Op 19 oktober verscheen in De Morgen de opinietekst ‘Het is de solidariteit die een cultuur groot maakt’. Deze tekst verwoordt een duidelijke stellingname vanuit de culturele sector in Vlaanderen tegen het bekrompen cultuur- en identiteitsdiscours van het Vlaams-Nationalisme à la N-VA en de neoliberale agenda die daarachter schuilgaat. Via allerlei mediakanalen wordt hierop met veel misprijzen gereageerd. Het is daarbij opvallend hoe  vrijwel uitsluitend met goedkope verwijten en beschuldigingen getracht wordt ons initiatief te banaliseren. Op een aantal daarvan wil ik graag reageren.

In Het Laatste Nieuws laat Bart De Wever optekenen dat de ondertekenaars van de opinietekst ‘in hun eigen rozige fantasiewereld’ leven, een wereld waarin alle mensen ‘solidair en beste maatjes’zijn. Daarmee suggereert De Wever dat deze tekst het initiatief is van wereldvreemde dagdromers. De solidariteit die wij voorstaan, zou dan ook niets meer zijn dan een romantische luchtspiegeling. Nochtans is die solidariteit iets heel concreets. Het gaat om een fundamentele beleidskeuze. Of je kiest voor een beleid dat mensen en gemeenschappen steeds verder uit mekaar drijft in een eindeloze concurrentie, of voor een sociaal beleid dat hen samenbrengt. In het laatste geval heb je sterke en goed functionerende mechanismen van herverdeling nodig. Want dat is namelijk de essentie van solidariteit: herverdeling. En wie over herverdeling spreekt, heeft het over dingen als sociale zekerheid en rechtvaardige fiscaliteit. Allemaal heel concreet. Zo concreet dat wie een neoliberale agenda verdedigt bij de gedachte alleen al jeuk en bobbels krijgt.

Wij wensen doodeenvoudig niet meegesleurd te worden in een neoliberaal politiek verhaal dat in naam van het Vlaamse volk – en dus ook in onze naam – aan de man wordt gebracht. Helaas is dit verhaal vandaag zo dominant dat het door vrijwel alle partijen in meer of mindere mate wordt overgenomen. Wij passen voor dit verhaal. Voor ons is de zorgmaatschappij nog altijd een legitiem en realistisch alternatief voor de neoliberale vechtmaatschappij. Dat heeft niets te maken met sentimentele dromerijen over een wereld waarin iedereen beste maatjes is, maar met de reële politieke keuze voor een beleid dat gebaseerd is op solidariteit, sociale rechtvaardigheid en culturele diversiteit. Die keuze houdt geenszins in dat alle inwoners van het land mekaar huilend van geluk in de armen moeten vallen.

In allerhande bewoordingen wordt ons onder de neus gewreven dat we als het ware volksverraad plegen. We ‘keren Vlaanderen de rug toe’, we ‘kijken neer op het Vlaamse gepeupel’, we ‘spuwen op Vlaanderen en het Vlaamse volk’. Ook Bart De Wever sluit zich hierbij aan wanneer hij stelt dat voor ons ‘elke vorm van identiteit of eigenheid een scheldwoord’ is. Wij stellen heel duidelijk dat onze identiteit ook, maar niet exclusief Vlaams is. Dat is dus geen afwijzing van de Vlaamse identiteit op zich, wel van een hiërarchisch identiteitsdenken. Het is De Wever die zegt dat er een strijd om onze ziel wordt gestreden tussen de Vlaamse en de Belgische identiteit, niet wij. Deze beschuldiging van volksverraad lijkt alleen maar te bevestigen dat de Vlaams-Nationalistische identiteitsvorming een proces van uitsluiting is. Wie de Vlaamse identiteit niet boven alles stelt, is een slechte Vlaming.

Een ander verwijt is dat we ondemocratisch zijn. Zo stelde onder meer Ben Weyts (N-VA) in De Zevende Dag dat we conservatieve pastoors zijn, die van op de kansel van het eigen gelijk de kiezers dicteren hoe ze moeten stemmen. We respecteren volgens hem de verkiezingsuitslag en dus de Vlaamse kiezers niet. Hieruit spreekt een wel erg bizarre opvatting over democratie bij de N-VA. Het lijkt alsof de N-VA wil zeggen dat behalve de winnaar van de verkiezingen iedereen zijn mond dient te houden. Dat is ronduit onaanvaardbaar. Wij doen niets anders dan gebruik maken van het fundamenteel democratisch recht om verzet aan te tekenen tegen een politiek verhaal dat niet het onze is. Omdat we niet willen meestappen in een verhaal dat vertrekt van de idee dat heel Vlaanderen rechts is. Oppositie heet dat.

De Vlaamse dichter Dirk Van Bastelaere vindt dat ‘die protesterende cultuurdragers’, als ze dan toch zo Belgisch gezind zijn, hun subsidies maar moeten gaan halen bij de Brusselse en Waalse overheden. Het kan toch niet zijn dat die artiesten Vlaams subsidiegeld krijgen om er dan Belgische cultuur mee te maken. Dit is een wel erg problematisch argument. Dit betekent doodeenvoudig dat Vlaamse cultuursubsidies voorbehouden moeten zijn voor cultuurproducten die ontegensprekelijk als Vlaams gedefinieerd kunnen worden. Wie op deze subsidies aanspraak wil maken, zal dus moeten getuigen van de vereiste Vlaamsgezindheid. Wie dat niet kan of wil, zal jammerlijk ingedeeld worden bij de…ontaarde kunstenaars?

Tot slot nog dit. Bart De Wever vindt dat links oververtegenwoordigd is in de culturele sector. Zou hij zich daarmee aansluiten bij zijn Nederlandse collega Geert Wilders, die cultuur omschrijft als een‘dure linkse hobby’? In Nederland hebben ze daar alvast een oplossing voor gevonden. Bespaar die linkse hobby-club gewoon voor een groot stuk weg. Het valt niet te verwachten dat cultuur in het Vlaanderen à la N-VA anders bejegend zal worden. De laatste visietekst van de N-VA over cultuur dateert alweer van 2004. In het programma van de N-VA voor de verkiezingen van 2010 is cultuur geen item. Voor een partij die zoveel belang hecht aan Vlaamse cultuur is dat op zijn minst opmerkelijk. Illustreert dit niet onze stelling dat cultuur voor de N-VA niets meer is dan een instrument om een politieke agenda aantrekkelijk te maken? Wekt dit niet het vermoeden dat de cultuursector in het Vlaanderen van de N-VA pas aandacht zal verdienen wanneer hij zich ten dienste stelt van die exclusieve Vlaamse cultuur?

Advertenties