In zijn opiniestuk in De Standaard van 4/12 velt Patrick De Witte een categoriek oordeel over de mensheid: we zijn allemaal klootzakken. Slechts één nuance: de moslims zijn de allergrootste klootzakken, want natuurlijk een zootje bommenleggers en koppensnellers. Tot tweemaal toe verzoekt PDW ‘Kristien Hemmerechts et les autres’ om vooral niet te reageren. Ik reken mezelf graag tot ‘les autres’ en wuif het verzoek tot zwijgen liever weg.

De ondertitel van het stuk luidt: ‘Wie durft de islam nog beledigen?’ Erg treffend, want de tekst hoort thuis in een groeiend aantal schrijfsels waarvan precies dat de inzet is: het schaamteloos beledigen, beschimpen en bespotten van de islam. De verschillende auteurs van dit nieuwe genre lijken in een soort onderlinge wedkamp verwikkeld. En daarin is PDW ongetwijfeld in de running voor de trofee voor het gortigste en meest platvloerse stukje anti-islamproza.

Voor PDW is de islam zonder meer een ‘kanker’. Het gebruik van deze beeldspraak is veelzeggend. Het wijst op een hardnekkige kwaal waaraan onze moderne, liberale maatschappij onderhevig is, namelijk de ‘sociale hypochondrie’ (de term is van de Nederlandse socioloog Willem Schinkel). Dit ziektebeeld wordt gekenmerkt door een overmatige idealisering van alles wat tot ‘ónze eigenheid’ wordt gerekend: ónze cultuur, ónze beschaving, ónze normen en waarden,… Die idealisering is zo verregaand dat ze exclusief wordt, omdat ze geformuleerd wordt als tegendeel van alles wat buiten onze eigenheid valt. Tot onze samenleving behoren wordt gekoppeld aan strikte voorwaarden. Alles wat niet aan die voorwaarden voldoet, wordt beschouwd als vijandig, als een soort ziekte die het gezonde en ideale lichaam van onze eigenheid wil binnendringen om het te verzieken. Kanker dus. De sociale hypochondrie laat zich wellicht nergens zo duidelijk herkennen dan in de hetze tegen de islam. Het is binnen de constructie van een tot in het absurde geïdealiseerd ‘wij’ tegenover een net zo absurd gedemoniseerd ‘zij’ dat het mogelijk wordt dat 57% van een Europees volk ja zegt tegen het verbod op de bouw van minaretten. Een verbod dat handig verpakt wordt in architecturale en stedenbouwkundige bekommernissen, maar in werkelijkheid een (voorlopig) symbolisch verbod op de islam wil zijn. Deze sociale smetvrees, die ons tot bange en bekrompen spokenjagers maakt, dát is een kanker.

PDW heeft de pest aan iedereen, vindt iedereen een klootzak, is zelfs lid van een mensenhaterspartij op Facebook. Eerlijkheidshalve vindt hij ook zichzelf een klootzak (wie ben ik om dat tegen te spreken). Die toch wel opmerkelijk negatieve inschatting van de mens heeft PDW blijkbaar geërfd van zijn grootvader, die tijdens de twee wereldoorlogen getuige was van het barbaars potentieel van de mensheid. Nu ja, 70 miljoen doden plus de holocaust, een mens zou van minder cynisch worden. In ieder geval weet PDW wat oorlog met een mens kan doen. Maar hoe zit dat dan met bijvoorbeeld het Irakese volk? Alleen al tijdens de huidige oorlog en bezetting zijn in Irak 1.200.000 burgerslachtoffers gevallen, in naam van de strijd tegen massavernietigingswapens die er niet zijn en de jacht op Al-Qaida, dat voor de oorlog niet eens aanwezig was in Irak. Welk oordeel zou dat bij de Irakezen zoal opleveren over die verheven en o zo beschaafde westerse mens? Moet het werkelijk verbazen dat moslims niet meteen geneigd zijn het westen als lichtend voorbeeld te zien?

Geheel volgens de logica van de ‘sociale hypochondrie’ herleidt PDW de hele kwestie tot de simpele keuze tussen twee tegengestelden: ‘democratie, vrije meningsuiting en gelijke kansen voor iedereen, inclusief de kans zich beledigd of tekortgedaan te voelen…of theocratie.’ Interessant is het element ‘gelijke kansen voor iedereen’. Wie vandaag nog wil beweren dat in onze samenleving iedereen gelijke kansen heeft, lijdt onmiskenbaar aan voornoemde drang tot idealisering. Onze sociale zorgmaatschappij is al lang omgevormd tot een liberale vechtmaatschappij, waarin een steeds groter wordend deel van de bevolking behandeld wordt als sociaal afval. Een aanzienlijk gedeelte van de moslimgemeenschap behoort tot die sociaal zwakke onderlaag, waarvoor ‘gelijke kansen’ alleen maar een valse belofte is. Moet het echt verwonderen dat de moslims in ons land (en in Europa) argwanend staan tegenover de gedachte van een verregaande culturele assimilatie?

PDW heeft de pest aan religie, vindt dat iedereen die zich met religie inlaat uitdrukkelijk om hoongelach vraagt. Ik ben niet gelovig, geen aanhanger van gelijk welk geloof. Maar ik ben niet tegen religie. Ik heb de pest aan de bekrompen gedachte dat ‘links en progressief’ gelijk moet zijn aan ‘anti-religieus’. Dat is namelijk een jammerlijke miskenning van het progressieve potentieel binnen diverse religieuze middens.

PDW wordt aan het eind van zijn opiniestuk ‘TV-maker en satiricus’ genoemd. Het eerste is waar, het tweede pertinent niet. PDW is een cynicus, van het meest smakeloze soort. Hij belijdt het soort cynisme dat zich het recht voorhoudt om, in naam van een zogeheten ‘democratisch ideaal’, alles en iedereen te bespuwen en belachelijk te maken, met het flauwe excuus dat spot geen lichamelijke letsels nalaat, terwijl dat ridicule ‘spotrecht’, zeker wanneer het de islam betreft, alleen maar een doorzichtige dekmantel is voor een haatcampagne die wel degelijk bedoeld is om schade te berokkenen. Ook dát is een kanker, en hij woekert alom.

Advertenties