Woensdagmiddag, 23 juli. Ik rol mijn slaapmatje en slaapzak uit op het Martelaarsplein, hartje Brussel. De komende vierentwintig uur zal ik hier doorbrengen, samen met tientallen sympathisanten van de sans papiers die op verschillende locaties in het Brusselse al ruim twee maand in hongerstaking zijn. Tot donderdagmiddag zullen we niets eten en alleen water, koffie en thee drinken. Een symbolische kleine hongerstaking uit solidariteit met de ontelbare mensen in dit land die eindeloos wachten op een duidelijk beleid dat hen misschien de mogelijkheid geeft om hun verblijfssituatie te regulariseren. Onze eisen zijn helder. Ten eerste moet minister Turtelboom nu eindelijk maar eens haar lang verwachte omzendbrief publiceren, met een duidelijke omschrijving van menselijke (geen economische) criteria voor regularisatie. Ten tweede moet er een dringende oplossing komen voor de kritieke situatie van de hongerstakers. Een paar weken terug is met hun medestanders in de Begijnhofkerk een aanvaardbaar akkoord gesloten, het lijkt ons billijk om voor iedereen dezelfde voorwaarden te vragen. Het moet duidelijk zijn dat hongerstakingen alleen maar het gevolg zijn van uitblijvende duidelijkheid.

Eén van de mannen die dag in dag uit met veel toewijding het monument op het Martelaarsplein onderhouden, neemt de microfoon. Hij wil ons zijn steun betuigen en ons kort iets vertellen over de plaats waar we ons bevinden. Over de hele oppervlakte van het plein liggen de restanten begraven van strijders die in 1830 hun leven gaven voor de Belgische onafhankelijkheid. De aanwezige sans papiers krijgen van hem een rondleiding door het monument. Een mooi gebaar, maar ongewild ook cynisch. Een geleid bezoek aan een monument ter nagedachtenis van de martelaars voor een onafhankelijk België door mensen die in dat België niet welkom zijn en straks mogelijk de martelaars moeten worden voor een open en gastvrij België, ontdaan van alle irrationele angsten.

In de Kamer wordt minister Leterme en zijn regeringsgenoten het vuur aan de schenen gelegd over meer dan een jaar non-beleid. Vragen over de asielkwestie zijn niet voorzien, maar een politica van Ecolo weet toch nog een vraag aan minister Turtelboom te forceren. Haar antwoord is schokkend helder. Zij acht zich niet verantwoordelijk voor wat er met de hongerstakers gebeurt. De eerste verantwoordelijken zijn volgens haar de mensen die niet eten en vervolgens hebben ook diegenen die hen steunen en onderdak bieden boter op het hoofd. De minister vertrekt dit weekend met vakantie. Een akkoord op de valreep lijkt verder weg dan ooit.

Een oude politieke wijsheid zegt dat grote welvaart en weelde een grote bedreiging vormen voor een welvarend land. België is een zeer welvarend land. Door een politiek beleid dat zich verkrampt toespitst op het behoud en de vermeerdering van de rijkdom, dreigt de Belgische overheid in dramatische menselijke kwesties zoals die van de sans papiers te vervallen in een schandelijke onverschilligheid. Dat is voorlopig nog niet onomkeerbaar. Zodra in Brussel een eerste dode valt, is het dat wel. Er moet gehandeld worden. Nu. Het gaat in deze kwestie om de waardigheid en de bescherming van menselijke levens. Het gaat om mensen die naar België kwamen met slechts één hoop: de hoop hier een land te vinden dat hen de mogelijkheid biedt om een menswaardig leven te leiden, in vrede en veiligheid. Integendeel zien zij zich geconfronteerd met de vijandigheid en onverschilligheid van de Belgische autoriteiten. Er rest hen dan ook weinig anders dan het extreme drukkingmiddel van de langzame hongerdood. ‘Chantage’ noemen onze politici dat. Maar hoe kunnen de acties van de zwaksten onder de zwakken, gericht tegen de onmenselijkheid van diegenen die alle macht en beslissingsrecht in handen hebben, chantage zijn? Er bestaat voor dit soort acties maar één naam: wanhoop. Ik daag elke politicus in dit land uit om de hongerstakers in alle ernst en in het gezicht te komen zeggen dat ze dit alleen maar doen om te chanteren, dat het riskeren van hun leven alleen maar een uiting is van charlatanerie, dat ze geen valabele redenen hebben om hun land te verlaten en aan te kloppen aan de Belgische deur.

Donderdagmiddag, 24 juli. Meer dan zevenhonderd mensen hebben korte of lange tijd op het Martelaarsplein doorgebracht en hun solidariteit betuigd met de sans papiers. Minister Leterme heeft toegezegd om een delegatie te ontvangen in de Wetstraat. Met een tiental mensen nemen we plaats aan een lange vergadertafel. Het antwoord van de premier op onze twee eisen is verhelderend vaag. De kans dat de kwestie vrijdag nog op de agenda komt, is erg klein. Een omzendbrief kan er niet snel komen, want het gaat om een uitgebreide en complexe zaak. En dan zegt Leterme dat hij een hongerstaking als actiemiddel in een democratie onaanvaardbaar vindt. Het is chantage en hij zal er nooit aan toegeven. Hij doet een oproep om deze acties onmiddellijk stop te zetten. Deze mensen moeten tegen zichzelf beschermd worden. Ik geloof mijn oren niet. Voor mij is verzet een onmiskenbaar democratisch recht. En in hun verzet kunnen mensen alleen maar inzetten wat ze hebben. Voor mensen van wie het bestaan niet eens officieel erkend wordt, is dat helaas niet veel meer dan hun papierloos leven. In de democratie van Leterme is dit verzet onaanvaardbaar en moet wie zich eraan bezondigt tegen zichzelf beschermd worden, lees de mond gesnoerd.

Daniel Alliet, priester van de Begijnhofkerk en onvermoeibaar verdediger van de sans papiers, dient de premier gevat van antwoord. Niemand is vóór een hongerstaking, ook de hongerstakers zelf niet. Je kan het vergelijken met een zelfmoordpoging. Als iemand zich van het leven wil beroven, dan kan je daar moeilijk vóór zijn, maar je moet er zijn. Het gaat namelijk om een noodsignaal, iemand probeert wanhopig duidelijk te maken dat er iets fundamenteel mis is. Je kan iemand die in grote psychische nood verkeert en daarom een eind aan zijn leven probeert te maken niet in het gezicht slingeren dat zijn daad onaanvaardbaar en ondemocratisch is. Je moet er zijn voor zo iemand, nagaan waar de oorzaken liggen en daar iets aan doen. Wat meneer Leterme en zijn regering doen, is steevast de andere kant opkijken en halsstarrig weigeren te zien dat aan de basis van deze noodacties duidelijke en te verhelpen oorzaken liggen, waarvoor in eerste instantie het beleid verantwoordelijk is.

Ik rol mijn slaapmatje en slaapzak weer op. De regering vertrekt met vakantie. Op het Martelaarsplein broeit het van strijdvaardigheid. Men oogst wat men zaait. Dit verzet laat zich de mond niet snoeren. Omdat een land als het onze, dat zich graag geciviliseerd en democratisch noemt, de plicht heeft alles in het werk te stellen om zoveel mogelijk mensen te redden, niet om hen te laten verhongeren.

Advertenties