We hebben afgesproken op de Grote Markt. Er moeten eerst foto’s genomen worden. Niet dat ze op de redactie geen foto’s van mij hebben, maar die zijn allemaal genomen bij zomers weer. Er zijn dus foto’s nodig waarop ik een jas aan heb. Kwestie van de lezers er in deze koude dagen van te overtuigen dat er echt een gesprek heeft plaatsgevonden.

Als ik de Markt oploop, staat de fotograaf al te wachten. Bekend gezicht. Altijd present op de persvoorstelling van weer eens een nieuwe reeks ‘Witse’. Die man moet ondertussen een karrenvracht aan foto’s van mij hebben, met en zonder jas. Maar ik ga gewillig op alle plekjes staan die hij mij aanwijst en kijk afwisselend ernstig en glimlachend in de lens. Ondertussen is ook de journalist gearriveerd. Op een discrete afstand wacht hij tot de fotosessie erop zit.

We nemen plaats aan een rustig tafeltje achteraan in ‘Den Beer’, een brasserie aan de Markt. De journalist heeft mij uitgenodigd om samen te lunchen. Dat doet hij niet met iedereen die hij interviewt, maar zo nu en dan moet het toch eens kunnen. Het maakt zo’n gesprek voor beide partijen toch een stuk aangenamer. Hij bestelt een fruitsapje. Ik mag gerust wijn bestellen als ik dat wil, maar hij moet straks nog naar de redactie en wil liever nuchter blijven. Verleidelijk, maar ik hou het toch maar bij water. Ik denk dat ik best ook nuchter blijf.

Ik zal ongetwijfeld niet alleen zijn, maar ik heb altijd een nogal gespannen verhouding gehad met de tv-bladen. Meer dan eens heb ik een aanvaring gehad met een journalist van een van die populaire boekjes. Omdat de schriftelijke neerslag van zo’n interview wel eens weinig representatief wil zijn voor wat er eigenlijk gezegd is – en dat is nog beleefd uitgedrukt.

Toen ik begin jaren negentig voor de televisie begon te werken, nam ik mij ten stelligste voor om geen interviews te geven aan ‘Dag Allemaal’ en aanverwanten. Waarom zou ik nu in godsnaam mijn privéleven voor heel televisiekijkend Vlaanderen te grabbel willen gooien? Journalisten die mij belden, begrepen dat niet. Ik moest toch inzien dat zo’n interview voor mij mooi meegenomen publiciteit kon zijn. Goed voor mijn carrière dus. Maar ik hield koppig vol dat ik aan dat soort publiciteit geen enkele behoefte had.

Een paar jaar later, toen ik langzaamaan een politiek engagement begon te ontwikkelen, liet ik mijn verzet tegen de boekjes varen. Ik zag ze toen als een kanaal waarlangs ik iets kon vertellen over de dingen die ik belangrijk vond. En tot mijn verbazing lukte dat ook. Als een journalist mij belde, kon ik blijkbaar in grote mate zelf bepalen waarover ik het wilde hebben. Meestal werd het dan een compromis: ik kon kwijt wat ik kwijt wilde, als ik in ruil dan toch ook iets over mezelf vertelde. Voor wat hoort wat. Maar ik vond dat altijd een redelijke deal.

Gaandeweg werd zo’n redelijke deal echter steeds minder vanzelfsprekend. Het hele gamma boekjes, met ‘Dag Allemaal’ op kop, zakte zienderogen af naar een meer dan bedenkelijk niveau. De sensatiezucht werd allengs groter en de journalisten lieten tijdens interviews steeds duidelijker voelen dat ze gekomen waren om prikkelende privé-weetjes te noteren.

Toen ik zo’n jaar of vijf geleden persoonlijk in een moeilijke periode zat, heb ik een jonge snaak van ik weet niet meer welk tv-blad zonder veel tegenstribbelen gegeven wat hij wilde. Ik kon het gewoon even niet meer opbrengen om mij tegen het gehengel naar sensatie te verzetten. Ik vertelde hem ronduit over mijn echtscheiding. Op dat moment ook al lang oud nieuws, maar dat zal de boekjes worst wezen. Die kerel moet jubelend naar zijn redactie teruggekeerd zijn. Eindelijk is het zover, eindelijk spreekt Dirk Tuypens over zijn privéleven! Waar tot dan niemand in geslaagd was, had deze beginneling zonder moeite voor mekaar gekregen. Een emotionele ontboezeming van een acteur die in boekjesland bekend stond als ‘een moeilijke klant’.

En daarmee was het hek van de dam. Sindsdien gaat er geen interview voorbij of ik moet antwoorden op vragen over mijn echtscheiding, mijn kinderen, de relatie met mijn ex, mijn nieuwe vriendin. Keer op keer geef ik hetzelfde interview. Mijn politiek engagement komt alleen nog zijdelings ter sprake. En hoewel ik daar tijdens interviews toch nog altijd het meest over uitweid, is het in wat gepubliceerd wordt zelden meer dan een detail. Het compromis is ver zoek.

Een uitgebreide lunch kan het interview dan misschien wel aangenamer maken, echt comfortabel is het nu ook weer niet. Eten en voortdurend antwoorden is niet bepaald een geslaagde combinatie. Zeker als je een aaneenschakeling van banale vragen geserveerd krijgt, zodat je ook nog eens de hele tijd je hersenen moet pijnigen om geen al te banale antwoorden te bedenken. Een vermoeiende en al bij al vrij hopeloze evenwichtsoefening.

– Of ik wel eens huil, wil hij weten.

– Ja, dat gebeurt wel eens.

– Of ik daar dan misschien een voorbeeld van kan geven.

– Tja, wat zal ik zeggen. Vorig jaar heb ik een traan weggepinkt bij een concert van Neil Young.

– Jaja, goed, maar dat is natuurlijk van ontroering. Dat zijn tranen van geluk, zeg maar. Of ik misschien ook eens gehuild heb van verdriet.

– Vooruit dan maar, ik ben wel eens een tijdje heel ongelukkig geweest, na een gestrande relatie.

– Of ik misschien depressief was.

– Ja, waarschijnlijk wel.

Klokkengelui, hoorngeschal, tromgeroffel. De scoop is binnen. Hoezeer ik ook probeer om het allemaal te relativeren, de journalist laat zijn buit niet meer los. Ik heb ‘depressief’ gezegd en dat is voor een boekjesjournalist zoiets als het aanboren van een goudader. Er klinkt muziek en kassagerinkel in zijn oren.

Een week later prijkt op de cover van ‘Dag Allemaal’ boven mijn foto volgende titel: ‘Gekraakt door de liefde. Witse-acteur Dirk Tuypens over zijn voorbije depressie.’ Op een foto binnenin staat in grote letters: ‘Het kon me niet schelen als ik zou sterven.’ En opnieuw val ik zowat achterover van de platvloerse manier waarop ‘Dag Allemaal’ omgaat met wat ze iemand ontfutseld hebben. Met de tekst van het interview is op zich niets mis. Ik heb die, zoals dat gebruikelijk is, op voorhand nagelezen. Hij gaat natuurlijk helemaal nergens over, maar wat er staat is op zich juist. Ik heb hier en daar een paar correcties aangebracht en mijn ok voor publicatie gegeven. Maar het zijn de titels die het hem doen. En die krijg je nooit op voorhand te zien. De titels focussen altijd op één welbepaald element, vergroten dat zo’n duizend keer uit en geven het veel meer belang en gewicht dan het eigenlijk verdient. Dit soort titels bepalen hoe de lezer een artikel leest, ze geven er een opdringerige kleur aan. De titels zijn het geheime wapen van de boekjes, waarmee ze alles tot spektakel maken. Uit de titels spreekt altijd opnieuw het fundamentele gebrek aan respect.

Ik heb al meer dan eens gezegd dat ik geen interviews meer zou geven aan de boekjes. En om een of andere reden heb ik het dan toch altijd opnieuw gedaan. Maar deze keer ben ik meer dan vastbesloten. I’ve had it! Ik weiger voortaan elk interview. U zal mij in boekjesland niet meer tegenkomen.

Er heersen in verband met de boekjes een paar pijnlijke misverstanden, die dringend de wereld uitgeholpen moeten worden. Een eerste misverstand is dat bv’s de boekjes nodig hebben. Ze zouden dus min of meer verplicht zijn om er altijd voor klaar te staan en zonder enige terughoudendheid tegemoet te komen aan al hun wensen. Het omgekeerde is waar. De boekjes hebben bv’s nodig. Anders zouden ze doodeenvoudig niet kunnen bestaan. Zelf hebben ze aan bekende mensen hoegenaamd niets te bieden.

Een tweede misverstand is dat de inhoud van de boekjes beantwoordt aan de wensen van het publiek. Met dat argument wordt bv’s altijd voorgehouden dat ze het aan hun publiek verschuldigd zijn om elk detail van hun privéleven prijs te geven. ‘De mensen lezen dat nu eenmaal graag’. Dat is niet waar. Het is een oude discussie: wordt de inhoud bepaald door de smaak van het publiek of wordt die smaak bepaald door de inhoud? Wat mij betreft, is het tweede ontegensprekelijk waar. Smaak wordt gevormd. En dat media daarin een grote rol spelen, hoeft hier hopelijk geen betoog. Boekjes marchanderen in smakeloosheid. Ze cultiveren daarom doelbewust de smakeloze honger naar sensatie en flauw sentiment. Ze presenteren bovendien hun rioolschrijfsels nadrukkelijk als ernstige journalistiek en zo wordt het publiek, aan wiens wensen ze pretenderen tegemoet te komen, schaamteloos bedrogen. Boekjes hebben alleen maar misprijzen voor het publiek.

Een derde misverstand is dat de inhoud van de boekjes door hun redacties wordt bepaald. Ook dat is niet waar. De inhoud wordt bepaald door de mensen die erin staan. En daarin ligt een duidelijke kritiek naar de bv’s, mezelf incluis. We laten ons, wellicht ook beïnvloed door de eerste twee misverstanden, al te gewillig leiden door de boekjeslogica. We ondergaan het allemaal alsof het iets onontkoombaar is. Ik ken geen enkele collega die niet klaagt over het erbarmelijke niveau van de interviews. En toch wordt er zelden enig verzet aangetekend. We zouden dus beter wat meer ruggengraat tonen. Er van uitgaande dat wij de boekjes niet nodig hebben en vanuit een eerlijk respect voor het publiek, moeten we weigeren om nog langer mee te werken aan dit soort idiote en platvloerse formats. Als de boekjes onze medewerking willen, moeten ze aanvaarden dat wij de inhoud bepalen.

Exit de boekjes. Ik zal van een grote ergernis verlost zijn. Als ik publiekelijk iets te zeggen heb, dan doe ik het wel via mijn website, of via de onafhankelijke nieuwssite ‘De Wereld Morgen’, of via Faceboekje. Dan bepaal ik zelf waar het over gaat, hoe lang of hoe kort het is, hoeveel woorden een zin mag tellen, wat hoofd- en wat bijzaak is. Dan spreek ik mijn eigen taal en ben alleen zelf verantwoordelijk voor wat er staat.

Advertenties