De N-VA is (ook) een linkse partij. Het is een stelling die menigeen ongetwijfeld de wenkbrauwen zal doen fronsen of zelfs een schaterlach ontlokken. Maar ze wordt door Siegfried Bracke op 12 juli in alle ernst aan De Standaard verkondigd. En waarom zou dat dan zo zijn? Omdat volgens Bracke het programma van zijn partij ‘ook goed of zelfs het best is voor wie er het slechtst aan toe is in Vlaanderen’.

Met deze stelling erkent Bracke allereerst een duidelijke kwaliteit van links: de bekommernis om het welzijn van de zwakken in de samenleving. Ik wil hem daar graag ten volle in bijtreden. Ook ik herken in die bekommernis een specifiek linkse karakteristiek. Ze gaat gepaard met grote woorden als solidariteit, gelijkheid en rechtvaardigheid. Woorden die je vandaag de dag nauwelijks nog in de mond kan nemen zonder op hoongelach onthaald te worden. Maar impliciet zegt Bracke natuurlijk ook dat die bekommernis niet bepaald een rechtse prioriteit is. En meteen omschrijft hij ook wat voor rechts dan wel van het grootste belang moet zijn: aan de positie van de rijken mag niet geraakt worden – door hen bijvoorbeeld meer belastingen op te leggen. Ook dat is een juiste typering. Ze roept een heel ander vocabularium op, dat ook veel meer gesmaakt wordt.

Welnu, volgens Siegfried Bracke zijn dit links en rechts probleemloos met mekaar te verzoenen, te versmelten tot een programma dat voor iedereen het beste is. De N-VA is tegelijkertijd een linkse en een rechtse partij, waar iedereen zijn gading kan vinden. Een politieke ‘voor elk wat wils’-formatie. Hier volg ik niet meer.

Voor partijvoorzitter De Wever kan er geen twijfel bestaan. Aan iedereen die het wil horen, verklaart hij met volle overtuiging dat de N-VA een rechtse partij is. En iedereen die het wil weten, weet ook dat de sociaal-economische agenda van de partij ontegensprekelijk rechts is. Een mens zou denken dat die agenda ondertussen toch genoegzaam bekend is, maar de aanhoudende populariteit van De Wever en zijn partij doen anders vermoeden. Dus misschien toch nog maar eens een opsomming: geen automatische indexering, grote besparingen in de sociale zekerheid, stevig snoeien in de gezondheidszorg, geen welvaartsvastheid van uitkeringen, afschaffing van het brugpensioen, verhoging van de pensioenleeftijd, afschaffen van gelijkgestelde periodes, verlaging en beperking in de tijd van werkloosheidsuitkeringen, verlagen van vennootschapsbelastingen, verhogen van fiscale voordelen voor bedrijven, verkorte ontslagprocedures, afbouwen van openbare diensten,…

Wie zijn nu de mensen die Bracke omschrijft als diegenen die er in Vlaanderen het slechtst aan toe zijn? Voor mij zijn dat de armen, kansarmen, bejaarden, zieken, werklozen, migranten, asielzoekers. Nu moet meneer Bracke mij toch eens uitleggen hoe dat uitgesproken rechtse programma van zijn ook linkse partij voor deze mensen het beste zou kunnen zijn?

Als we weten dat zonder de sociale zekerheid het aantal arme Belgen geen 15 maar 44% van de bevolking zou uitmaken, hoe kan het snoeien in de sociale zekerheid dan het beste zijn? Als steeds meer mensen zich medische zorgen ontzeggen uit angst voor de rekening, hoe kunnen forse besparingen in de gezondheidszorg dan het beste zijn? Als de werkloosheid schrikwekkende proporties aanneemt, als werkzekerheid quasi onbestaand geworden is, als interim-arbeid zowat de norm is, hoe kan een harde aanpak van werklozen en het terugschroeven van de budgetten van de VDAB dan het beste zijn? Hoe kan de privatisering van menselijk welzijn – de onvermijdelijke consequentie van de afbouw van het openbare en het collectieve – het beste zijn voor de zwaksten?

Het behoeft toch geen tekening om te weten dat een dergelijke rechtse agenda voor de zwaksten in de samenleving nefaste gevolgen heeft. Getuige daarvan nu al de stijgende armoedecijfers, de verregaande flexibiliteit die aan werknemers gevraagd wordt, het toenemende aantal sancties tegen werklozen (in heel België), het stijgend aantal gezinnen dat de energiefactuur niet meer kan betalen, de groeiende woningnood, het schrijnend aantal daklozen,…

Maar Siegfried Bracke weet beter. ‘Het ergste wat de armen kan overkomen, is dat er geen rijken meer zijn’, zo stelt hij. En daarmee geeft hij nog eens een duwtje in de rug van de mythe van de ‘Rich man’s burden’. Het is een zware en lastige maatschappelijke verantwoordelijkheid om rijk te zijn. De eeuwige risico’s van het ondernemerschap, weet u wel. En natuurlijk niet te vergeten de knagende onzekerheid van het speculantenbestaan. Afblijven, dus. Want, aldus Siegfried Bracke, wie een vinger uitsteekt naar de rijken, treft daarmee in de eerste plaatst de zwakken.

Zo weet u het. De zwakke burgers zijn er dus bij gebaat dat grote ondernemingen nauwelijks vennootschapsbelastingen betalen, dat op grote vermogens zo goed als geen belastingen worden geheven, dat speculeren nauwelijks aan taksen onderworpen wordt, dat banken niet al te zeer moeten bijdragen aan het herstel van een crisis die ze zelf mee veroorzaakt hebben, dat de fiscale druk in ons land volstrekt onevenredig verdeeld is. Voor Bart De Wever moeten we zelfs uitkijken met fraudebestrijding, want dat zou neerkomen op een vorm van extra belastingen voor de rijken. Zij die er slecht aan toe zijn, varen er dus wel bij wanneer de rijken ontheven worden van de plicht om proportioneel bij te dragen tot het algemeen belang.

Siegfried Bracke is de presentator van een slecht kookprogramma. Een leerling tovenaar in de rechtse keuken, die de taart afwerkt met een flinterdun laagje links glazuur. Het harmonisch samengaan van links en rechts waarin hij ons graag wil doen geloven, is een perfide leugen. De bekommernis om het lot van de zwaksten en het behartigen van de belangen van de rijken, gaan niet samen. Wie anders beweert, spuit populistische mist. Tenzij we natuurlijk de zwakke helemaal anders gaan definiëren. Het helpt een stuk wanneer de zwakke plots een profiteur wordt, een hangmatverslaafde, een uitkeringsjunkie.

Maar de leugen van Bracke gaat erin als zoete koek. Merkwaardig, toch? Politicoloog Marc Hooghe vraagt zich in De Standaard eveneens af waarom de publieke opinie in Vlaanderen de verrottingsstrategie van de N-VA ook nog schijnt toe te juichen. Het blijft een moeilijke vraag. Vanwaar toch het grote succes van die rechtse keuken?

Bart De Wever onderstut zijn politieke discours graag met verwijzingen naar de oudheid. Laat ik zijn voorbeeld volgen. Hoewel ik liever iets verder terug ga dan de Romeinen. Bijvoorbeeld naar een gesprek tussen Socrates en een zekere Callicles. Deze laatste tracht de oude Griekse wijsgeer – die in de zoektocht naar de juiste levenswijze voor de mens een nimmer te volbrengen opdracht ziet – met de volgende repliek op zijn plek te zetten:

‘Is er voor mensen met macht iets schandelijkers, iets verderfelijkers, dan bescheidenheid en rechtvaardigheid? Terwijl ze vrij kunnen genieten van al wat goed is en zonder dat iets of iemand hen in de weg staat, zouden zij zich zelf aan de wet, de opvatting en de afkeuring van de massa onderwerpen? Jouw rechtvaardigheid en zelfbeheersing zal hen toch ongelukkig maken wanneer zij hun eigen vrienden niet meer kunnen bevoordelen, terwijl zij de macht hebben! Nee, Socrates! De waarheid, die je naar je eigen zeggen zoekt, is dit: zwelgen, luxueus leven, je eigen zin doen, – en daarbij over voldoende middelen beschikken. Dat is goed leven, dat is geluk. En al de rest, al die mooidoenerij, al die tegennatuurlijke gewoonten onder de mensen, het is allemaal onzin en niets waard.’

Dit fragment – geciteerd door de Nederlandse cultuurfilosoof Rob Riemen in zijn boek ‘Adel van de Geest’ – zegt heel veel over het mensbeeld en de maatschappijvisie waarvan onze hedendaagse samenleving zo sterk doordrongen is. Samengevat: de waarde van een mens wordt afgemeten aan zijn economische inzetbaarheid en rijk worden is zijn enige legitieme betrachting.

Voor Rob Riemen zijn we zo terecht gekomen in een door nihilisme ernstig aangetaste samenleving waarin het materiële koning is. ‘Van alle godjes die paraderen, is goud het oppergodje. Wat goed is voor het goud, is goed voor jou…Alles waar je rijker van wordt, is nuttig, wat of wie niet leuk, niet lekker of nutteloos is, mag weg. Ieder voor zich en niemand voor ons allen.’

Het doet me denken aan een reclameslogan van Euromillions: ‘Word schandalig rijk!’ Ziedaar de levensleuze, het opperste gebod, de ultieme betrachting voor de hedendaagse westerse mens. Wie er niet in slaagt rijk te worden, heeft gefaald. En hoe word je rijk: door cijfertjes aan te kruisen, te krassen, te gokken, te speculeren. Merk ook op dat dit credo onverbloemd aangeeft dat exuberante rijkdom ronduit schandalig is. Maar daar liggen we hoegenaamd niet wakker van.

Het wijst allemaal op een grote morele en ethische leegte in onze samenleving. Daarin worden die grote woorden die ik graag associeer met links – solidariteit, gelijkheid, rechtvaardigheid – zonder waarde of betekenis, holle begrippen die met het grootste gemak weggewuifd worden. Het is deze leegte die de weg vrijmaakt voor een rechtse politiek. Een politiek van het eigenbelang, de hebzucht, het cynisme, de rancune. Een politiek die de belangen van de schandalig rijken presenteert als het beste voor de armen.

Hier ligt volgens mij een belangrijke opdracht voor links. Aantonen dat links links is en rechts rechts. Duidelijk maken dat de keuken van Bracke oneerlijke gerechten serveert. In zijn restaurant tafelen alleen de rijken. De armen – de losers dus – moeten dankbaar genoegen nemen met de restjes die hen worden toegegooid. Aan links om Bracke de koksmuts van het hoofd te rukken en te onthullen wie er echt onder schuilt: de pleitbezorger van de schandalig rijken.

In een recent interview zegt Bart De Wever dat hij op zoek is naar socialisten die het met hem eens zijn dat rijkdom eerst gecreëerd moet worden vooraleer die herverdeeld kan worden. Dat kan niet zo moeilijk zijn, denk ik. Ik steek alvast mijn vinger op. Maar ik ben op zoek naar neoliberale nationalisten die het met mij eens zijn dat er heel veel rijkdom is die onterecht niet herverdeeld wordt, maar verdwijnt in de zakken van een kleine elite die geen enkel moreel bezwaar ziet in schandalig rijk zijn. Dat is heel wat minder evident.

Laat ik afronden met een citaat van de Britse schrijver John Berger: ‘De armoede van onze eeuw is niet zoals die van een andere. Armoede is niet, zoals voorheen, het resultaat van natuurlijke schaarste, maar van een pakket prioriteiten dat door de rijken aan de rest van de wereld wordt opgelegd. Bijgevolg krijgen de moderne armen geen medelijden, maar worden ze afgeschreven als afval. De consumenteneconomie van de twintigste eeuw heeft de eerste cultuur voortgebracht die door de bedelaar aan niets wordt herinnerd.’

Advertenties