Beste Yves,

Vorige donderdag, 24 juli, maakte ik deel uit van een delegatie van actievoerders die in de Wetstraat door jou persoonlijk ontvangen werd. We hadden toen een vierentwintig uur durende hongerwake op het Martelaarsplein achter de rug, in solidariteit met de sans papiers die op dat moment al meer dan twee maand in hongerstaking waren. Tijdens ons onderhoud heb je een paar uitspraken gedaan die mij bijzonder getroffen hebben. Er was donderdag te weinig tijd om er op te antwoorden, vandaar deze brief.

Je stelde dat een hongerstaking in een democratie een onaanvaardbaar drukkingsmiddel is, omdat het mensenlevens in gevaar brengt. Dat laatste is waar. Maar zijn deze mensen om te beginnen niet naar ons land gekomen precies omdat hun leven, of minstens de waardigheid ervan, in gevaar is? In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, is de hongerstaking geen actie waartoe de sans papiers door obscure groeperingen aangezet worden. Het is hun vrije keuze. Niet om hun leven in gevaar te bréngen, maar omdat hun leven al lang in gevaar ís. Omdat ze hopen hier bescherming te vinden, maar niets anders treffen dan vijandigheid en onverschilligheid.

Ik geloof dat in een democratie iedereen het fundamentele recht heeft om verzet aan te tekenen. Protestmarsen, betogingen, burgerlijke ongehoorzaamheid, stakingen, dat zijn allemaal legitieme vormen van verzet. En wie verzet aantekent, kan daarbij alleen maar inzetten wat hij heeft. In het geval van de sans papiers is dat helaas weinig meer dan hun leven. Uit de geschiedenisboeken kennen we allemaal een beroemd en op handen gedragen hongerstaker: Mahatma Ghandi. Zou je voor de camera net zo makkelijk verklaren dat Ghandi zich bediende van een onaanvaardbaar drukkingsmiddel?

Je zei ook dat een hongerstaking een vorm van chantage is, waaraan nooit gevolg kan worden gegeven. Maar wat is chantage? Als ik iemand wil dwingen om te doen wat ik vraag, dan moet ik iets in handen hebben waarmee ik hem schade kan berokkenen als hij weigert op mijn eisen in te gaan. Wat hebben sans papiers nu in handen om jou of je collega’s te raken? Niets. Niet eens hun hongerdood kan iemand van deze regering treffen. Moest dat wel zo zijn, dan was de ministerraad vrijdag niet zonder akkoord uiteen gegaan.

Je zei dat de hongerstakers tegen zichzelf beschermd moeten worden. Dat is een stelling die voor mij volledig voorbij gaat aan elke realiteit aangaande de problematiek van vluchtelingen. Er zijn op dit moment wereldwijd zevenendertig miljoen vluchtelingen. Een minderheid daarvan komt naar Europa. Ze zijn slachtoffer van oorlog, geweld, vervolging, mishandeling. En ook al is armoede in de conventie van Genève niet opgenomen als legitieme reden om aanspraak te kunnen maken op het statuut van vluchteling, toch kan niet ontkend worden dat economische uitsluiting een structureel geweld vormt dat aan miljarden mensen de kans op een menswaardig bestaan ontneemt. Voormalig VN-voedselrapporteur Jean Ziegler is daar duidelijk over: ‘Elke twee seconden sterft iemand van honger. Elke avond gaan 850 miljoen mensen met honger naar bed. Dat is misdadig, want ons huidige landbouwsysteem is in staat om 12 miljard mensen te voeden. Elk kind dat vandaag van honger sterft, wordt eigenlijk vermoord.’ Ook armoede en honger drijven mensen op de vlucht. Het is tegen al deze vormen van geweld en onrecht dat deze mensen beschermd moeten worden, niet tegen zichzelf. Maar in Europa, en dus ook in België, wordt het recht op bescherming hoe langer hoe meer uitgehold. Het Europese asielbeleid is er vooral op gericht Europa te beschermen tegen de komst van vluchtelingen, in plaats van vluchtelingen te beschermen tegen wat hen bedreigt. Bjarte Vandvik, secretaris-generaal van de Europese vluchtelingenrechtorganisatie ECRE merkte in dat verband terecht op dat de creatie van een gemeenschappelijk Europees asielbeleid weinig zin heeft als mensen Europa niet kunnen bereiken.

Je besloot ons onderhoud met de volgende woorden: ‘Allez, courage.’ Is dat samengevat je boodschap voor de sans papiers? We gaan niets voor jullie doen, maar ‘allez, courage’? Ik ben nooit eerder ontvangen door een premier. Het was de moeite waard en ik vind dat iedereen die kans eens zou moeten krijgen. Waarom? Omdat in zo’n tête a tête op zijn minst één verontrustende realiteit heel zichtbaar wordt: de afstand tussen de politicus en de burger. Het lijkt een onontkoombaar verhaal, de politicus die altijd wel een sympathiek verleden als ‘gewone jongen’ heeft, maar eenmaal aan de top vooral zelf moet verkondigen hoe dicht hij nog wel bij de burger staat.

De delegatie heeft jou donderdag een meters lange rol papier overhandigd, met daarop boodschappen van mensen die hebben deelgenomen aan de hongerwake. Toegegeven, niet bepaald handig om aan je bureau of thuis in een comfortabele stoel ter hand te nemen. Je hebt er voor de camera’s geïnteresseerd naar gekeken, maar ik geloof eerlijk gezegd niet dat je de moeite zult nemen om de hele rol door te nemen. Dat is ook niet echt nodig. Als je maar weet dat hij vol staat met boodschappen van Belgische burgers die verontwaardigd zijn over de manier waarop hun regering omgaat met asielzoekers. Toen we de papierrol overhandigden, bedacht ik dat ik zelf vergeten was er iets op te schrijven. Dat wil ik graag nog even rechtzetten. Het volgende wil ik er postuum aan toevoegen: ‘Ik geloof dat een groot politicus zich onderscheidt wanneer hij op cruciale momenten, in de meest netelige dossiers, tegen de heersende opinie en electorale logica in, duidelijk standpunt durft in te nemen in het belang van de allerzwaksten.’

In deze regering onderscheidt voorlopig niemand zich, tenzij in besluiteloosheid en gebrek aan ook maar de minste politieke moed. Maar misschien kan een beetje vakantie daar verandering in brengen. Ik wens het je van harte toe. Allez, meneer de eerste minister, courage!

Advertenties