‘Italianen hebben het recht om niet bang te moeten zijn, een basisrecht waar de staat garant moet voor staan.’ Zo verantwoordt de nieuwe Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken een aantal nieuwe regels inzake migratie. Regels die rampzalige gevolgen zullen hebben voor mensen zonder papieren en die in het bijzonder de Romazigeuners in het land viseren. De nieuwe maatregelen komen er nadat in Napels, behalve een aantal afvalbergen, ook een Romazigeunerkamp door woedende burgers in brand werd gestoken. De politie liet begaan. In Rome ontruimde de politie zelf ook een aantal Romakampen, die nadien eveneens door burgers met de grond gelijk werden gemaakt. Het resultaat van een verkiezingscampagne waarin het onveiligheidsgevoel en de vreemdelingenhaat centraal stonden en die opnieuw een ultra-rechtse regering onder leiding van Silvio Berlusconi aan de macht heeft gebracht. Illegaal zijn wordt in Italië voortaan ondubbelzinnig gelijkgesteld met crimineel zijn en zal met onverbiddelijke en repressieve maatregelen bestreden worden. De Italiaanse burger moet zich veilig kunnen voelen.

In Zuid-Afrika heeft een uitspatting van xenofoob geweld aan meer dan vijftig mensen het leven gekost. Zo’n vijfentwintigduizend mensen zijn op de vlucht. Woedende Zuid-Afrikanen hebben het gemunt op iedereen die niet over de Zuid-Afrikaanse nationaliteit bezit. Met name de inwijkelingen uit Zimbabwe moeten het ontgelden. Ze worden letterlijk uitgerookt, opgejaagd en genadeloos geliquideerd.

Het hoeft niet te verwonderen dat het geweld losbrak in de armste en dichtst bevolkte townships van Johannesburg. Meer dan vijftig procent van de jonge zwarte Zuid-Afrikanen is werkloos, vier miljoen tweehonderdduizend Zuid-Afrikanen moeten met minder dan één dollar per dag overleven. Het ongenoegen van een extreem arme bevolking, die hoge verwachtingen koesterde toen Nelson Mandela president werd maar ondertussen nog altijd wacht op fundamentele verbeteringen, is groter dan ooit en laat zich al te gemakkelijk kanaliseren naar een klassieke zondebok: de vreemdeling. De vreemdelingen pikken alle jobs in, elke vreemdeling is een crimineel! Wie geen Zuid-Afrikaan is, heeft de eenvoudige keuze: oprotten of sterven! Het is een pijnlijke ontnuchtering voor de regenboognatie van Mandela, waar de apartheid verdreven wordt geacht en een respectvolle multiculturaliteit hoog in het vaandel wordt gedragen. Alle verdiensten van Mandela en aartsbisschop Tutu ten spijt, blijkt de regenboognatie vandaag een zeepbel. Voor de zwarte bevolking die in de krottenwijken verhongert, is die hele regenbooggedachte niets anders dan holle retoriek. De kleurenpracht van die idealistische metafoor kan namelijk geen hongerige magen stillen.

Bij ons worden voorlopig nog geen Romakampen uitgerookt en platgebrand, vreemdelingen worden nog niet uit hun huizen gejaagd en op straat levend verbrand. Bij ons heerst vooralsnog de kreet ’aanpassen of oprotten’  en nog niet ’oprotten of sterven’. Wat geenszins wil zeggen dat er in dit land niet hard gesleuteld wordt aan een zeer rigide oprotstrategie.

Zo lanceerde Minister van Migratie Annemie Turtelboom onlangs het voorstel om voor het nemen van beslissingen inzake de regularisatie van illegalen in ons land een puntensysteem te hanteren. Wie in aanmerking komt voor eventuele regularisatie, moet in dat systeem een score van zeventig op honderd halen, zoniet is elke kans verkeken. Officieel heet het dat de bevoegde instanties zo een ’objectief’ instrument in handen hebben om regularisatiedossiers te beoordelen en elke willekeur uit te sluiten. Maar wie een beetje vertrouwd is met de problematiek van asielzoekers in ons land en het puntensysteem van minister Turtelboom van nabij bekijkt, ziet al snel dat het hier gaat om een instrument dat de overheid in staat moet stellen om onder het mom van objectiviteit zoveel mogelijk dossiers af te wijzen.

Het systeem voorziet in vijf rubrieken: ‘Werk’ (op veertig punten), ‘Kinderen’ (op tien punten), ‘Taalkennis’ (op twintig punten), ‘Sociaalcultureel engagement’ (op twintig punten) en ‘Mening van de burgemeester’ (op tien punten). De meeste punten zijn te verdienen in de rubriek ‘Werk’. Daar vallen maar liefst veertig punten te verdienen. Wie in een knelpuntberoep werkt, verdient meteen de volle pot. Wie in een ander beroep werkt, krijgt er dertig. Iemand die ooit gewerkt heeft, sleept twintig punten in de wacht. Wie een werkaanbieding kan voorleggen, krijgt tien punten. Maar wie tijdens zijn verblijf in België nooit enige arbeid verricht heeft en ook geen vooruitzichten heeft, krijgt een onverbiddelijke nul.

Er stellen zich hier meteen een aantal problemen. Om te beginnen is het voor asielzoekers lang niet evident om te werken. Het is heel eenvoudig: wie illegaal in ons land verblijft, mág niet werken. Een werkvergunning wordt alleen toegekend aan wie zich in de asielprocedure bevindt en dus legaal op het grondgebied verblijft. Binnen het verloop van die procedure kan een asielzoeker meerdere keren wisselen tussen een legaal en een illegaal statuut. Vandaag mag je werken, morgen niet, overmorgen misschien weer wel. Dat maakt dat asielzoekers, vanuit een werkgeversstandpunt gezien, niet echt als stabiele werkkrachten beschouwd kunnen worden. Werkgevers mogen uiteraard geen illegalen tewerkstellen. Ze riskeren stevige boetes als ze dat wel doen. De kansen voor asielzoekers op de arbeidsmarkt zijn bijgevolg bijzonder klein.

Regularisatie is voor veel asielzoekers een laatste kans, de laatste hoop nadat ze in alle fases van de procedure afgewezen zijn. Het lijkt evident dat in het schuifje ‘regularisatie’ vooral mensen terechtkomen die ten einde raad zijn. Mensen die illegaal zijn dus. Werken is er voor hen, legaal tenminste, niet bij, en zwartwerk telt voor minister Turtelboom niet mee. Voor het merendeel van de kandidaten voor regularisatie vallen er in de rubriek ‘Werk’ dus hooguit twintig punten te verdienen.

Hier blijkt duidelijk wat het werkelijke criterium is in dit puntensysteem: economische bruikbaarheid. Het systeem is erop gericht die mensen te selecteren die bruikbaar zijn voor de Belgische markt. Wie nooit in België gewerkt heeft, kan zijn of haar regularisatie vergeten. Alle overige categorieën kunnen samen immers maar een maximumscore van zestig punten opleveren. Nul op ‘Werk’ is dus gelijk aan oprotten. De laagste score voor ‘Werk’ is tien punten, te verdienen wanneer je een werkaanbieding hebt. Wie deze tien punten binnen heeft, moet dan wel voor alle andere categorieën de maximumscore verzilveren om zo aan een totaal van zeventig punten te komen. Weinig waarschijnlijk. Ook wie twintig scoort op ‘Werk’, maakt weinig kans om de nodige vijftig punten nog bij mekaar te krijgen in de overige rubrieken.

Wie bijvoorbeeld geen kinderen heeft, loopt al tien punten mis in de rubriek ‘Kinderen’. In de rubriek ‘Taalkennis’ levert een goede kennis van een van de landstalen twintig punten op, een basiskennis tien punten. Maar welke citeria zullen hier gehanteerd worden om uit te maken wie een goede kennis van Frans of Nederlands heeft en wie een basiskennis? Kennis van onze taal is een eis die makkelijk geformuleerd is, maar wie de reële sociale leefomstandigheden van asielzoekers kent en weet hoe zwaar de psyschische druk is waaronder deze mensen gebukt gaan, weet ook dat het aanleren van een nieuwe taal voor veel van deze mensen allerminst vanzelfsprekend is. Slechte huisvesting, een minimaal of geen inkomen, weinig of geen werkkansen, de voortdurende confrontatie met een vijandige en vaak racistische omgeving, veelvuldige fysieke en psychische gezondheidsproblemen…het zijn niet bepaald omstandigheden waarin een mens vrolijk en vlotjes een vreemde taal gaat studeren. Ondanks de grote onzekerheid waarin deze mensen moeten overleven, doen velen onder hen hun uiterste best om zich onze taal min of meer eigen te maken, maar begrijpelijkerwijs komen ze zelden verder dan een basiskennis. Benieuwd hoeveel mensen er in de rubriek ‘Taalkennis’ het maximum zullen scoren.

‘Sociaalcultureel engagement’ is een rubriek waarin je twintig punten krijgt voor een actieve inzet, tien punten voor een zwakke inzet, nul als je geen bewijsbare inzet kan voorleggen. ‘Actieve’ en ‘zwakke’ inzet zijn erg vage criteria. En wat is nu precies sociaalcultureel engagement? Lid zijn van een voetbalploeg, een kaartclub? Regelmatig op café zitten? Een bibliotheekkaart hebben? Amateurtoneel spelen? En kan in deze van asielzoekers iets geëist worden waaraan zoveel autochtone medeburgers waarschijnlijk ook niet beantwoorden?

En dan is er nog de rubriek ‘Mening van de burgemeester’. Als de burgemeester zich positief uitspreekt over een kandidaat voor regularisatie, levert hem dat tien punten op. Als de burgemeester zich negatief uitlaat, dan worden er tien punten van het totaal afgetrokken. Als de burgemeester geen mening heeft, nul punten. Je zal als asielzoeker maar gezegend zijn met een rechts gezinde burgemeester.

‘De markt is efficiënt, maar heeft hart noch hersens’. Dat schrijft professor Paul Samuelson, nobelprijswinnaar economie. Het puntensysteem van minister Turtelboom is daarvan een perfecte illustratie. De markt is een nooit eindigende wedstrijd. Concurrentie en winst staan centraal. Succes wordt uitgedrukt in cijfers en punten. Mededogen heeft daarin geen enkele plaats. Turtelboom trekt deze logica door naar een problematiek waarbij de vraag gesteld wordt wie wel en wie niet tot onze samenleving mag behoren. Of beter, waar de samenleving uitmaakt wie ze wel en wie ze niet wenst op te vangen. Bij het beantwoorden van die vraag worden beleidsmakers enkel en alleen geleid door economisch eigenbelang. Mededogen wordt omgezet in winstperspectieven.

Het cynisme hiervan wordt duidelijk in de woorden van Sven Gatz, die als partijgenoot het zeventig punten systeem van Turtelboom verdedigt: ‘Het zwaartepunt van Turtelbooms criteria zou te economisch gericht zijn. So what? Moet het meer OCMW-gericht zijn misschien?’ Gatz speelt hier natuurlijk op het platte populistische argument dat asielzoekers voorstelt als profiteurs die de budgetten van het OCMW komen opsouperen. Maar meer dan dat onthult hij de schaamteloosheid van een beleid dat volledig gemodelleerd wordt naar de dictaten van de markt. De belangeloze opvang van wie noodlijdend is, is eenvoudigweg geen optie meer. So what!

Er is niets nieuws onder de Turtelboom. Al jarenlang wordt er gediscussieerd over welke criteria gehanteerd moeten worden inzake regularisatie. De criteria zijn al lang gekend, ze zijn vanzelfsprekend en dringen zich altijd opnieuw op. Het is een valse discussie. In werkelijkheid gaat ze over de vraag hoe de onontkoombare criteria gehanteerd moeten worden om zoveel mogelijk dossiers te kunnen afwijzen. Het probleem daarbij is dat de criteria allemaal thuishoren in het straatje van de menselijkheid, van het mededogen. Ze zijn dus niet compatibel met de marktlogica. Het puntensysteem van Turtelboom is opnieuw een poging om menselijke criteria om te zetten in zakelijke. Hoe verder men daarin gaat, hoe minder men kan maskeren wat de grondslag is van het beleid: wie iets opbrengt mag blijven, al de rest vliegt eruit.

Advertenties