Beste Jan,

In je bijdrage aan het pas verschenen Gravensteenboek ga je vrolijk tekeer tegen Niet In Onze Naam. Je respecteert en bewondert in zekere mate het engagement en het idealisme van dit initiatief, maar verder haal je alles uit de kast om het af te doen als een naïeve oprisping van arrogante artistieke navelstaarders. Althans, dat probeer je. Helaas kom je niet verder dan het opsommen van alle eindeloos herhaalde en nog altijd even onzinnige verwijten en kritieken.

Je schrijft dat we schijten op de Vlaamse cultuur. We zijn zelfverklaarde poortwachters die spuwen op alles wat Vlaams heet en de Vlaamse identiteit als een beschamende zonde verloochenen. Je moet mij toch echt eens verwijzen naar een tekst of uitspraak waaruit dat blijkt.
Wij hebben altijd duidelijk gesteld dat onze cultuur en identiteit wel degelijk Vlaams zijn. Maar niet exclusief. We wijzen Vlaamse cultuur en identiteit dus geenszins af. We zijn daarentegen wel gekant tegen een hiërarchisch denken over cultuur en identiteit. Bart De Wever stelt ons voor een pertinente keuze: de Vlaamse of de Belgische identiteit. Het ene of het andere, de twee samen gaat niet. Wie schijt hier nu eigenlijk op wat?

Dat kunstenaars zich uitspreken tegen het Vlaams-nationalisme, noem je ronduit absurd. Omdat ze zo de gewillige schoothondjes van het koningshuis worden. Allemaal belgicisten. Ook hier wil ik je met aandrang vragen om dat te staven. Ik schreef het eerder al aan Siegfried Bracke: in jullie rangen is men ofwel Vlaams-nationalist ofwel verzamelaar van koekjesdozen met foto’s van de koninklijke familie erop.

In dit verband verwijs je natuurlijk graag en met leedvermaak naar het fameuze optreden van Arno op de KVS-avond van Niet In Onze Naam vorig jaar. Arno verscheen stomdronken op het toneel en stond inderdaad minutenlang te fulmineren tégen het belgicisme. Uitgaande van de stelling dat we belgicisten zijn, zou dat een pijnlijk incident geweest zijn. Niet dus. Wat Arno deed, was terecht fulmineren tegen het belgicistische etiket dat hij en alle andere artiesten die avond vanuit Vlaams-nationalistische hoek opgeplakt kregen. Behalve de beschonken toestand waarin dat gebeurde, was daar hoegenaamd niets pijnlijks aan.

Je schildert ons graag af als wereldvreemde bewoners van ivoren cultuurtorens. Vanuit onze elitaire verschansing promoten we de verheven kunsten en vuren onze banbliksems af op alles wat populair is.
Uit je sneren tegen wat je de kunstzinnige gauche caviar noemt, spreekt duidelijk je visie op cultuur. Cultuur moet commercieel zijn. Er mag ook wel wat artistiekerig gerommel in de marge zijn, maar de waarde van cultuur moet in eerste instantie gemeten worden aan het succes op de markt. Met een arrogant misprijzen kijk je neer op de ‘theatermaker die meer opinies heeft dan dat er mensen in zijn zaal zitten’. En volgens jouw welgevormde mening gebeurt er op een podium hoegenaamd niets wat maatschappelijk relevant is. Je illustreert perfect het dédain van de culturele omnivoor voor wie populariteit wijst op grote kwaliteit.

Met deze visie ben je natuurlijk helemaal op je plek bij de Vlaams-nationalisten. Zo wil N-VA bijvoorbeeld de projectsubsidies voor theater afvoeren, wat neerkomt op het droogleggen van de experimentele ruimte voor jonge mensen. Diezelfde N-VA is ook een vurig verdediger van de publiek-private samenwerking in de cultuursector. Op naar de privatisering en commercialisering van cultuur.

Maar wellicht is je grootste en hardnekkigste punt dat Niet In Onze Naam alleen holle retoriek verkoopt. Je zit nog altijd te wachten op argumenten. Tja, je kan onze argumentatie natuurlijk systematisch negeren, maar daarmee wis je ze niet uit.
Onze argumentatie ligt in het politieke programma van het Vlaams-nationalisme. Dat programma ligt helemaal in de lijn van wat Riccardo Petrella de “Universele Kapitalistische Theologie” noemt. In deze rechtse leer staat de concurrentie centraal en wordt de waarde van een mens afgemeten aan zijn of haar concurrentievermogen. Het is die theologie die vandaag honderdduizenden mensen de ellende in bespaart. De Vlaams-nationalisten staan aan de kant te kijken en roepen dat het allemaal niet snel en ver genoeg gaat. Zo betoogt Bart De Wever dat het terugschroeven van de werkeloosheidsuitkeringen niet doortastend genoeg is.

Wij verzetten ons tegen een politiek programma dat Vlaamse cultuur en identiteit gebruikt als vehikel om een Vlaams paradijsje te creëren voor rijkelui. De zorgmaatschappij is voor ons nog altijd een legitiem en realistisch alternatief voor de neoliberale vechtmaatschappij. Om die zorgmaatschappij te garanderen, heb je sterke en goed functionerende mechanismen van herverdeling nodig. Want dat is namelijk de essentie van solidariteit: herverdeling. En wie over herverdeling spreekt, heeft het over dingen als sociale zekerheid en rechtvaardige fiscaliteit. Dat heeft niets met retoriek te maken, maar met een fundamentele politieke keuze.

Je zegt dat je er eigenlijk niet echt wakker van ligt. Zolang we maar goed bestuurd worden. En daar zit het hem natuurlijk, in wat dat concreet betekent. Voor de Vlaams-nationalistische partijen waar jij je graag tegenaan schurkt, met name N-VA en LDD, is “goed bestuur” synoniem voor sociale afbraak. Daar lig ik wel degelijk wakker van.

Met vriendelijke groeten,

Dirk Tuypens
mede-initiatiefnemer van Niet In Onze Naam

Advertenties