Vandaag, 30 januari, publiceert De Morgen een opniniestuk van Michael Freilich (hoofdredacteur van het tijdschrift ‘Joods Actueel’), mede ondertekend door een aantal politici, professoren en publicisten. In deze tekst wordt gesteld dat Israël slachtoffer is van een selectieve verontwaardiging. U kan het opiniestuk lezen op de website van De Morgen.

In antwoord op deze tekst stuurde ik volgende lezersbrief aan de redactie van De Morgen.

Slachtofferwaan

De oorlogsgezinde leiders van Israël en hun binnen en buitenlandse pleitbezorgers lijden aan een merkwaardig complex: de ‘exclusieve slachtofferwaan’. In dit waanbeeld valt elk denkbaar onrecht hen, en met hen het Joodse volk, altijd in exclusieve proporties ten deel. Dat heeft natuurlijk veel te maken met het ontzaglijk onrecht dat het Joodse volk doorheen de geschiedenis ten deel is gevallen. Geen zinnig mens zal al dat onrecht ontkennen en alleen de Holocaust volstaat om het Joodse slachtoffercomplex te begrijpen.

Maar dat deze slachtofferwaan ook absurde vormen aanneemt, werd nog maar eens duidelijk in het opiniestuk van Michaël Freilich en co (DM, 30 januari). Daarin stellen de auteurs dat de Israëlische staat door VN rapporteurs en activisten buitenproportioneel bekritiseerd wordt voor de recente militaire aanval op Gaza. De Israëlische agressie heeft 1400 doden en 4500 gewonden gekost, zo’n 4000 gebouwen zijn in puin gelegd, de bevolking in Gaza is meer dan ooit verstoken van voedsel en medische hulp. Maar Freilich en co vinden dat Israël het slachtoffer is van een onrechtvaardige kritiekgolf. Om dat te argumenteren, verwijzen ze naar de Russische oorlogen in Tsjetsjenië, de militaire operaties van de NAVO in Servië en Kosovo en de door de VS geleide oorlogen in Afghanistan en Irak. Rusland, de NAVO en de VS zouden voor hun agressies veel minder kritiek gekregen hebben. En dat is dus niet eerlijk. Het moge duidelijk zijn dat Israël vandaag buitensporig geviseerd wordt. Meer nog, de Joodse staat is weer maar eens het slachtoffer van een weldoordachte demoniseringscampagne.

Dit betoog is niet alleen absurd, het is ook onjuist. Tegen alle genoemde oorlogen is wereldwijd op grote schaal protest gevoerd, in elk van deze conflicten stemde de VN veroordelende resoluties en werd gepleit voor grondig onderzoek naar excessen. Als het vandaag voor Israëlgezinde lieden misschien lijkt dat Israël plots overdadig kritiek moet slikken, zou dat dan niets te maken kunnen hebben met het feit dat de agressie op Gaza zo’n flagrant onrecht is, dat vele ogen geopend zijn en zwijgen niet langer kan?

Freilich en co hebben gelijk als ze zeggen dat geen enkele westerse verantwoordelijke voor de militaire agressies in Tsjetsjenië, Servië, Kosovo, Afghanistan of Irak ooit berecht is. Maar dat is niet omdat dat nooit door activisten is geëist. Dat is alleen omdat deze verantwoordelijken behoren tot een categorie agressors voor wie het internationaal recht en het oorlogsrecht niet van tel is. Dat komt omdat het internationaal hof in Den Haag gereserveerd is voor leiders van tweederangs staten, staten waar de westerse wereldmachten naar believen menen te kunnen interveniëren om ze naar hun voorkeur te modelleren. Zo kan ook Israël al jarenlang elke VN resolutie achteloos naast zich neerleggen, omdat daar nooit enige consequentie aan verbonden zal zijn. En dus kunnen Freilich en co op beide oren slapen: mogelijk zien we nog wel eens een leider van Hamas in Den Haag, maar geen enkele Israëlische verantwoordelijke zal zich ooit voor welke rechter dan ook moeten verantwoorden voor zijn militaire wandaden. Het probleem is namelijk niet dat Israël aan aparte ethische normen moet beantwoorden, maar dat de Joodse staat hiervan is vrijgesteld.

Advertenties