Het karretje van Detiège leek er nog pietluttiger dan het ongetwijfeld hier al werd bevonden.

Helemaal ridicuul was het natuurlijk ook weer niet. Detiège hield ons toch maar fijntjes voor dat we bij onze politici niet zozeer een graaicultuur moeten opmerken, maar eerder een grote zin voor zelfopoffering. Tja, er bestaat in dit land toch wel een soort links dat zich maar niet weet los te werken uit de neerwaartse spiraal van de politieke zelfmoordneigingen.

Maar Detiège had nog meer te vertellen. Zo wist ze bijvoorbeeld dat voor de PVDA mensen alleen met een tentje aan de Belgische kust met vakantie mogen. Anders zouden ze verdacht worden van onaanvaardbaar en dus onmiddellijk zwaar te belasten kapitaalbezit. Dat die bewering kant noch wal raakt, is lang niet het meest ergerlijke. Ze wekt namelijk ook het vermoeden van een kwalijk misprijzen voor de Belgische kust als vakantieoord en nog meer voor wie er met een tentje naartoe trekt. Goed voor het gepeupel, te min voor wie zich in een BMW-tje verplaatst.

De kans dat ik zelf in een tent aan de kust word gesignaleerd, is bijzonder klein. Ik zoek niet voor niets de oorverdovende stilte van bergdorpjes op. Campings zijn mij te druk. Maar ik hoop dat de bewoners van elke tent er hun welverdiende vakantiegenot vinden.

Wat meldt de krant ons ondertussen, bij het begin van de tweede zomervakantiemaand? Dat 26,3 procent van de Belgische huishoudens geen geld heeft om met vakantie te gaan. Zelfs niet met een tent aan de kust, zelfs niet voor één week. Dàt is wat verdacht is. Meer, het is ronduit shocking. Eén op vier huishoudens in ons land kan het zich dus niet veroorloven om één keer in het jaar, al was het maar voor één enkele week, het dag in dag uit hetzelfde achter zich te laten en ergens een portie andere lucht te ademen. Je vraagt je af of onze politici nog beseffen wat dat betekent, welke impact zoiets heeft op een mens. Mooi voor een samenleving waarin de individuele vrijheid zo liederlijk bezongen wordt.

Dit is een alarmerend feit, één van die vele alarmerende feiten die bevestigen wat Slavoj Žižek schrijft in “Eerst als tragedie, dan als klucht”: “Het eerste directe gevolg van de crisis zal niet de opkomst van een radicale emancipatoire politiek zijn, maar eerder die van een racistisch populisme, en ook oorlogen, grotere armoede in de armste derdewereldlanden en bredere kloven tussen rijken en armen in alle samenlevingen in de hand werken.”

En wat zegt de krant hier verder nog over? Dat het cijfer op Europees niveau in 2012 nog dramatischer was. We mogen dus een zucht van opluchting slaken. Het gaat alweer een beetje beter. Niets om van wakker te liggen. Altijd hetzelfde patroontje. Sociale onheilstijdingen moeten altijd gepaard gaan met sussende woorden die ons ervan moeten overtuigen dat het allemaal wel goed komt. I don’t buy it. Zolang politici de graaicultuur doodleuk ontkennen of minimaliseren, zolang niet erkend wordt dat er een rechtstreeks verband is tussen die graaicultuur en het feit dat een kwart van onze huishoudens niet met vakantie kan, komt het niet goed. Met een politiek discours dat laveert tussen Porsche en BMW, komt het niet goed.

De kracht van het restafval

restafval

Op vrijdag 27 januari hield de Mechelse afdeling van de PVDA haar nieuwjaarsreceptie. Dit is de integrale tekst van de toespraak die ik daar hield.

Goedenavond,

Het doet mij plezier om hier vanavond, in dit sfeer- en stijlvolle kader, zoveel restafval te mogen begroeten.

Want dat is de titel die de coryfeeën van het rechtse establishment in dit land ons hebben toebedacht: het restafval van de 20ste eeuw. Wel, laat ik meneer De Wever, mevrouw Rutten, meneer Torfs en alle aanverwanten meteen zeggen dat het potentieel van dat restafval bijzonder groot is. Een bevraging van VTM en HLN geeft aan dat de PVDA bij de volgende federale verkiezingen goed zou kunnen zijn voor maar liefst dertien zetels, waarvan drie in Vlaanderen. Ziedaar de kracht van het restafval.

In de voorbije maanden hebben we een merkwaardig schouwspel gezien. Het begon allemaal met de gesmaakte passage van Raoul Hedebouw in het populaire tv-programma De Slimste Mens. Dat was de aanzet voor een ware hetze tegen de PVDA. Het kot was te klein. Hoe is het toch mogelijk dat een vertegenwoordiger van die rooie rakkers zomaar op de televisie kan verschijnen? Er moest onverwijld een cordon sanitaire opgetrokken worden rond deze club linkiewinkies.

Een hele stoet van politici, intellectuelen en opiniemakers kwamen in de kranten of op televisie aanzetten met een vlammend betoog dat de mensen moest waarschuwen tegen het nieuwe gevaar genaamd PVDA.

In al deze tirades werden tal van argumenten aangehaald om het publiek duidelijk te maken dat de PVDA een duister genootschap is dat voor de samenleving werkelijk het aller- aller- allerslechtste wat een mens zich kan inbeelden, in petto heeft. De argumenten waren over het algemeen nogal gelijklopend. Weinig originaliteit. Maar hier en daar doken er toch een paar uitspraken op die onovertroffen waren. Ik heb er een paar genoteerd die onvergetelijk zijn.

In het tv-programma De Afspraak was professor Hendrik Vos te gast. En professor Vos sprak: “Die van de PVDA, zeker die aan Vlaamse kant, die kijken zo ernstig.” Mensen die ernstig kijken, dat weet iedereen, dat is natuurlijk oppassen geblazen. Iemand anders – ik weet niet meer wie – zei ook ergens: “Die Peter Mertens, die kijkt zoals hij werkelijk is.” God sta ons bij, iemand die kijkt zoals hij werkelijk is. Oppassen geblazen. Maar professor Vos wist ook nog het volgende te melden: “Bij de PVDA hebben ze soms nogal maffe ideeën.” Welke die ideeën dan wel waren, dat liet de professor in het midden. Enige specificatie is ook niet nodig. Iedereen weet immers: mensen met maffe ideeën, dat is oppassen geblazen. En dan was er ook Yves Petry, een gewaardeerd Vlaams schrijver. Die zei in de krant: “Die van de PVDA hebben een stalinoïde lichaamstaal.” Kijkt u dus maar eens goed om u heen, observeer aandachtig wie naast u staat, want u vertoont allemaal een stalinoïde lichaamstaal. En stalinoïde lichaamstaal, dat is natuurlijk oppassen geblazen.

Dat alles geeft ons een mooie definitie van wat een aanhanger van de PVDA is: iemand die ernstig kijkt, kijkt zoals hij werkelijk is, met maffe ideeën en een stalinoïde lichaamstaal.

We kunnen er eens smakelijk om lachen, maar die hele mediastorm tegen de PVDA is natuurlijk intriest. Het is een golf van zure oprispingen van mensen die voelen dat hun sokken nat worden. Of om het met de gevleugelde woorden van Raoul Hedebouw te zeggen: “Ze zitten met de peut.”

Dat mensen als De Wever, Rutten en Torfs zich zo laten kennen, is pijnlijk, maar van hen hadden we natuurlijk niet anders verwacht. Veel erger wordt het wanneer dezelfde gal ook vanuit linkse hoek wordt gespuwd. Zo vond onze groene stadsgenoot Kristof Calvo het nodig om in De Morgen zeer goedkoop uit te halen naar de PVDA. Volgens Calvo zijn we niet meer dan handelaars in oude manifesten en is ons politieke verhaal alleen een electorale strategie op korte termijn waarin de ondernemer als grote zondebok fungeert.

Merkwaardige stelling van iemand die ons probeert te verleiden met belegen concepten als patriotisme en zonder blikken of blozen verkondigt dat hij zoveel mogelijk macht wil. Maar ja, sinds Calvo geestdriftig de zijlijn fuckt, weten we natuurlijk ook dat hij een grenzeloze bewondering heeft voor mensen als Marc Coucke. U kent hem wel, een van die succesvolle zakenmannen die behoort tot het selecte clubje van steenrijke mensen dat vindt dat het zich op alle mogelijke manieren dient te onderscheiden van de “gewone” mensen. Om dat te doen betalen ze geen belastingen en kopen ze kastelen. Volgens Kristof Calvo hebben we veel meer van dit soort Couckes nodig.

Aan meneer Calvo wil ik graag het volgende meegeven: als wij vandaag al met een manifest zwaaien, dan heet dat manifest Graailand. Dat is een gloednieuw manifest. Het gaat over de wereld van vandaag. Het telt vierhonderd bladzijden en het vertaalt op onnavolgbare wijze de verontwaardiging die bij de mensen leeft, verontwaardiging over de fundamentele onrechtvaardigheid die ingebakken zit in het beleid van onze rechtse regeringen. Ik geloof niet dat iemand Graailand ervaart als een oud en opgewarmd manifest. Het staat niet voor niets al vier weken lang op nummer één. En het is niet zomaar dat sinds het verschijnen van Graailand de nieuwe leden met tientallen tegelijk worden ingeschreven.

Wie Graailand leest, weet dat wij verdomd goede redenen hebben om ernstig te kijken. Elke bladzijde telt minstens één goede reden om de wenkbrauwen dieper te fronsen. Elke bladzijde vertelt ons dat het hoog tijd is voor consequent linkse alternatieven.

Onze groene stadsgenoot Kristof Calvo heeft het niet zo begrepen op die consequent linkse alternatieven. Hij vindt dat we ons veel te veel bezig houden met de sociale afbraak. Hij vindt zelfs dat we daarmee het egoïsme aanwakkeren. Omdat het bij ons alleen zou gaan om het beschermen van de eigen verworvenheden en niet om samen vooruit gaan.

Wel, meneer Calvo, ik ga hier niet elke bladzijde van Graailand voorlezen. Ik zal hier alleen een paar opmerkelijke nieuwsfeiten van de voorbije weken aanhalen. Begin januari verkondigde Bart De Wever dat er alleen in de sociale zekerheid nog veel geld te rapen valt. En hij betreurde dat de werkgeversorganisaties niet zo direct voorstanders zijn van een jacht op de langdurig zieken. Hij vindt dat de vakbonden wat dat betreft al meer dan genoeg blok aan het been zijn. Dan was er Inge Vervotte, in een vorig leven nog minister van Welzijn en vandaag directrice van de Emmaüs-groep. Die kwam ons vertellen dat de wachtlijsten in de zorgsector alleen een politiek probleem zijn, dat niet overeenkomt met een reëel probleem. Volgens haar zijn de wachtlijsten immers grotendeels bevolkt met mensen die niet echt dringend zorg nodig hebben. Lange wachtlijsten zijn dus de schuld van de mensen die erop staan. En dan was er Danny Pieters, de N-VA-specialist in sociale zekerheid. Die kwam doodleuk verkondigen dat in ons land mensen op een treffelijke manier arm kunnen zijn. Geen gezeur dus, bij ons is arm zijn ook leuk.

Zijn wij teveel bezig met de sociale afbraak? Ik denk het niet.

Wie Graailand leest, weet dat elke zetel voor de PVDA nuttig en noodzakelijk is. Om stem te geven aan de verontwaardiging, aan het verlangen naar echte linkse alternatieven. Om in de praktijk te laten zien dat het wel degelijk mogelijk is om op een andere manier aan politiek te doen. Om te laten zien dat de term volksvertegenwoordiger nog een echte betekenis kan hebben. Om te laten zien dat politiek niet onvermijdelijk een synoniem moet zijn voor graaien. Daarom maken onze verkozenen in het parlement de uitdrukkelijke keuze om te blijven leven aan een bescheiden maandloon van zo’n 1800 euro.

Maar niet alleen die parlementaire zetels zijn belangrijk. Ook op het lokale niveau willen we zoveel mogelijk wegen op het maatschappelijk debat. Daarom willen we bij de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar in verschillende centrumsteden en gemeentes een doorbraak realiseren. Ook in Mechelen.

Ik mag hier vanavond zeggen dat de Mechelse werking van de PVDA in de voorbije vier jaar enorm is gegroeid. En ik wil iedereen die daar, op welke manier dan ook, aan meegewerkt heeft, van harte bedanken. Want zelfs met slimste mensen en auteurs van bestsellers blijft de PVDA nog altijd in de eerste plaats de partij van de gewone werkende mensen, van u en ik, van ons allemaal. En zonder de onvoorwaardelijke inzet van zoveel mensen zouden we nergens staan. Dus nog eens, aan jullie allemaal: dank u wel.

Mechelen komt tegenwoordig veel in het nieuws. En dat niet alleen in België. Mechelen wordt de jongste tijd zowat onder de voet gelopen door buitenlandse journalisten. Amerika, Engeland, Spanje, Frankrijk, Duitsland…van overal in de wereld komen ze kijken hoe hier in onze stad de dingen worden aangepakt.

Al die internationale aandacht maakt natuurlijk dat onze burgemeester een apetrots man is. Hij durft nu zelfs te beweren dat onze stad een lichtend voorbeeld is voor steden over heel de wereld. Als er iets is waar ze in Mechelen verstand van hebben, dan is het wel citymarketing.

Bij de PVDA hier in Mechelen willen we zeker niet blind zijn voor de vooruitgang die onze stad in de voorbije jaren heeft gemaakt. Maar we gaan ook niet blindelings mee in het publicitaire hoeraverhaal dat door het stadsbestuur wordt verkondigd.

Als we dat hoeraverhaal volgen, dan lijkt het wel alsof Mechelen niet op deze planeet ligt. Alsof Mechelen een schitterende ster is ergens in a galaxy far far away. Dan lijkt het wel alsof er rond Mechelen een onzichtbaar beschermend schild is opgetrokken, waardoor deze fonkelende diamant niet geraakt kan worden door de kwade krachten die vanuit alle hoeken van het heelal proberen binnen te dringen.

Dat is natuurlijk onzin. Mechelen ligt wel degelijk op planeet Aarde. De stad wordt helemaal niet beschermd door een onzichtbaar schild. De Mechelaars worden, net als alle andere mensen in ons land, geraakt door de nefaste beslissingen die in Brussel worden genomen. Onze stad wordt bestuurd door dezelfde partijen die in Brussel het slechte weer uitmaken, en ook door een partij die in Brussel veel oppositielawaai maakt maar in Mechelen vooral uitblinkt in zwijgzaamheid.

De slogan “We zijn allemaal Mechelaars”, het promoten van de Mechelse identiteit – en misschien binnenkort ook nog het Mechels patriotisme – dat doet het misschien goed in de citymarketing, maar het kan niet verhullen dat ook in Mechelen dezelfde problemen bestaan als elders in het land. Ook hier zien we ongelijkheid, woningnood, mobiliteitsproblemen, racisme, discriminatie, armoede…

En daarom is ook hier de PVDA nodig. Daarom blijven we ook hier verdergaan op de ingeslagen weg. Daarom zullen we alles op alles zetten om volgend jaar onze plek in de gemeenteraad te veroveren. En daarbij zullen we inderdaad altijd kijken zoals we werkelijk zijn. We hebben namelijk niets te verbergen, geen geheime agenda’s, geen duistere ambities. Wij kijken door een open vizier. En onze blik vertelt niets anders dan dat een andere samenleving mogelijk is.

Ik wens u een gelukkig en voorspoedig 2017!

Bij het lezen van “Graailand”

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

 

Bij het lezen van “Graailand”, het jongste boek van Peter Mertens, denk ik aan mijn jongste dochtertje. Ze is vier. Laatst stond ze in de woonkamer om zich heen te kijken en zei dan: “Wij hebben een kasteel.” Waarop ik antwoordde: “Dat is toch wel een beetje overdreven, kind. Zeg maar een gewoon huis.” En dan zij weer: “Ja, maar toch ook een kasteel.”

Ik moet ook denken aan Marc Coucke. Succesvol zakenman die deel uitmaakt van dat kleine clubje van steenrijke mensen dat vindt dat het zich moet onderscheiden van de grote massa “gewone” mensen. Daarom heeft Marc Coucke een kasteel gekocht. In een eenvoudig rijhuis wonen, is beneden zijn waardigheid en stand.

Wel, het kasteel van mijn dochter is duizend keer interessanter dan dat van Coucke. Het is het kasteel van haar verbeelding, van alle mogelijkheden die in haar hoofdje kunnen ontstaan. Het kasteel van Coucke is alleen een pronkstuk waarin hij en zijn gezin naar hartenlust kunnen ronddwalen. En er is nog een belangrijk verschil: het kasteel van mijn dochter is helemaal het hare, niet gekocht met geld dat van de samenleving gepikt werd.

De tegenstelling tussen deze twee kastelen illustreert voor mij waar het in de politiek om moet gaan, waar de uitdaging ligt voor progressieve mensen. Het gaat om hoe we naar de werkelijkheid willen kijken, welke bril we opzetten, welke waarde we aan de dingen toekennen, welke normen we naar voor schuiven om te oordelen of ons leven al dan niet geslaagd en succesvol is.

Progressieve mensen moeten aantonen dat het mogelijk is om de werkelijkheid anders te zien, anders te interpreteren en te beoordelen, aantonen dat het mogelijk is om een andere werkelijkheid te verbeelden, de eerste stap om die andere werkelijkheid ook te realiseren. Dat is een ideeënstrijd. De strijd tussen het kasteel van mijn dochter en het kasteel van Coucke. Over die strijd gaan de vierhonderd bladzijden verontwaardigd politiek proza van “Graailand”. Ik durf het u aan te bevelen.

 

9789462670884

 

 

 

 

 

 

Waarom Yves Petry opnieuw links moet stemmen

links

“Yves Petry weet niet meer waarom hij nog links zou stemmen”, kopt De Morgen op haar voorpagina van 23 december. De schrijver richt zich in een opiniestuk tot de “dames en heren van links” en vraagt hen om nu eindelijk eens een uitgesproken visie rond migratieproblemen op tafel te leggen.

Petry formuleert duidelijke wensen omtrent een mogelijk antwoord. Hij wil “geen sentimentele betweterij, geen moralisme maar een samenhangende, zakelijke visie, krachtig en duidelijk genoeg om ze ook op de televisiekijker te kunnen overbrengen”. Fair enough. Maar hij wil ook liefst dat eventuele respondenten niets zeggen over de visie van rechts: “Het zou me ontgoochelen als u na drie zinnen alweer over Bart De Wever of Theo Francken begint, over hoe het niet moet. Dat riedeltje kennen we onderhand.” Tja, dat is een ander paar mouwen. Het lijkt mij niet echt een eerlijke vereiste.

“De strijd tussen de ideologieën is weer helemaal levend”, melde een opmerkzame Gwendolyn Rutten onlangs op Twitter. Ze heeft volmondig gelijk. Vandaag staan verschillende maatschappijvisies weer lijnrecht tegenover elkaar. Bovendien zijn het vandaag de rechtse recepten die in praktijk worden gebracht. Dat pleiten voor een links alternatief ook gebeurt door het af te zetten tegen het dominante en in praktijk gebrachte verhaal, lijkt mij dan ook niet bepaald nutteloos.

De vraag om een linkse visie te formuleren zonder kritiek te geven op het beleid, wordt door onze rechtse bewindvoerders maar al te graag onderschreven. Zij verkondigen unisono dat kritiek alleen maar negatief is, niet constructief, ouderwets, lekker makkelijk. Ik ben het daar absoluut niet mee eens. Kritische analyse van het gevoerde beleid is nuttig en noodzakelijk. Kritiek afdoen als een zwaktebod, is alleen bedoeld om die kritiek te doen verstommen. Anderzijds eigent rechts zich wel het alleenrecht toe om voortdurend naar links te trappen: “Het is allemaal de schuld van…”. Ik wil dus wel iets antwoorden, maar niet zonder ook over rechts te spreken.

Wat Yves Petry ergert, is dat links met betrekking tot migratieproblemen “nog haast uitsluitend vanuit het zogenaamde hart spreekt”. Hij vindt dat links zich aanmatigend opstelt, pretendeert betere gevoelens te hebben dan rechts en een politiek voert die gebaseerd is op sentiment.

Goed, toch eerst maar eens even naar rechts kijken. Het lijkt mij namelijk niet overdreven om te zeggen dat het asiel- en migratiebeleid volledig drijft op één enkel overgecultiveerd gevoel: angst. De angst voor fanatici en hun terreur enerzijds, de angst voor een onzekere sociale en economische toekomst anderzijds. Die angsten zijn geheel legitiem, maar ze legitimeren geenszins het stigmatiseren van alle vluchtelingen en alle moslims. En dat is precies wat rechts doet, door voortdurend de perceptie aan te wakkeren dat vluchteling en moslim synoniemen zijn voor crimineel en terrorist. Het is in deze dus zeker niet zo dat alleen links gevoelens laat spreken. Angst, haat, afkeer, wantrouwen…dat zijn de sentimenten die rechts onverminderd bespeelt. Aan de linkerzijde zie ik compleet tegengestelde sentimenten: mededogen, compassie, empathie, vriendschap, vertrouwen…Vind ik dat betere gevoelens? Eerlijk gezegd wel, ja. En ik vraag me af waarom ze voortdurend weggezet worden als naïeve en wereldvreemde pastoorsmotieven. Ik weet in ieder geval welke sentimenten mijn voorkeur wegdragen.

Ik ben het helemaal eens met Yves Petry als hij schrijft dat laatstgenoemde gevoelens geen exclusieve kwaliteit van links vormen en dat rechtse mensen evenzeer een hart hebben. Ik betwijfel dat geen moment en geloof absoluut dat ook rechtse mensen een verdronken peuter op het strand, stervende kinderen en radeloze ouders net zo pakkend vinden als ik. Waar het om gaat, is tot welke keuzes en welke beleidsdaden het allemaal beweegt. In die zin ben ik het ook met Petry eens waar hij schrijft dat sentiment geen goede basis is voor politiek. Dezelfde sentimenten kunnen immers tot compleet tegengestelde keuzes leiden.

Waar Petry zich dapper vergist, is bij zijn stelling dat de visie van links enkel en alleen nog gebaseerd is op sentiment. Dat is pertinent onjuist. De visie van links is in de eerste plaats gestoeld op redelijke principes. Principes die vervat zitten in het humanisme of in internationale verdragen als de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, de Conventie van Genève, of in onze eigenste grondwet. Een stevig pakket van rationeel onderhandelde principes, die vandaag hoofdzakelijk door rechts – en helaas ook door een aantal “linkse” stemmen – in vraag worden gesteld. Er is hoegenaamd niets sentimenteels aan deze principes.

De visie van links is ook gebaseerd op een mensbeeld. Een mensbeeld waar Yves Petry zich blijkbaar niet zo direct kan in terugvinden. Hij meent dat de menselijke natuur toch vooral uitblinkt in “eigendunk, hebzucht, onrechtvaardigheid en onverschilligheid”. Wel, ik raad Petry aan om het boek “De Supersamenwerker” van Dirk Van Duppen en Johan Hoebeke te lezen. Het staat boordenvol met wetenschappelijke – niet sentimentele – bevindingen die erop wijzen dat de mens van nature wel degelijk een sociaal wezen is, waarvoor samenwerking en solidariteit essentieel zijn. Zelfzuchtigheid blijkt veeleer een cultureel bepaalde factor te zijn.

Gebaseerd op rationele principes en een wetenschappelijk onderbouwd mensbeeld heeft links dan ook een duidelijke visie op hoe moet worden omgegaan met vraagstukken rond asiel en migratie. En hier moet ik op mijn beurt toch ook even een ergernis kwijt. Ik begrijp die altijd terugkerende riedel niet die beweert dat links geen visie heeft, geen verhaal, geen argumenten, geen ideeën en voorstellen. Die riedel wordt ook door Yves Petry nog eens herhaald. Ik begrijp het niet, omdat er teksten, opinies, artikels en programma’s genoeg voorhanden zijn die het tegendeel aantonen – en dat niet alleen vanuit mijn partij, links is veel meer dan politieke partijen die dat label dragen.

Een greep uit het aanbod: als rijk westers land zijn we absoluut in staat om veel meer vluchtelingen op te vangen, laten we dat dan ook erkennen en het ook doen; laten we instaan voor meer legale en veilige vluchtwegen naar Europa en dus ook naar België; laten we een asielbeleid voeren waarin vluchtelingen niet a priori als verdachten worden beschouwd maar als mensen die geholpen moeten worden, al dan niet op ons grondgebied; laten we onze eigen verantwoordelijkheden in de conflicten in het Midden-Oosten niet negeren of minimaliseren; laten we die verantwoordelijkheden waar mogelijk rechtzetten, beginnende bij het stopzetten van wapenleveringen en diplomatieke en economische banden met regimes die terroristische groeperingen ondersteunen; laten we in eigen land een einde stellen aan de oorlogsretoriek tegenover vluchtelingen en moslims; laten we werk maken van een beleid dat de ongelijkheid in onze samenleving daadwerkelijk aanpakt; laat ons maatregelen treffen die ondubbelzinnig komaf maken met racisme en discriminatie; … Ik nodig meneer Petry van harte uit om verder zelf op zoek te gaan naar wat links, in een zo breed mogelijke zin, aan ideeën en voorstellen te bieden heeft. Ik garandeer dat hij versteld zal staan.

Tot slot nog dit. Yves Petry schrijft dat links bij de komende verkiezingen niet in staat zal zijn om sociale, economische of ecologische thema’s hoog op de agenda te zetten. Links zou gedwongen zijn om “diegenen te volgen die vluchtelingen en migratie tot de belangrijkste inzet van de verkiezingsstrijd maken”. Niet helemaal onwaar. Rechts zal veiligheid, asiel, migratie, interculturaliteit en islam inderdaad tot cruciale thema’s bombarderen. Maar als het van mij afhangt, zal links zich niet door die rechtse dwingelandij laten sturen. Links zal met een krachtig eigen verhaal komen waarin iedereen – iedereen! – een plek kan vinden. In dat verhaal zal sociale rechtvaardigheid centraal staan, omdat daarin de sleutel ligt om samenlevingsproblemen van om het even welke aard het hoofd te bieden. Iets wat Yves Petry duidelijk zelf ook schijnt te weten: “Waar zou ik gestaan hebben zonder welvaartsherverdeling, zonder verzekerde toegang tot uitstekend onderwijs, tot boeken en cultuur voor iedereen, ongeacht zijn of haar sociaal-economische achtergrond?” Redenen te over om opnieuw voor links te stemmen.

Symbool

roulette

 

Vrijdag was de Antwerpse havenschepen Marc Van Peel te gast in het duidingsprogramma Terzake. Hij mocht er zijn ongenoegen komen ventileren over de weigering van de Waalse regering om het Europese handelsakkoord met Canada goed te keuren. Waarmee Van Peel meteen duidelijk maakte dat hij en zijn partij onvoorwaardelijke voorstanders zijn van economische akkoorden die op maat gesneden zijn van multinationale bedrijven.

Hoewel zeer betekenisvol, laat ik dat toch even terzijde. Want hier is belangrijker wat Van Peel antwoordde op de vraag wat hij vindt van de hardnekkige houding van zijn partij in de onderhandelingen over de begroting. Meer bepaald: wat denkt hij over het voorstel van CD&V om een meerwaardebelasting op aandelen in te voeren?

De havenschepen vindt het een goede zaak dat er een maatregel wordt doorgevoerd die “de indruk wegneemt dat alleen de gewone man het gelag moet betalen”. Heerlijk Tsjeefs voor wat eigenlijk had moeten zijn: “de indruk wekken dat ook de rijken moeten bijdragen”.

Het anker van Terzake merkte dan ook terecht op dat het in feite maar om een symbool gaat. Tenslotte zou het voorstel van CD&V ook maar voor een schamele 80 miljoen euro extra inkomsten zorgen. Waarop Van Peel zonder verpinken zei: “Ja, maar symbolen zijn belangrijk, mevrouw.”

Ze zullen gelachen hebben bij de CD&V. Terwijl Kris Peeters zich in de Wetstraat letterlijk de benen van onder het lijf loopt om zijn partij te profileren als de sociale sterkhouder binnen een uiterst rechtse coalitie, komt Van Peel op de televisie doodleuk verkondigen dat het maar om een symbool gaat.

En dan volgt vandaag de lang verwachte regeringsverklaring. En zie, het symbool van de CD&V is daarin nergens terug te vinden. Geen symbolische meerwaardebelasting, geen symbolische 80 miljoen, geen symbolische indruk dat niet alleen het klootjesvolk het zwarte begrotingsgat mag dichten. Nee, het is gewoon zonder blikken of blozen het klootjesvolk dat opnieuw diep in de al moe getergde buidel mag tasten om de nodige miljarden bij mekaar te harken. En die symbolische meerwaardebelasting…daar zullen ze nog eens over nadenken.

“Het waren moeilijke weken, maar we zijn er sterker uitgekomen”, zegt Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon. We? Wie zou meneer Jambon bedoelen met “we”? Ik voel me niet aangesproken. Ik heb niet het gevoel dat deze begroting mij op een of andere manier zal versterken. En wie ziek, werkloos, arm of gepensioneerd is, zal dat gevoel nog veel minder hebben. Zelfs zwangere vrouwen mogen het nu ontgelden. Wie zich daarentegen wel gesterkt weet…ach ja, het wordt zo vermoeiend om die lui altijd opnieuw te benoemen, u weet wel wie vandaag weer eens wat kurken laat knallen.

Ondertussen weten we ook dat de N-VA al droomt van een Vlaams-nationalistische monstercoalitie met het Vlaams Belang, die onverwijld de Vlaamse onafhankelijkheid zal doordrukken. Het grote, o zo sociale Bloed en Bodem-Vlaanderen is opnieuw een kletsnatte droom. Maar waarschijnlijk hebben we dat allemaal wel weer verkeerd begrepen.

Zou er nu, behalve de champagneslurpers, in dit land nog iemand overblijven die gelooft dat deze regering ook maar de minste sociale aspiratie heeft? Ik alvast niet. Al lang niet meer. Dit is een symboolregering. Symbool voor alles wat thuishoort aan de roulettetafel. Een regering die elke vraag naar rechtvaardigheid afdoet als een stompzinnig en compleet nutteloos symbooldossier en ons tegelijkertijd met fiscale symboolhandel in slaap wil sussen.

Ik zou hier nog wat kunnen uitweiden over geloofwaardigheid en zo…maar ach, u weet dat allemaal wel. Tijd voor nieuwe symbolen. Laat ik het daar bij houden.

Beste ING, bij deze deel ik mijn woede

ing

 

Beste ING,

Een beetje vreemde aanhef, niet, dat “Beste ING”? Maar ik weet niet wat ik anders moet zeggen. Als ik u wil aanspreken, realiseer ik me plots dat u alleen maar drie letters bent. U heeft geen gezicht. U bent een financiële instelling. Een constructie met een CEO, een beheerraad, directeurs, aandeelhouders, filialen, kantoren, financiële producten, rekeningen, winsten en dividenden, … Daar zitten heel wat functies tussen, maar de gezichten die daar bij horen, krijgen we nauwelijks of niet te zien.

Ik denk dat het dat is waar het u in essentie aan ontbreekt. Een menselijk gelaat. Die herkenbare contouren waarmee een mens zich kan vereenzelvigen, die hem vertrouwen geven, de zekerheid dat hij met een soortgenoot te maken heeft. Enfin, iets wat een mens laat voelen dat, wanneer hij zich met uw instelling inlaat, er iets gebeurt van mens tot mens.

Maar ik heb zo het vermoeden dat u daar niet direct van wakker ligt. Meer nog, dat het ontbreken van die menselijke gelaatstrekken u eigenlijk zeer goed uitkomt. Het geeft u meer mogelijkheden, meer ruimte, meer vrijheid. Welke vrijheid? Hoe zal ik dat zeggen? U kent ongetwijfeld deze uitdrukking: Niets menselijks is mij vreemd. Wel, met de vrijheid die ik bedoel, past u die uitdrukking in een handomdraai aan tot: Niets onmenselijks is mij vreemd.

Want dat is finaal het enige adjectief dat ik kan bedenken voor wat u met meer dan 3.500 van uw werknemers in ons land doet: onmenselijk. Werknemers, ik was ze in mijn lijstje hierboven nog vergeten. Als we ergens in uw drieletterige constructie nog een menselijk gezicht moeten zoeken, dan is het waarschijnlijk bij deze groep. En net bij deze groep wil u vandaag bloed doen vloeien. Zonder enige scrupule – ik wilde nog zeggen zonder blikken of blozen, maar dat kan niet, want u heeft geen menselijk gelaat – gooit u meer dan 3.500 mensen de straat op. Beste ING, ik word daar – samen met uw werknemers , veel van uw klanten en heel veel burgers – woedend van.

Weet u waarom? Omdat u een financiële instelling bent. En omdat u, samen met zoveel andere financiële instellingen, met het geld van de gemeenschap uit de stront gehaald bent, dus ook met het geld van uw werknemers. Omdat u in de voorbije tien jaar 10,9 miljard winst heeft gemaakt, omdat u 1,9 miljard notionele interestaftrek heeft genoten, omdat u in die tien jaar ook 7,2 miljard aan dividenden heeft uitgekeerd aan uw aandeelhouders. Omdat u dus, zacht uitgedrukt, een florerende business runt maar desalniettemin komt aandraven met de noodzaak en onvermijdelijkheid van herstructureringen. Omdat er straks meer dan 3.500 van uw werknemers het legertje werkzoekenden mogen vervoegen, net op het moment dat de regering 4,2 miljard euro extra wil besparen en aankondigt dat ze dat geld weer eens gaat zoeken bij de werklozen, dat de uitkeringen nog meer in de tijd beperkt zullen worden en dat wie teveel “vermogen” heeft van de werkloosheidsuitkering zal worden uitgesloten.

Ik word ook woedend omdat ik van u een mail krijg – want ja, ik ben een klant van u – waarin u mij uitlegt dat u natuurlijk veel begrip heeft voor de sociale onrust, maar dat de herstructureringen nu eenmaal nodig zijn om tegemoet te kunnen komen aan de wensen en eisen van de klant. Zo probeert u dus om de verantwoordelijkheid voor uw sociaal bloedbad doodleuk in de schoenen van uw klanten te schuiven.

Verder schrijft u mij ook dat ik me hoegenaamd geen zorgen moet maken, dat er voor mij als klant helemaal niets zal veranderen. Integendeel, ik mag me zelfs verwachten aan een nog betere dienstverlening. Wat u mij met andere woorden doodleuk komt vertellen, is dat ik maar niet moet wakker liggen van meer dan 3.500 mensen die de hakbijl op zich af zien komen. U wil dat ik uitsluitend bekommerd ben om mij rekeningen, mijn centen. En u wil dat ik gerustgesteld achterover leun, omdat mijn centen bij u nog altijd in goede handen zouden zijn. Verder geen vuiltje aan de lucht.

Maar waar ik helemaal woedend van word, beste ING, is dat u ook aan uw werknemers een mail heeft gestuurd. Aan al die mensen dus die nu bang zitten af te wachten of ze wel of niet bij die meer dan 3.500 weggesneden medewerkers zullen zijn. In die mail legt u hen uit hoe ze zich in deze moeilijke tijden tegenover de buitenwereld dienen te gedragen. U raadt hen aan om niet met journalisten te spreken, ze moeten doorverwijzen naar uw persdienst. U wil ook liever niet dat ze op Facebook iets over het naderende onheil communiceren. Als iemand vragen stelt, moeten ze dat maar negeren of afwimpelen.

U raadt de mensen die u straks wil offeren aan om zich van de buitenwereld af te sluiten, om zich achter gesloten deuren te verschansen. Ssssst, stil zijn, schuif de gordijnen dicht, knip de lichten uit, niet bewegen, geen geluid, hier is niemand thuis. Omdat u wil dat meer dan 3.500 mensen een getal blijven. Omdat u niet wil dat een getal verandert in menselijke gezichten, in menselijke verhalen over angst en wanhoop. U handelt alleen in getallen. U bent toch zo bang voor het menselijke gelaat.

Maar zonder twijfel de meest hallucinante richtlijn in uw mail is deze: “Deel uw woede niet.” U wil nog wel begrip opbrengen voor het feit dat uw herstructureringsplan woede opwekt. Maar dat mensen die woede ook zouden delen met andere mensen, dat gaat dan weer te ver. U zou liever zien dat uw werknemers allemaal apart in een hoekje gaan zitten kniezen, dat ze de tanden stevig op elkaar geklemd houden en hun woede en verontwaardiging manhaftig doorslikken. Werkelijk, al wat menselijk is, is u volkomen vreemd.

In Mechelen, beste ING, is vorige maand een nieuw stadsfestival van start gegaan: Op.Recht.Mechelen. Het centrale thema daarvan is “recht en rechtvaardigheid”. In het kader van dat festival regisseer ik bij een amateurgezelschap het toneelstuk “De dood en het meisje”. Het gaat over een samenleving die ontwaakt uit de nachtmerrie van een militaire dictatuur en zich moet buigen over de vraag hoe ze moet omgaan met de misdaden en misdadigers van het voorbije regime. Dat is natuurlijk nog wel andere koek dan uw herstructurering. Maar toch is er voor mij een verband.

Op last van de nieuwe president wordt een Commissie voor Waarheid en Verzoening opgericht, die het bijzonder pijnlijke hoofdstuk uit de geschiedenis van het land moet afsluiten. Het vrouwelijke hoofdpersonage, dat zelf onder het voorbije terreurbewind gefolterd en verkracht werd, zegt in dat verband: “Waarom moeten het altijd mensen als ik zijn die zich moeten opofferen – waarom altijd wij – waarom moeten wij altijd toegevingen doen als er iets moet toegegeven worden, waarom moet ik altijd mijn tong afbijten, waarom, zeg dat eens, waarom?”

De meer dan 3.500 mensen die u straks de onzekerheid injaagt en de duizenden die bij andere instellingen en bedrijven het geweld van de dictatoriale markt ondergaan, hebben veel gemeen met de slachtoffers uit “De dood en het meisje”. Het zijn altijd zij die zich bij de voldongen feiten moeten neerleggen, altijd zij die moeten toegeven, altijd zij die genoegen moeten nemen met de krokodillentranen en wat stoere verklaringen van politici in het halfrond. Het is altijd voor hen dat recht en rechtvaardigheid holle woorden blijken te zijn.

Sta mij toe, beste ING, om uw laakbare adviezen in de wind te gooien. Ik deel hierbij mijn woede. En ik hoop dat uw werknemers en uw klanten dat ook zullen blijven doen. Omdat ons niets menselijks vreemd is.

Het gezond verstand van Jan Jambon

handboeien

In juni dit jaar drong de politie in Borgerhout de woning binnen van een bejaarde Tsjetsjeense vrouw. De vrouw verbleef onwettig in ons land en werd opgepakt. Het optreden van de politie gebeurde zonder huiszoekingsbevel, wat leidde tot een discussie over de wettigheid van de actie. Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon oordeelt nu dat de politie het recht heeft om de woning van mensen zonder papieren op elk moment van dag of nacht binnen te vallen.

Onwettig verblijf is in ons land strafbaar. Een wet uit 1980 zegt dat je daarvoor een gevangenisstraf van maximaal drie maand kan krijgen. Wie binnen de tien jaar na een uitzetting opnieuw onwettig op het grondgebied vertoeft, riskeert een celstraf van maximaal één jaar.

In de praktijk wordt deze wet echter niet toegepast. Mensen worden niet opgesloten alleen maar omdat ze niet over de nodige papieren beschikken. Onwettig verblijf kan hooguit een verzwarend element zijn bij een veroordeling voor andere feiten.

Dat wijst erop dat in ons land het vervolgen en bestraffen van onwettig verblijf absoluut geen prioriteit is. Voorlopig voelt men gelukkig nog altijd aan dat het erg moeilijk is om onwettig verblijf als een misdrijf te beschouwen, ook al is het dan strikt genomen strafbaar. Het gaat niet om een daad waarbij sprake is van criminele intenties, waarbij bewust of onbewust schade wordt berokkend aan anderen. Onwettig verblijf is een precaire toestand waarin mensen uit noodzaak terecht komen en waarmee ze alleen zichzelf schade berokkenen. Weinig of geen rechten, overgeleverd aan huisjesmelkers en malafide werkgevers, armoede, een leven in de schaduw…hoe kan je dat iemand ten laste leggen? Nee, er heerst gelukkig nog altijd een consensus van het gezond verstand die zegt dat onwettig verblijf geen misdrijf is en dat wie zich in deze situatie bevindt geen misdadiger is.

Bij de N-VA zijn ze het daar overigens helemaal mee eens. In ieder geval was dat zo in 2012. In een nota over illegaliteit en criminaliteit van 12 juli dat jaar staat immers: “N-VA staat ABSOLUUT NIET voor een beleid waarbij alle vreemdelingen zonder wettig verblijf als criminelen zouden worden gekwalificeerd. Ook vinden wij NIET dat zij, om de enkele reden dat ze illegaal verblijven, in de gevangenis zouden moeten worden opgesloten. Illegaliteit op zich is geen afdoende motivering voor opsluiting; in de gevangenis horen integendeel enkel criminelen thuis die strafrechtelijke feiten hebben gepleegd en dit ongeacht hun (on)wettig verblijfsstatuut.”

Vier jaar later klinkt het helemaal anders. Vandaag zien we dat minister Jambon onwettige politionele acties, gericht tegen mensen met een onwettig verblijf die geen enkel crimineel feit op hun kerfstok hebben, aanvaardt, goedkeurt en zelfs aanmoedigt. Het grote argument daarvoor is de stelling dat onwettig verblijf een “voortdurend misdrijf” is.

Weg dus met het gezond verstand. Voortaan zijn mensen zonder papieren voor de N-VA zonder uitzondering misdadigers en is de schrijnende toestand waarin ze verkeren zonder meer een misdrijf. Meer nog, het is ook nog eens een “voortdurend misdrijf”. Dat mag dan wel een bestaande juridische kwalificatie zijn, met betrekking tot onwettig verblijf is het gebruik ervan behoorlijk absurd. Waar eerst het gezond verstand heerste, worden mensen zonder papieren nu plots tot “supercriminelen” gemaakt. Mensen die zonder ophouden, elke seconde van dag en nacht, bezig zijn met het begaan van hun misdrijf. Wat ze ook doen, alles maakt deel uit van het grote misdrijf. Hun hele bestaan op ons grondgebied valt ermee samen. En dus moeten ze volgens Jambon ook op elk moment van dag en nacht “op heterdaad” betrapt kunnen worden.

Nog in de nota van 2012 lezen we dat de N-VA uitdrukkelijk niet van plan is om een heksenjacht te organiseren. Vandaag is de jacht voluit geopend. Een jacht die ongetwijfeld alles te maken heeft met het feit dat het V-teken van de N-VA niet langer staat voor Verandering maar voor Veiligheid. Gewapend bestuur, militarisering van de openbare ruimte, hoge budgetten voor Defensie… Veiligheid is de nieuwe core-business van de partij. Een core-business die tientallen jaren toebehoorde aan de partij die in 2014 door de N-VA werd leeggezogen. Aan het tevreden houden van dat gedeelte van de achterban is blijkbaar zoveel gelegen dat de N-VA er zelfs haar communautaire agenda voor aan de kant schuift. Racisme, moslimhaat en angst zijn electoraal duidelijk veel interessanter dan hardcore flamingantisme.

De uitlatingen van Jambon illustreren wat we van de koerswijziging van de N-VA zoal kunnen verwachten. Ze leidt tot een versnelde en verdere uitholling van de rechtstaat. De criminalisering van al wie in precaire omstandigheden overleeft, is daartoe een voorwaarde.

Het zwijgen van dit bestuur is oorverdovend

Cq4rdjqWAAAIsF5

 

Er werd zaterdag in Mechelen een bijzondere voetbalwedstrijd gespeeld. Zaalvoetbal, met aan de ene kant een ploeg van Mechelse politici en aan de andere kant een ploeg van vluchtelingen, bewoners van het tijdelijke opvangcentrum aan de Nekkerhal. Een vriendschappelijke wedstrijd, glorieus gewonnen door het vluchtelingenteam. Voetbaltalent in overvloed.

Het initiatief voor deze wedstrijd kwam vanuit de Mechelse meerderheid. Het was dus meer dan zomaar gezellig een balletje trappen. Er zat ook een boodschap aan vast. Het stadsbestuur wilde duidelijk maken dat het de mensen in het opvangcentrum een warm hart toedraagt. Mooi zo.

Eind augustus werden de vluchtelingen ook al actief betrokken bij de twintigste editie van Maanrock, het muziekfestival dat in Mechelen elk jaar de zomervakantie afsluit. Studio Brussel maakte bij die gelegenheid een groepsfoto van de vluchtelingen samen met Marc Hendrickx (N-VA) en Kristof Calvo (Groen). Op de foto ook een citaat van laatstgenoemde: “We willen de nieuwe Mechelaars meteen het gevoel geven dat ze echt welkom zijn.” Goed zo.

Ondertussen weten we natuurlijk wel dat van de vluchtelingen die in het Mechelse centrum verblijven vrijwel niemand kans maakt op een erkenning. De meerderheid van deze mensen zal onverbiddelijk het land uitgewezen worden. Met een staatssecretaris voor Asiel en Migratie die van uitwijzen en uitzetten een soort olympische discipline maakt waarbij voortdurend records moeten verbroken worden, valt er weinig anders te verwachten.

We weten ook dat de weinige vluchtelingen die het geluk van een erkenning zullen mogen smaken, zich heel waarschijnlijk niet in Mechelen zullen kunnen vestigen. Er is voor die mensen in deze stad namelijk geen huisvesting beschikbaar. Het wordt zo goed als zeker verkassen naar Antwerpen of Brussel.

Maar kom, laten we de pret niet bederven. Ze zijn dus welkom in Mechelen. En er is nog meer goed nieuws.

Humane stad

Onze Mechelse burgervader Bart Somers is genomineerd voor de verkiezing van de World Mayor Prize. In januari mag hij zich misschien beste burgemeester van de wereld noemen. Voor deze verkiezing werden allemaal burgemeesters genomineerd die uitzonderlijke inspanningen leveren om vluchtelingen te verwelkomen en de integratie van migranten te bevorderen.

We hebben het dus nog niet zo slecht getroffen hier in Mechelen. En we weten dat het ook helemaal anders kan. Een kwartier rijden ten noorden van onze stad bijvoorbeeld gaat het er heel anders aan toe. Daar regeert een burgemeester die het gewapend bestuur predikt en geflankeerd wordt door een OCMW-voorzitter die er een erezaak van maakt om vluchtelingen niet te helpen.

Dan herinneren we ons liever de woorden die Bart Somers sprak toen in november vorig jaar werd aangekondigd dat er een tijdelijk opvangcentrum in Mechelen zou komen: “Wij zijn heel gastvrij en open naar gezinnen met kinderen. Dat is ook de meest kwetsbare groep. Als we beelden zien van moeders met huilende kinderen op de arm, die ’s nachts buiten slapen, dan is dat ondraaglijk. Voor deze groep moeten we in onze stad extra inspanningen doen. Mechelen is een humane stad, zonder angst, die 200 mensen van vlees en bloed wil helpen.”

We herinneren ons natuurlijk ook dat het stadsbestuur tot eind oktober nog resoluut weigerde om extra inspanningen te doen om vluchtelingen op te vangen. De stad zou twee Syrische gezinnen huisvesten, verder niets. En we weten ook nog dat eerste schepen Marc Hendrickx begin november verklaarde dat de stad die 200 mensen ging opvangen omdat het nu eenmaal niet anders kon, omdat de stad daar door het federale niveau anders toch toe verplicht zou worden. En dat kan je maar beter voor blijven, dat oogt beter.

Wat we ons ook nog herinneren, is dat Somers zich in zijn boek “Iedereen burgemeester” (2003) zorgen maakte over het feit dat asielzoekers die niet waren toegewezen aan het Mechelse OCMW, zich toch in zijn stad vestigden. Om dat te ontmoedigen, stelde hij voor om de uitkering van deze mensen met 30 tot 50% te verlagen.

In 2010, weten we ook nog, was het Somers die pleitte voor nieuwe maatregelen die het asielbeleid meer moesten afstemmen op ontmoediging en uitwijzing. “Meer opvangplaatsen creëren zal het aanzuigeffect alleen maar versterken. We hebben nood aan maatregelen die zowel de instroom beperken als de uitstroom vergroten”, zo klonk het toen. Er was volgens Somers nood aan een “efficiënter uitwijzingsbeleid”, waarbij hij bewonderend naar Nederland verwees, waar uitgewezen asielzoekers met 50 tot 60 tegelijk naar hun land van herkomst werden gevlogen. Daar ging het tenminste vooruit met de uitwijzingen. In 2011 werden heel wat van Somers’ voorstellen doorgevoerd.

En wat we ook nog weten, is dat Somers altijd vol lof was over het asiel- en migratiebeleid van zijn partijgenoten Annemie Turtelboom en Maggie De Block, waarvan met name de laatste niet bepaald kwistig was met blijken van menselijkheid.

Maar kom, laten we niet flauw of cynisch zijn. Vluchtelingen zijn hier welkom en de stad wil hen helpen.

Drie keer njet

Op zaterdag 10 september zal burgemeester Somers de gulhartigheid van zijn stad ten aanzien van vluchtelingen nog eens onderstrepen. Op die dag arriveert namelijk de “Inflatable Refugee” aan de Haverwerf. De “Inflatable Refugee” is een kunstwerk van het kunstenaarsduo Schellekens en Peleman. Deze zes meter hoge, opblaasbare vluchteling deed eerder al Venetië en Kopenhagen aan. Nu komt hij, in het kader van het stadsfestival Op.Recht.Mechelen, naar de Dijlestad gevaren en zal ook hier met zijn imposante allures het publiek ertoe dwingen stil te staan bij de aanhoudende vluchtelingencrisis. De “Inflatable Refugee” zal door Bart Somers officieel worden verwelkomd. Prima.

We denken natuurlijk ook even terug aan begin 2015. In februari van dat jaar trokken zo’n 300 vluchtelingen van vlees en bloed te voet van Brussel naar Antwerpen, om zo aandacht te vragen voor hun penibele situatie. Na een eerste dag stappen, kwamen ze toe in Mechelen. Daar bleven ze overnachten. De organisatoren van deze mars hadden aan het stadsbestuur gevraagd of het eventueel mee kon zorgen voor slaapplaatsen, of het OCMW deze mensen misschien een ontbijt zou kunnen aanbieden en of de burgemeester hen bij hun aankomst in de Dossinkazerne zou willen verwelkomen en hen kort toespreken. Het antwoord was een droog en drievoudig njet.

Maar kom, laten we…

Imago volstaat niet

Wacht even. Want dan is daar deze zomer plots Djellza. Een meisje dat zestien jaar geleden als baby in Mechelen toekwam, samen met haar familie, afkomstig uit Kosovo. Djellza groeide hier op en werd in alle opzichten een Mechels, Vlaams, Belgisch meisje. Tot de Dienst Vreemdelingenzaken deze zomer besliste om haar, samen met haar ouders en broers, het land uit te zetten. Ze moeten naar Kosovo. Een land waar Djellza nooit geweest is, dat ze niet kent, waar ze de taal niet kent. Vrienden en kennissen, advocaten, de kinderrechtencommissaris…allemaal zijn ze van mening dat dit een onredelijke en onmenselijke beslissing is.

En zie, het Mechelse stadsbestuur zwijgt in alle toonaarden. Niet één prominent politicus uit de meerderheid heeft over deze zaak iets te zeggen. Geen ronkende verklaringen in de pers, geen foto’s met klinkende citaten. Niets, helemaal niets.

Dit zwijgen is oorverdovend en ontluisterend. Het is makkelijk om vriendschappelijk te voetballen met vluchtelingen die wellicht nooit nieuwe Mechelaars zullen worden, makkelijk om mensen het gevoel te geven dat ze welkom zijn terwijl over hun lot toch elders wordt beslist, makkelijk om een symbolische vluchteling te verwelkomen, makkelijk om in Mechelen te spreken over een warme en menselijke samenleving en ondertussen in Brussel te pleiten voor een harde aanpak, makkelijk om een gastvrij imago te ontwikkelen en te zwijgen wanneer het er toe doet.

Nee, we willen nog altijd geen pretbedervers zijn, we willen nog altijd niet flauw of cynisch zijn. We waarderen nog altijd dat in Mechelen niet de Antwerpse oorlogsretoriek klinkt. We zijn nog altijd blij dat de stad 200 vluchtelingen heeft opgevangen, ook al was het dan omdat het moest. En we voetballen graag mee. Maar dat alles volstaat niet. Imago alleen volstaat niet. Zonder consequente stellingnames en daden is dat volstrekt ongeloofwaardig.

We wachten dus ongeduldig op duidelijke standpunten. Een Mechels meisje van zestien, dat haar toekomst in scherven ziet vallen en ondergedoken afwacht, verdient dat.

Calvo en Tommelein

zonnepanelen

Vanaf de dag dat Annemie Turtelboom haar omstreden Turteltaks lanceerde, was die het mikpunt van zware kritiek. Ook oppositiepartij Groen nam meteen ondubbelzinnig standpunt in. Bjorn Rzoska, fractievoorzitter in het Vlaams Parlement, zei in december 2015: “De regering Bourgeois moet de ongrondwettelijke Turteltaks meteen intrekken. De Turteltaks is oneerlijk, onduurzaam en ongrondwettelijk.” En in januari 2016 sprak ook voorzitter Meyrem Almaci duidelijke taal: “Dat men de Turteltaks onmiddellijk intrekt. Het is gewoon heel simpel: deze taks is niet solidair en niet evenredig.

We weten hoe het verder is gegaan. De Turteltaks werd in maart dit jaar van kracht, Turtelboom werd de laan uitgestuurd en partijgenoot Bart Tommelein mocht aantreden als nieuwe Vlaamse minister van Energie. En Tommelein had meteen een simpele boodschap: “Wil u dat de Turteltaks naar beneden gaat? Leg dan zo veel mogelijk zonnepanelen.” De bijkomende energieheffing blijft dus gehandhaafd, we moeten hem maar terugverdienen door te investeren in zonnepanelen.

Tommelein deed ook nog deze opmerkelijke uitspraak: “Het draagvlak voor hernieuwbare energie herstellen kan alleen maar als de politiek stopt met zwartepieten, overdrijven en naar het verleden wijzen.” Hier zien we duidelijk een stuk van de strategie achter het ontslag van Annemie Turtelboom: de boze heks is weg, we beginnen met een schone lei, laten we nu ophouden met het geruzie over de Turteltaks en vooruit kijken. Die onrechtvaardige en onwettelijke taks blijft dan wel op die “schone” lei plakken, maar dat is uiteraard een detail.

De nieuwe Vlaamse minister van Energie krijgt alvast bijval vanuit toch enigszins onverwachte hoek. In een column in De Morgen noemt Kristof Calvo, kamerlid voor Groen, de entree van Tommelein “een om toe te juichen”. “Dat Tommelein als eerste politicus van een traditionele familie het zonnepanelentrauma weet te overstijgen, verdient een pluim. Zijn aanmoediging aan de Vlamingen om weer voluit voor panelen op het dak te kiezen, is de juiste.” Allemaal goed en wel, maar zou meneer Calvo al eens even gekeken hebben wat die zonnepanelen voor een doorsnee gezin zoal kosten? Even Googelen leert al snel dat zo’n gezin ongeveer 32 vierkante meter panelen nodig heeft om het eigen jaarlijks gebruik te produceren. Dat is een investering van 5600 à 9000 euro. Ga dat eens vertellen aan die ontelbare mensen die moeten leven van een inkomen waarmee ze amper de maand rondkomen, aan wie in een appartement woont, of in een huurhuis, of in een huisje met te weinig oppervlakte op het dak.

Maar Calvo volgt Tommelein niet alleen in zijn promotie voor zonnepanelen. Hij schijnt ook niet langer een punt te maken van de Turteltaks: “Tijd dus om de pagina van de Freyafactuur en de Turteltaks om te slagen en werk te maken van een zonnedividend voor alle Vlamingen. Dat mag dan wat mij betreft zelfs de Tommelkorting heten.” Het intrekken van de Turteltaks is voor Calvo blijkbaar niet meer aan de orde. Net als Tommelein vindt hij dat daarover niet langer gezanikt moet worden. Benieuwd of dat ook een partijstandpunt is.