Bij de Begijnhofkerk in Brussel vertrokken zaterdagochtend meer dan tweehonderd mensen voor een driedaagse voettocht. Uitgeprocedeerde Afghaanse vluchtelingen en Belgische mensen die hun zaak steunen. Volgens sommige Vlaamse politici zouden de Afghanen in Vlaanderen op niet veel sympathie kunnen rekenen. Om hun ongelijk te bewijzen, trekken de vluchtelingen te voet naar Gent. Een verslag van één dag meestappen.

Zeven uur ‘s ochtends. Het is donker en kil in de Brusselse Begijnhofkerk, waar zo’n honderdvijftig Afghaanse asielzoekers al vier maand verblijven. Mannen, vrouwen, kinderen van alle leeftijden. Ze slapen dicht op mekaar in kleine iglo-tentjes. Overal liggen matrassen, stapels kleren en andere spullen. Met kleine petroleumkachels wordt de grootste kou verdreven. Een vluchtelingenkamp verborgen in het hart van de stad.

Buiten de kerk lopen de Afghanen altijd het risico om opgepakt te worden. Daarom blijven de vrouwen en kinderen zoveel mogelijk binnen. Sommige van hen hebben in vier maand tijd geen daglicht meer gezien. Activiteiten om de kinderen wat verstrooiing te brengen, zijn er niet.

Mondjesmaat komen de mannen naar buiten gesijpeld en verzamelen op het plein voor de kerk. Rugzakken, matjes en slaapzakken worden in een bestelwagen gestapeld. Er wordt warme thee uitgedeeld. Spandoeken en beschilderde borden worden klaar gehouden. “Wij zijn niet gevaarlijk, wij zijn in gevaar”, “Als de wet onrechtvaardig is, dan is het gerechtvaardigd ze te bestrijden”.

Om acht uur staan ruim tweehonderd mensen klaar om de tocht aan te vatten. Ze worden toegesproken door Samir, woordvoerder van de Afghaanse vluchtelingen: “We vertrekken vandaag op een tocht door Vlaanderen. Overal waar we komen, zullen we vertellen wie we zijn en wat we willen. We zullen de mensen vertellen dat Afghanistan een land in oorlog is, dat het er gevaarlijk is voor ons. We zullen laten zien dat we geen bedreiging vormen, dat we niets anders vragen dan de kans om een menswaardig leven te leiden, hier in België.”

Dan zet de colonne zich in beweging. “We want justice”, klinkt het als uit één mond. Met stevige tred gaat het richting Wemmel en Merchtem, eerste halte op deze eerste dag.

Warm Merchtem

Kort na het middaguur bereiken we het grondgebied Merchtem. Op een wat scheef gezakt bord langs de kant van de weg staat in dikke, witte letters: “Merchtem, waar Vlamingen thuis zijn.” De weinig subtiele Vlaamse Rand-boodschap aan al wie geen geloofsbrieven kan voorleggen die Vlaamse afstamming bewijzen.

In Merchtem heerst de familie De Block. De lijst van burgemeester Eddie De Block behaalde bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012 veertien van de vijfentwintig zetels. Behalve de burgemeester levert de lijst ook alle schepenen, de voorzitter van de gemeenteraad en de voorzitter van het OCMW. Die laatste is bovendien ook dochter van Maggie De Block. De gemeenteraad wordt verder bevolkt door een handvol mensen van CD&V en N-VA. Welgeteld één groen raadslid mag zich uitsloven om op elke raadszitting haar constructieve voorstellen te laten wegwuiven.

Toen burgervader Eddie ter ore kwam dat een groep Afghaanse asielzoekers door zijn gemeente zou trekken, kroop hij onversaagd in het harnas. Het fiere Vlaamse Merchtem zou niet zomaar onder de voet gelopen worden door dat uitgeprocedeerd volkje van de Begijnhofkerk. Aan de media verklaarde hij flink: “Ze moeten ons hier in Merchtem gerust laten. Ik hoef die cinema hier niet.” Zonder meer het dwaze statement van een burgemeester die de inwoners van zijn gemeente wil laten geloven dat de lieve vrede in hun buurt ernstig bedreigd wordt. Ramen en deuren dicht, de Afghanen komen eraan!

Maar de stoere woorden van Eddie De Block wegen zwaarder dan dat. Ze leggen de kern bloot van het Belgische asielbeleid. “Ze moeten ons gerust laten” is het uitgangspunt ervan. Asielzoekers worden al lang niet meer gezien als mensen in nood. Het zijn mensen die ons lastig vallen, vervelende avonturiers die ongevraagd ons weelderig en onbekommerd westers leventje komen verstoren. Hun verhalen interesseren ons geen moer meer. Al dat gejeremieer over oorlog, vervolging, foltering, verkrachting, moord en doodslag, het zal ons Siberisch koud laten. Allemaal cinema. Oh ja, we plengen graag de nodige krokodillentranen wanneer er weer eens een paar honderd onfortuinlijke vluchtelingen voor de Italiaanse kust verdrinken. Om vervolgens te pleiten voor nog hardere regels, een nog strengere bewaking van de Europese buitengrenzen. Om het probleem van vluchtende mensen opnieuw te herleiden tot een probleem van mensensmokkelaars.

Wie zich alvast niet laten meeslepen door het geblaat van De Block, zijn de mensen van de Werkgroep Merchtem Multicultureel. Net voor het centrum staat voorzitter Hugo Verwimp ons al op te wachten. Hij heet de groep van harte welkom en nodigt iedereen uit voor een middagmaal in de parochiezaal, wat met luid gejuich beantwoord wordt.

De parochiezaal was vandaag eigenlijk niet beschikbaar. Inwoners van Merchtem hebben de zaal gehuurd voor een groot familiefeest. Maar toen ze hoorden van onze komst, hebben ze spontaan het beginuur van het feest een beetje opgeschoven, zodat we er toch terecht kunnen voor een kom soep en een boterham. Na een korte rustpauze is iedereen weer paraat voor het vervolg van de tocht.

Banale oorlog

Hugo Verwimp toont ons de weg naar de woning van Maggie De Block. Er is afgesproken om hier geen uitvoerige actie te houden. Alleen maar even een brief in de bus gooien. Met een symbolisch vliegtuigticket erin, richting Kaboel. Omdat de staatssecretaris een tijd geleden in het televisiejournaal doodleuk kwam vertellen dat er in de Afghaanse hoofdstad helemaal niet zo’n groot veiligheidsprobleem bestaat. Een mens zou er volgens haar niet bepaald meer risico lopen dan hier bij ons. Als dat zo is, dan moet ze er maar eens met vakantie gaan. Vandaag wordt De Block liever niet herinnerd aan haar uitspraken over Kaboel. Ze wordt dan heel kregelig en schreeuwt dat ze zoiets nooit gezegd heeft.

De jonge mannen onder de Afghanen nemen foto’s van elkaar bij het koperkleurige bordje naast de deur: Dr. Maggie De Block – huisarts. Hilariteit alom. Het is verbazend. Deze mannen rennen, springen en dansen al de hele dag over het asfalt. Ze zijn uitgelaten als jonge honden, lachen en zingen de hele tijd. Waar blijven ze die energie en vrolijkheid vandaan halen?

De uitspraken van Maggie De Block over de veiligheidssituatie in Kaboel zijn niet weinig problematisch. Om te beginnen zijn ze natuurlijk volstrekt onjuist. Ze worden door elke deskundige met klem tegengesproken. En ook in de meest recente richtlijnen van de Verenigde Naties staat duidelijk dat het terugsturen van vluchtelingen naar Afghanistan niet kan. Maar haar beweringen wijzen ook op een toenemende banalisering van oorlogsgeweld in landen waar dat geweld al tientallen jaren onverminderd woedt. Alsof oorlog in Afghanistan de normale gang van zaken is. Alsof we ons pas zorgen moeten beginnen maken als het land plots niet meer het toneel zou zijn van dodelijk wapengekletter en extremisme. Afghaanse vluchtelingen worden in die optiek dan ook flauwe aanstellers. U komt uit Afghanistan? En waarom bent u daar vertrokken? Omdat het oorlog is? En dan, het is daar toch altijd oorlog?

Dankbaar nemen we afscheid van Hugo Verwimp en van Merchtem. De tocht gaat weer verder. Naar Affligem, het eindpunt van deze eerste dag. Nog drie uur stappen voor de boeg.

Herdenking

Ze hebben in zeven haasten alles wat niet vastzat op stootkarren of in kruiwagens gegooid. Wat niet te zwaar was, hebben ze op hun rug gebonden. Dan zijn ze ervandoor gegaan. Weg van huis, weg van het dreigende geweld. Ze wilden niet als gewillig slachtvee zitten wachten tot de vijand hen zou vinden. Wat hen dan te wachten stond, was te gruwelijk. De vijandelijke soldaten lieten overal een spoor van dood en vernieling na. Huizen werden in brand gestoken. Mannen werden willekeurig uitgekozen, tegen de muur gezet en geëxecuteerd. Het vee werd opgesloten in de stal en vervolgens levend verbrand. Vrouwen werden verkracht en vermoord. Zwangere vrouwen werd de buik opengesneden, hun darmen eruit gehaald en hun borsten afgesneden.

Nee, dit komt niet uit de vluchtverhalen van deze Afghaanse mensen. Dit gaat over Belgische burgers die in de zomer van 1914 hals over kop op de vlucht gingen voor het geweld van de Duitse bezetter. Ze waren met zo’n anderhalf miljoen. Meer dan een miljoen Belgische vluchtelingen trok de Nederlandse grens over, ongeveer tweehonderdduizend mensen gingen naar Groot-Brittannië en nog eens tweehonderdvijftigduizend namen de wijk naar Frankrijk.

Het verblijf van de Belgen in de buurlanden verliep niet zonder problemen. De druk van de grote aantallen vluchtelingen op de lokale gemeenschappen was niet min. En naarmate de oorlog langer duurde, kregen de Belgische vluchtelingen almaar meer verwijten naar het hoofd geslingerd. Het waren lafaards die hun land niet wilden verdedigen, ze wilden zich niet integreren, sloten zich op in ghetto’s, ze wilden niet werken, ze profiteerden van de hulp, ze pakten het werk van de plaatselijke bevolking af, ze hadden andere gewoonten, ze waren verantwoordelijk voor prijsstijgingen, ze waren tactloos, waren luidruchtig en gedroegen zich slecht in het openbaar.

Honderd jaar later lijken al deze beschuldigingen ronduit lachwekkend. Niet dat er geen problemen waren, maar geen zinnig mens die niet begrijpt dat de weerstand tegen de Belgische vluchtelingen overdreven en ongegrond was, ingegeven door irreële angsten. Niemand zal ook willen beweren dat de Belgen geen reden hadden om te vluchten, dat er in België geen veiligheidsprobleem bestond.

Hopelijk krijgen de verhalen van de Belgische oorlogsvluchtelingen in dit jaar waarin we het begin van de Groote Oorlog herdenken ook de nodige aandacht. Misschien kan het ons helpen de situatie van deze Afghaanse vluchtelingen en hun lotgenoten uit andere oorlogsgebieden beter te begrijpen. En misschien kan het ook onze bereidheid om te helpen aanwakkeren.

Goede mensen

Het is vijf uur in de namiddag als we aankomen in de abdij van Affligem. Ook daar worden we opgewacht door een welkomstcomité. Een twintigtal vrijwilligers heeft zich de hele dag uit de naad gewerkt om de stappers een heerlijke maaltijd voor te zetten. Hier zullen de Afghanen ook de nacht doorbrengen. Na vier maand kamperen in de Begijnhofkerk eindelijk een rustige nacht in een warm en zacht bed, met comfortabele sanitaire voorzieningen ter beschikking.

De eerste dag zit erop, de eerste zesentwintig kilometer zitten in de knieën. Iedereen is moe en voelt de inspanning in voeten en benen. Maar de moraal is nog geen sikkepit gezakt. Het enthousiasme en de wil om door te zetten blijven overeind.

Vijandigheid hebben we op deze eerste dag nergens bespeurd. Voorlopig hebben die zure Vlaamse politici alvast geen gelijk gekregen. Wat bijblijft is het oude vrouwtje in Merchtem, die de marcherende vluchtelingen tegemoet kwam lopen, hen omhelsde en zei dat ze allemaal goede mensen waren. Of de vrouw die om de hoek bij de abdij van Affligem voor haar deur stond te huilen van ontroering toen de vermoeide stappers voorbij kwamen. Vlaanderen mag zich dan kil en hard tonen in het stemhokje, langs de Vlaamse wegen die de Afghaanse vluchtelingen vandaag aandeden, was iets heel anders te zien. Iets van dat oude en vandaag zo verguisde woord: solidariteit.

Advertenties