Laat ik beginnen met een recente Mechelse farce te schetsen. Het verhaal van hoe in de politiek een verschil van 27.000 euro kan leiden tot een wereld van verschil in hoe beleidsdaden worden ontvangen en gewaardeerd.

In februari dit jaar kondigt Vlaams minister Ingrid Lieten (Sp.a), verantwoordelijk voor het Vlaams beleid rond armoede, aan dat jaarlijks 4,5 miljoen euro uitgedeeld zal worden aan steden en gemeenten voor de strijd tegen kinderarmoede. Mechelen krijgt in dit plan het jaarlijkse bedrag van 143.000 euro toebedeeld.

Mechels burgemeester Bart Somers (Open Vld) noemt dat geld “een welkom extraatje” maar wijst erop dat zijn stad zelf al een veelvoud van dat bedrag investeert om kinderarmoede het hoofd te bieden. “Om de hele problematiek aan te pakken zijn deze middelen ontoereikend. Maar we kunnen er alvast drie maatschappelijk werkers mee aantrekken, die enkele tientallen gezinnen kunnen ondersteunen”, aldus Somers.

Een paar maand later pakt staatssecretaris Maggie De Block (Open Vld), verantwoordelijk voor het beleid rond armoede op federaal niveau, uit met het nieuws dat ze de OCMW’s jaarlijks een extra bedrag zal toestoppen in het kader van de armoedebestrijding. Hier mag Mechelen elk jaar rekenen op 170.000 euro.

Opmerkelijk is nu de reactie van Bart Somers. Waar hij het geld van minister Lieten nogal smalend afdeed als leuk maar ontoereikend, is hij nu plots laaiend enthousiast. “Dit is een schoolvoorbeeld van hoe een goed beleid op federaal niveau extra ondersteuning kan bieden aan de lokale besturen”, klinkt het nu. “Maggie De Block heeft in 2012 en 2013 geholpen om het federale begrotingstekort terug te dringen en biedt ditmaal financiële steun aan de OCMW’s, zodat die op het terrein extra kunnen investeren in de strijd tegen armoede. Dat is de juiste aanpak. In geen enkele Vlaamse centrumstad is het aantal leefloners de voorbije jaren zo fors gedaald als in Mechelen. Met het extra budget zullen we ook de komende jaren blijven investeren in een beleid dat mensen perspectief biedt en hen uit de armoede tilt.”

Lieten en de filantropie

Deze farce toont niet alleen hoe armoede inzet is van partijpolitieke spelletjes, maar ook hoe zowel Sp.a als Open Vld het probleem van de armoede aanwenden om in de aanloop naar de verkiezingen tegen mekaar op te bieden met sinterklaaspolitiek. Geen van beide partijen biedt een beleid dat naar structurele oplossingen leidt.

Eind vorig jaar kondigde minister Lieten met veel tromgeroffel de oprichting aan van het Kinderarmoedefonds. Dat fonds ondersteunt allerlei projecten rond armoede en wordt gefinancierd met giften van bedrijven en burgers. Met andere woorden, armoede bestrijden wordt een kwestie van filantropie en liefdadigheid. Een zoveelste voorbeeld van hoe de overheid sociale verantwoordelijkheid van zich af schuift en sociale problemen in grote mate depolitiseert.

“Als de rijken geld investeren in de strijd tegen armoede, dan is dat toch een goede zaak”, horen we vaak. Op het eerste zicht lijkt dat misschien zo, maar toch is er met de weg van de filantropie wel degelijk een en ander mis.

De filantropie negeert om te beginnen het verband tussen armoede en rijkdom. Wie het probleem van de armoede wil aanpakken, moet ook durven kijken naar het probleem van de rijkdom. De ongelijke verdeling van rijkdom, het feit dat de rijkdom van onze wereld geconcentreerd zit in handen van een kleine elite, ligt nu net aan de basis van de armoede. Extreme rijkdom is deel van het probleem, niet van de oplossing. Wanneer we rijkdom gaan beschouwen als oplossing, komen we terecht bij de tenen krullende uitspraak van Siegfried Bracke (N-VA): “Het ergste wat de armen kan overkomen, is dat er geen rijken meer zijn.”

Het omarmen van de filantropie betekent impliciet ook het erkennen van de stelling dat de overheid niet in staat is om het probleem efficiënt aan te pakken en dat de verantwoordelijkheid maar beter overgelaten wordt aan privé-spelers. Diezelfde stelling wordt door rechtse partijen ook gehanteerd wanneer het bijvoorbeeld gaat over de opvang van gehandicapten en kinderen. “De overheid kan niet beantwoorden aan de noden, dus moet de opvang geprivatiseerd worden.” Vraag is natuurlijk niet of de overheid aan de noden kàn beantwoorden, maar of ze aan die noden wìl beantwoorden. Overigens is het vanwege die rechtse partijen ook erg makkelijk – en pervers – om eerst volop in te zetten op de verzwakking van de overheid en vervolgens die overheid inefficiëntie te verwijten.

Het is geen goed idee om belangrijke beleidsdomeinen in handen te geven van privé-spelers. We zien dat ook op wereldschaal. Terwijl overheden de budgetten voor ontwikkelingssamenwerking terugschroeven, wordt die verantwoordelijkheid meer en meer overgenomen door Bill Gates en aanverwanten. De superrijken van deze wereld zetten een deel van hun niet te overziene fortuinen in om van armoede een beheersbaar probleem te maken. Het probleem oplossen ligt allerminst in hun bedoeling, daarvoor zouden ze immers hun eigen status moeten aantasten. Zoals doctor in de sociale wetenschappen Francine Mestrum terecht stelt: de rijken proberen op die manier hun perverse rijkdom te legitimeren.

De Block en de goede bedoelingen

Het federale beleid van staatssecretaris Maggie De Block scoort niet veel beter. Het nationale kinderarmoedeplan kan niet op veel bijval rekenen. In een scherp opiniestuk wordt het plan door het Netwerk tegen Armoede afgedaan als “een paginavolle opsomming van ‘fait-divers’-acties , details en te onderzoeken pistes, gevat in een mooie structuur van strategische doelstellingen vol goede bedoelingen”.

Het Netwerk wijst terecht op een aantal federale maatregelen die de toename van armoede alleen maar in de hand werken. Het degressief maken van de werkloosheidsuitkeringen, mensen uitsluiten van een leefloon, uitkeringen onder de armoedegrens houden, jongeren uitsluiten van de inschakelingsuitkering, de invoering van remgeld en BTW voor advocaten…allemaal maatregelen die maken dat het federale beleid rond armoede niet bepaald veel zoden aan de dijk zal brengen.

Voor de huidige regering is De Block alvast de juiste vrouw op de juiste plek. Ze volgt gedwee de mantra die zegt dat er volop bespaard moet worden, met name in alle sociale voorzieningen. Vorig jaar presteerde de staatssecretaris het dan ook om 90 miljoen euro van haar budget terug te storten aan de overheid. Niet nodig, terwijl 15 % van de Belgen kampt met armoede.

Armoede is een aanslag

Een oplossingsgericht beleid rond armoede moet vertrekken van het inzicht dat armoede geen tegenslag is maar een aanslag. Het is geen onfortuinlijke lotsbeschikking die een mens compleet onverwacht en zonder enige aanwijsbare reden zomaar overvalt. Het is het rechtstreekse gevolg van bewuste beleidskeuzes op verschillende domeinen: werkgelegenheid, sociale zekerheid, onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting, diversiteit, cultuur, energie, mobiliteit, … Op al deze domeinen worden vandaag keuzes gemaakt die de ongelijkheid bestendigen en vergroten. Ongelijkheid is de kern van het armoedeprobleem. Zolang de ongelijkheid niet fundamenteel wordt aangepakt, is elk beleid rond armoede niets anders dan schone schijn.

“Word schandalig rijk”, dat is de slogan van Euromillions. Een veelzeggende kreet. “Schandalig rijk” is een uitdrukking die we allemaal kennen. Opmerkelijk, want het geeft aan dat we ons ook allemaal bewust zijn van het feit dat extreme rijkdom inderdaad schandalig is. En toch wordt die schandalige rijkdom voortdurend voorgesteld als het hoogst denkbare levensdoel. We hebben het in dit leven pas echt gemaakt als we schandalig rijk geworden zijn. Extreme ongelijkheid wordt gepromoot als ideaal. Het illustreert perfect de hypocrisie in onze samenleving. Alle gevestigde partijen en politici hebben de mond vol over de noodzaak om armoede te bestrijden, maar niemand durft raken aan de schrijnende ongelijkheid. Nog een keer Francine Mestrum: armoede is een materieel tekort, rijkdom is een gebrek aan beschaving.

De PVDA+ zet terecht volop in op het aanpakken van armoede. De partij vertrekt daarbij van de noodzaak om rijkdom en welvaart op een rechtvaardige manier te verdelen. Er moeten dus fundamenteel andere keuzes gemaakt worden. Rechtvaardige fiscaliteit, een sterke sociale zekerheid, toegankelijk en betaalbaar onderwijs, kwaliteitsvolle jobs met een goed loon, een laagdrempelige en hoogstaande gezondheidszorg…dat zijn prioriteiten in een efficiënt beleid om armoede niet beheersbaar te houden, maar uit te roeien.

(Dit artikel is geschreven in het kader van de federale verkiezingen van 2014)

Advertenties