De VRT zendt dezer dagen opnieuw de oude successerie ‘De Collega’s’ uit. In de aflevering van 18 september heerst onder de olijke ambtenaren grote ontsteltenis, nadat de inhoud van de ‘zwarte kas’ gestolen blijkt te zijn. De kasbewaarder, de rondbuikige goedzak Jomme Dockx, is er het hart van in. Ogenblikkelijk wordt een onderzoek ingesteld. Al snel valt de verdenking op Hilaire Baconfoy, de Brusselse bode. De Collega’s troepen samen rond zijn bureau, dat zich op de gang bevindt, en proberen hem een bekentenis te ontlokken. ‘Het zijn altijd de Brusselaars die van alles verdacht worden’, verweert Hilaire zich. ‘Natuurlijk’, antwoordt Jomme Dockx, ‘de Brusselaars hebben al wel meer gestolen.’ Als Hilaire vraagt wat er dan zoal bedoeld wordt, antwoordt Jomme zonder verpinken:‘Grondgebied.’

Toen ‘De Collega’s’ in 1978 voor het eerst op het scherm kwamen, had wellicht niemand durven stellen dat dit tafereel iets profetisch had, want dat het land dertig jaar later in een politieke oorlog verwikkeld zou zijn. Een oorlog waarin redelijkheid en nuance ver te zoeken zouden zijn, waarin populistische Vlaamse roergangers de Franstalige gemeenschap zouden beschuldigen van profitariaat, diefstal en taalimperialisme, een oorlog waarvan de inzet niets minder zou zijn dan een definitieve boedelscheiding, de omvorming van taalgrens tot landsgrens, ‘meer Vlaanderen’ en‘Vlaanderen onafhankelijk’ zouden in deze oorlog de strijdkreten zijn. Niemand zou dat geloofd hebben. Want iedereen wist toch dat de twee taalgemeenschappen altijd wel tot een of ander vergelijk kwamen. Een onafhankelijk Vlaanderen was toen alleen maar de natte droom van extremisten.

Vandaag is de politieke oorlog een feit. Enig vergelijk lijkt voorgoed onmogelijk. Niemand haalt het nog in zijn hoofd om te ontkennen dat het land verzeild is geraakt in een uitzichtloze crisis. Een crisis met schijnbaar maar een enkele inzet: grondgebied. Overal klinkt dezelfde wanhopige vraag:‘Wat valt hier nu in godsnaam nog over te zeggen?!’ Het antwoord lijkt duidelijk: niets. De ontwikkelingen sinds 10 juni 2007 laten zich lezen als de kroniek van een aangekondigd debacle. Een kind had het hele verhaal kunnen voorspellen. Het circus behoeft geen analyse. Waarom er nog iets over schrijven?

Uit verschillende peilingen blijkt dat de meerderheid van de Vlaamse bevolking geen enkele interesse meer heeft in de politieke situatie. ‘Wie kan er nu nog volgen?’ Dat is de algemene teneur. Wel, precies daarin ligt de noodzaak om over de politieke wantoestand te blijven spreken en schrijven. Omdat het verontrustend is te zien hoe de bevolking zich, in antwoord op onaanvaardbare ontwikkelingen, terugtrekt in de onverschilligheid. Omdat deze reactie in wezen blootlegt dat er in dit land geen sprake kan zijn van een goed functionerend democratisch systeem.

‘Men kan de kwaliteit van een democratie afmeten aan de mate waarin er een macht bestaat van onderuit – een macht gebaseerd op verzet en kritiek, die zijn plaats heeft in het middenveld en van daaruit zowel de formele politiek als de formele economie kan beïnvloeden. Als dat middenveld stilvalt, is de democratie er slecht aan toe.’ Dat schrijft Jan Blommaert in zijn boek ‘De crisis van de democratie’.

Onze democratie ís er slecht aan toe. De macht van onderuit bestaat niet meer of is zwak. Dat heeft alles te maken met hoe onze democratie in de laatste decennia geconcipieerd is. De oorsprong daarvan moet waarschijnlijk gezocht worden in de jaren ’70 en ’80 van vorige eeuw, wanneer het naoorlogse concept van de verzorgingsstaat plaats moet ruimen voor de bikkelharde neoliberale vrije markt. Grote roergangers als Ronald Reagan en Margaret Thatcher leggen de wereld het model van de moderne vechtmaatschappij op. In die context ontwikkelt zich ook bij ons een nieuwe politieke cultuur waarin de individuele burger centraal staat. In die nieuwe politieke cultuur wordt uitgegaan van de (dubieuze) gedachte dat alle burgers per definitie gelijk zijn en ook gelijke kansen hebben. Elke burger wordt verondersteld een goed geïnformeerd, ontwikkeld en weldenkend individu te zijn dat geheel zelfstandig functioneert. De gemeenschap, en dus ook de overheid, kan niet meer verantwoordelijk worden gesteld voor het welzijn van de burger, de burger is verantwoordelijk voor zichzelf.

Dat heeft gevolgen voor de perceptie van het politieke bedrijf. Er wordt niet meer gedacht in termen van collectiviteit, maar in termen van individueel belang. De kiezer kiest niet meer voor een collectief belang, maar voor wat hem persoonlijk het meeste baat kan brengen. Politiek heeft vandaag weinig of niets meer te maken met grote verhalen, met idealen, met maatschappelijke projecten. In een samenleving waar alles draait om winst, is de politiek in alle opzichten een bedrijf geworden, dat volledig volgens de marktlogica wordt gerund. Ze is een commercieel product. Het komt erop aan dat zo goed mogelijk te verkopen.

Commercialisering van de politiek leidt onvermijdelijk tot uitholling en vervlakking. De afstand tussen burger en politiek wordt vervolgens almaar groter. In commerciële transacties, die verlopen volgens de regels van verkoopstrategieën, is een open en eerlijke communicatie immers uitgesloten. En wanneer de communicatie tussen politiek en burger terugvalt op een publiciteitsniveau, wordt onvermijdelijk het politieke bewustzijn van de burger aangetast. Geen politiek bewustzijn resulteert tenslotte in politieke desinteresse. Er is dan geen sprake meer van een levendige politieke cultuur. De motor van de democratie sputtert.

De huidige crisis demonstreert dit democratisch falen ten volle. Zelden was het politieke bedrijf een grotere vaudeville. De clownerie wordt aangevoerd door populisten, kampioenen in het debiteren van holle frasen. Het is pijnlijk om te zien hoe dit circus zo veel onverschilligheid en zo weinig verzet verwekt. Want ondertussen komt de sociale zekerheid op de helling te staan, wordt de solidariteit tussen de verschillende gemeenschappen ondermijnt, kondigt zich een beursramp aan, liggen asielzoekers te verhongeren, stijgt de energiefactuur, wordt de winkelkar maandelijks duurder, kan niemand nog een fatsoenlijke woning kopen of huren, is ons land geruisloos toegetreden tot de ‘Coalition of the Willing’, zijn in Afghanistan de eerste Belgische gewonden gevallen, verliezen honderden mensen hun job. Het kapitalistische systeem is volop bezig zijn vernietigende werking te etaleren. De wereldeconomie is in handen van hebzuchtige speculanten. Hun winsthonger leidt tot nooit geziene catastrofes. Zelfs de rechts liberale Franse president Sarkozy zegt vandaag publiekelijk dat het systeem geperverteerd is. Moeten we werkelijk geloven dat een zelfstandig Vlaams grondgebied de Vlamingen zal behoeden voor deze perversie?

In de onverschilligheid worden we allemaal Jomme Dockxen en vormen we een kleurloze troep klootjesvolk die stilzwijgend instemt met alle simplismen die van hogerhand worden aangepraat en waarmee een beleid wordt verantwoord waarvoor dat klootjesvolk uiteindelijk het gelag mag betalen. We worden passieve toeschouwers van de politieke oorlog om ‘gestolen grondgebied’, die in werkelijkheid alleen draait om het politieke en economische belang van de elites. Het wordt allemaal kernachtig samengevat in een slogan die op grote reclameborden naast het portret van topmanager Karel Vinck te lezen staat: ‘Meetellen is willen winnen.’

Dit land heeft nood aan een flinke dosis gezonde woede. Er moet opnieuw gewerkt worden aan een ‘macht van onderuit’ die daadwerkelijk bij machte kan zijn om een wezenlijke invloed uit te oefenen. Daarom steun ik ten volle initiatieven als ‘Red de Solidariteit’ en de ‘Vooruitgroep’, groeperingen vanuit syndicale en intellectuele middens die met een inhoudelijk sterke argumentatie ingaan tegen de simplistische logica van het separatisme. Daarom steun ik ten volle de acties van mensen zonder papieren. De asielproblematiek is voor mij misschien wel het terrein waarop de communautarisering zich van zijn meest perverse kant laat zien. Daarom sta ik volledig achter het groeiende syndicale verzet. Het zijn allemaal hoopvolle tekens van een ontwakende Jomme Dockx.

Advertenties