Op 15 oktober publiceerde ik hier een tekst onder de titel ‘zero tolerance’. Ik formuleerde daarin een kritiek op het recente pleidooi van Luckas Vander Taelen voor een beleid van nultolerantie tegenover het hinderlijke gedrag van allochtone (moslim)-jongeren in Brusselse probleemwijken.  In verschillende reacties op mijn tekst wordt gezegd dat ik Vander Taelen onterecht als een aanhanger van het Vlaams Belang voorstel. Zo schrijft iemand dat ‘het probleem is dat als men terechte kritiek heeft, men vaak wordt afgeschilderd als VB-adept…’. Iemand anders stelt dat Luckas Vander Taelen geen Vlaams Belanger is, ‘hij deelt enkel een standpunt met die partij en daar is niets fout aan.’

Allereerst wil ik er graag op wijzen dat ik niet geschreven heb dat ik Vander Taelen tot het Vlaams Belang reken. Ik heb integendeel mijn hoop uitgesproken dat het applaus dat hij vanwege deze partij in ontvangst mag nemen, hem zorgen zal baren. Want bijval uit die hoek zou elk mens die zich graag links wil noemen toch moeten aanzetten om eens goed na te denken over wat hij dan wel gezegd of gedaan heeft. Ik heb wel gesuggereerd dat er een parallel bestaat tussen het discours van Vander Taelen en dat van het Vlaams Belang. De vraag die uit de verschillende reacties naar voren komt, is dus of het al dan niet gepermiteerd is om op die parallel te wijzen. Volgens Vandertaelen en andere opiniemakers (Barnard, Van Istendael, Van Rooy, Sanctorum,…) alvast niet. Wanneer op de gelijklopendheid van hun standpunten met die van het Vlaams Belang gewezen wordt, gaan ze als duivels in een wijwatervat tekeer om elk verband te ontkennen en hun afkeer voor het Vlaams Belang dik in de verf te zetten.

Wat mij betreft is het protest van deze heren ongegrond. Ik geloof dat zij (en ik ben mij ervan bewust dat ik hen hier mogelijk niet geheel terecht in één adem vernoem) met hun standpunten en taalgebruik, al dan niet bewust, aantonen dat het gedachtengoed en de taal van extreem rechts (in ieder geval wat betreft de thema’s islam en integratie) in hoge mate gemeengoed zijn geworden. De haatpropaganda van extreem rechts is doorheen de laatste decennia meer en meer bespreekbaar geworden, wordt ondertussen zeer breed als een valabele analyse aanvaard en wordt vandaag zelfs als een links en progressief discours gepresenteerd.

In het jaar 2000 hield ik in Antwerpen, op vraag van het Theaterfestival, een korte lezing over ‘theater en politiek’. Ik stelde daarin de vraag hoe het toch komt dat politici van wat we ‘democratische partijen’ noemen, wanneer ze in debat gaan met de kopstukken van het Vlaams Belang, altijd als verliezer uit de ring komen. Het antwoord is eenvoudig. Omdat ze de heren en dames van het Vlaams Belang nooit kunnen confronteren met de werkelijke inhoud van hun programma. Waarom niet? Omdat ze dan zouden onthullen dat het programma van de ‘democratische partijen’ op veel punten niet zoveel anders is dan een wat milder geformuleerde variant van hetzelfde. En daarom gaan onze ‘democratische politici’ het Vlaams Belang altijd te lijf met moreel geschut over racisme en het ondemocratisch karakter van de partij, wat vervolgens met een brede glimlach door de Vlaams Belang-vertegenwoordigers wordt weggewuifd. Onze ‘democratische politici’ gaan niet in debat met het Vlaams Belang om het verwerpelijke programma van die partij te ontbloten, ze doen dat om hun eigen programma voor te stellen als ‘niet extreem’ en dus ‘democratisch’.

In zijn boek ‘De gedroomde samenleving’ (dat ik hier opnieuw graag aanbeveel) ziet de Nederlandse socioloog Willem Schinkel hetzelfde mechanisme in het huidige integratiedebat. Hij stelt dat de kritiek op extreem rechts vaak ‘de functie heeft de opvattingen daarvan in verzwakte vorm te legitimeren.’ Daarom bijten Vander Taelen en de eerder genoemde opiniemakers zo van zich af wanneer hen enige gelijkgezindheid met het Vlaams Belang wordt verweten. Omdat die reactie moet aantonen dat hun discours iets anders is, dat daarin zeker niets terug te vinden is van het extreme van het Vlaams Belang, dat het alleen maar het redelijke betoog is van linkse mensen die de moed hebben om de dingen te zeggen zoals ze zijn. ‘Ik ben tegen het Vlaams Belang, maar…’ is het eenvoudige systeempje om dit discours makkelijk aan de man te brengen. Of iemand over een bepaald thema linkse of rechtse standpunten inneemt, wordt niet langer afgemeten aan wat hij zegt of schrijft. De spreker of schrijver hoeft alleen maar ergens in zijn betoog te poneren dat hij links is, en zijn betoog zal ook als links gepercipieerd worden.

Als Benno Barnard en Geert van Istendael schrijven dat de islam fundamenteel geïnspireerd is door het nazisme, waarom is dat dan iets anders dan wanneer Geert Wilders stelt dat de Koran de islamitische ‘Mein Kampf ‘ is? Als Barnard schrijft dat de inhoud van het anti-islam boek van Philip Dewinter correct is, waarom mag dan vervolgens niet gezegd worden dat hij de visie van Dewinter (en dus van het Vlaams Belang) op de islam deelt? Als Wim van Rooy, auteur van het anti-islamboek ‘De malaise van de multiculturaliteit’, in een debat met Ico Maly (KifKif) op 12 oktober zegt dat de analyse van Philip Dewinter ook de zijne is, waarom zou dat dan achteraf ontkend moeten worden?

In hetzelfde debat stelt Wim van Rooy dat de tijd van praten voorbij is. Wat hem betreft wordt er met de islam niet meer gepraat. Einde dialoog. Voeg daar nog een aantal stellingen aan toe die van Rooy graag verdedigt: elke moslim is per definitie een fundamentalist; de islam kan nooit, maar dan ook nooit verenigbaar zijn met de beschaving die wij hier bij ons hebben ontwikkeld; de islam is één groot monolitisch blok waarbinnen geen enkele evolutie mogelijk is; de islam is een soort krijgsgenootschap dat geen ander doel heeft dan onze verheven westerse beschaving te vernietigen. Wanneer vervolgens aan van Rooy gevraagd wordt of hij ergens een oplossing ziet, heft hij de handen in de lucht en zegt: ‘Ik ben Madame Blanche niet, ik heb geen oplossing’. Blijkbaar durft van Rooy de onvermijdelijke consequentie van zijn logica niet zien of uitspreken. Want ik geloof niet dat we de glazen bol van Madame Blanche nodig hebben om te weten dat in deze logica maar één uitkomst mogelijk is: de oorlogsverklaring. Onvermijdelijk moeten we dan gaan denken aan dingen als een totaalverbod op de islam, de vervolging van moslims, en als ze op die manier nog niet van hun achterlijke religie te stoten zijn, dan…ja, wat dan?

‘Luckas Vander Taelen is geen Vlaams Belanger, hij deelt enkel een standpunt met deze partij en daar is niets fout mee.’ Is dat echt zo? Er was een tijd waarin gedeelde standpunten met het Vlaams Belang wel degelijk problematisch waren. Vandaag zou er plots niets fout meer zijn aan het bijtreden van de Vlaams Belang-standpunten over precies die thema’s (vreemdelingen, islam, integratie) waarop de ‘democratische politici’ zich altijd hebben willen onderscheiden van het extreem. Ik vraag mij hierbij af hoeveel gedeelde standpunten met het Vlaams Belang iemand dan wel mag hebben vooraleer er ‘iets fout’ mee is. Vanaf hoeveel gedeelde standpunten wordt het problematisch?

In antwoord op de destructieve logica van het Vlaams Belang en de opiniemakers die een standpunt met het Vlaams Belang delen, sluit ik mij graag aan bij iemand als Hans Küng, theoloog en godsdienstfilosoof, die in zijn lijvige studie ‘De islam – de toekomst van een wereldreligie’ schrijft:‘Nee, ik ben niet bereid om het verschil tussen ‘het Westen’ en ‘de’ islamitische wereld te reduceren tot een ‘wezenlijk’ dualisme tussen rationaliteit en geloof, wetenschap en vroomheid, superioriteit en inferioriteit, ja zelfs bereidheid tot vrede en bereidheid tot geweld.’ Voor Küng zijn de opties duidelijk:‘ofwel rivaliteit tussen de godsdiensten onderling, botsing van culturen, oorlog tussen de volkeren – ofwel dialoog van de culturen en vrede tussen de godsdiensten als voorwaarde voor vrede tussen de volkeren.’ De laatste optie mag dan door mensen als van Rooy als naïef weggehoond worden, voor Küng is het ‘het enige realistische alternatief, willen we de hoop op een betere wereldorde niet a priori opgeven.’

Warm aanbevolen:

– Het debat tussen Ico Maly en Wim van Rooy:http://www.youtube.com/user/cibfilm#p/u/11/q7SjNsk4P6I

– ‘De islam – de toekomst van een wereldreligie’ – Hans Küng (uitgeverij Ten Have, 2006)

Advertenties