Op 1 augustus publiceerde dichter Charles Ducal in De Morgen een scherp gedicht over de Israëlische agressie in Gaza. Op een reactie vanuit pro-Israëlische hoek hoefde de Dichter des Vaderlands niet lang te wachten. Schrijver Benno Barnard doopte zijn pen eens te meer in vitriool en koelde zijn woede in een venijnig opiniestuk op de website van Joods Actueel.

Verrassend was het natuurlijk niet. In een interview met Solidair zei Ducal nog: “Het spijtige is dat wanneer je in dit conflict de kant van de Palestijnen kiest, die keuze altijd begrepen wordt als sympathie voor Hamas, terreur en fundamentalisme. Er hangt vandaag de dag een sfeer waarin elke kritiek op Israël onmiddellijk geïnterpreteerd wordt als antisemitisme. Je zou bijna bang worden om het zionisme nog aan te vallen.” En zie, drie dagen na het verschijnen van het gedicht “As in de mond” had Benno Barnard zijn azijnzure repliek al klaar.

Barnard stelt dat het gedicht beledigend en vernederend is voor élke jood, waar ook ter wereld. Ducal zou alle joden op één hoop gooien en hen allemaal een superioriteitsgevoel verwijten. Wie het gedicht leest, begrijpt nochtans heel goed dat Ducal zich richt tot die joden die doordrongen zijn van de zionistische waan die het verwoestende geweld van bulldozers, tanks en gevechtsvliegtuigen vanzelfsprekend maakt – en dat zijn gelukkig niet àlle joden in Israël, ook niet àlle joden in Antwerpen of waar dan ook. Hén, en alléén hen, legt hij inderdaad een moordend gevoel van “uitverkoren zijn” ten laste.

Dat een erudiet schrijver als Barnard, auteur van doorgaans intellectueel doorwrochte verzen, een toch wel toegankelijk geformuleerd gedicht van Ducal verkeerd zou lezen, is weinig aannemelijk. Nee, Barnard solfert het publiek moedwillig een verwrongen interpretatie op. Omdat hij die nodig heeft om Ducal te kunnen betichten van de moeder aller zonden: het antisemitisme.

Vandaar dat Barnard ook voortdurend herhaalt dat er geen onderscheid bestaat tussen antisemitisme en anti-zionisme. Het laatste is volgens hem niets anders dan een modieuze vorm van het eerste, een soort camouflage die door wie zich ervan bedient niet meer herkend wordt als jodenhaat.

In De Morgen van 2 september 2008 publiceert een platform van intellectuelen en kunstenaars een opiniestuk waarin ze zich beklagen over de manier waarop de pro-Israëlische lobby elke kritiek op de Israëlische bezettings- en annexatiepolitiek de mond tracht te snoeren. “De techniek van deze lobby bestaat erin om kritiek op de Israëlische mensenrechtenschendingen en schendingen van het internationale recht te pareren door deze gelijk te stellen met haat tegen Israël en tegen de joden in het algemeen. Antisemitisme dus.” Benno Barnard illustreert hoe deze handigheid ook vandaag nog altijd wordt beproefd.

Vrijheid van meningsuiting

Voor Barnard is het eigenlijk allemaal heel eenvoudig. Ducal had dit gedicht gewoon niet mogen schrijven, poneert hij. Een stelling die hij eerst nog ophangt aan het feit dat Ducal Dichter des Vaderlands is. In die functie zou hij verondersteld worden gedichten te schrijven voor alle Belgen. Met “As in de mond” zou hij partij kiezen tegen duizenden joodse landgenoten, wat voor een nationale poëet onbetamelijk zou zijn.

Maar wat verderop klinkt het anders: “Hij moet weten wanneer zwijgen geboden is.” Dat is dus duidelijk. Over het doen en laten van de staat Israël dient gezwegen te worden, zo verordonneren het de zionistische colonnes. Net zoals zij blijkbaar ook aangeven wanneer er wel gesproken dient te worden: “Waarom schrijft die Ducal geen gedicht tegen de jonge moslims in onze straten, die onder de vlaggen van het waanzinnige ISIS tegen Israël – zeg maar: tegen de Joden – demonstreren?”

Het wordt mooi als de ene dichter de andere gaat dicteren waarover hij wel en niet mag schrijven, voor en tegen wie hij zijn pen mag richten. In een door Benno Barnard mee ondertekend antwoord op het eerder aangehaalde opiniestuk uit 2008 staat nochtans: “Een heleboel organisaties, die er een aparte wereldvisie op nahouden, zijn actief bij projecten waarbij de Joodse staat het keer op keer moet ontgelden. Daar is eigenlijk niets mis mee, we leven in een democratie en dragen vrije meningsuiting hoog in het vaandel.” Niet dus.

Haat zaaien

Barnard kan zijn afschuw voor de verzen van Ducal niet genoeg in de verf zetten. “Het is geësthetiseerde haat, afkomstig uit een ideologisch verwrongen geest”, fulmineert hij. Ducal zou een waterdrager van Hamas zijn en verspreider van Palestijnse propaganda die de joden wil afschilderen als de “nazi’s van de Palestijnen”.

Dat deze beschuldigingen van haat zaaien uitgerekend uit de pen van Barnard vloeien, is wel erg curieus. In de voorbije jaren heeft hij zich namelijk ontpopt tot een van de meest rabiate islamofoben in ons land. Aan de zijde van mensen als Wim van Rooy, Sam van Rooy en Mia Doornaert voert hij een ware kruistocht tegen “het fascisme van de islam”. In zijn boek “De Israël Lobby” wijdt Lucas Catherine een volledig hoofdstuk aan de strapatsen van dit gezelschap: hun virulente schotschriften tegen de islam, hun al dan niet geslaagde pogingen om activiteiten rond de Palestijnse kwestie te boycotten, hun geflirt met het Vlaams Belang, de onverbloemde waardering en steun voor Filip Dewinter.

De visie van deze zelfverklaarde redders van de joods-christelijke beschaving wordt door Barnard in De Morgen van 21 april 2009 als volgt samengevat: “De islam als politieke ideologie is een grote zwarte steen van mannelijke agressie, inktzwart obscurantisme en diepe achterlijkheid, gericht tegen alles wat ons dierbaar is of zou moeten zijn”. Niet bepaald een liefdesverklaring.

Lucas Catherine, die door Barnard te pas en te onpas als notoir leugenaar wordt weggezet, wijst op de band tussen deze islamofobie en het fervente zionisme. Het aanhoudend spuwen op de islam is duidelijk een strategie om de Israëlische politiek met betrekking tot het Palestijnse volk tot in der eeuwigheid te kunnen verschonen. De joodse staat strijdt immers een Bijbelse oorlog tegen het Kwaad. “Antisemitisme is de ongrijpbare substantie waarin het Kwaad zich heeft samengetrokken – het is de duivel die zijn mond niet kan houden”, schrijft Barnard op 15 september 2010 op zijn Knack-blog.

Sus van Elzen, oud buitenlandredacteur bij Knack, schrijft op 12 april 2010 op De Wereld Morgen dat Israël onder premier Ariël Sharon begon met het organiseren van zogeheten “task forces” in het buitenland. Die zouden als opdracht hebben de Israëlische regeringspolitiek te promoten. “Waar deze task forces in hoofdzaak op de lokale Joodse gemeenschap georiënteerd zijn, is de inlijving van dichters, journalisten en andere lesgevers die niet gehinderd worden door teveel kennis van zaken, natuurlijk mooi meegenomen. Vandaar het fenomeen Benno.”

Wat er ook van zij, het Israëlische geweld tegen de Palestijnen is wat Barnard betreft meer dan geoorloofd. Bij elke nieuwe explosie staat hij op de eerste rij om de militaire agressie niet alleen te verdedigen, maar ook te minimaliseren. Begin 2009, kort nadat Israël in Gaza op drie weken tijd 1400 mensen doodde, zei Barnard in een debat in Gent: “In de pers worden Palestijnen altijd voorgesteld als arm en zielig en Israël als het tegenovergestelde. Het is oorlog en in een oorlog gebeuren nu eenmaal wreedheden.” Aan Israëlische zijde vielen in dezelfde drie weken vier doden.

Sympathie en steun voor de Palestijnen komt volgens Barnard alleen voort uit linkse kortzichtigheid. In het voorwoord van het boekje “Het gespleten geweten” van Antwerps gemeenteraadslid André Gantman (N-VA) schrijft hij: “De Palestijnen poseren met een zeker dramatisch talent als slachtoffer, en links is van oudsher dol op slachtoffers. Bovendien koestert ook Hamas een utopie. En utopisten herkennen hun soortgenoten, net als honden.”

Nog begin 2009 ondertekent Barnard een opiniestuk waarin gesteld wordt dat een onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden begaan door Israël alleen maar zou wijzen op selectieve verontwaardiging: “De stemmen die nu moord en brand schreeuwen tegen Israël hebben weinig ondernomen om Rusland, de VS of de NAVO door een oorlogstribunaal te laten veroordelen. De beschuldigingen aan het adres van Israël kunnen derhalve niet anders worden beschouwd dan als pogingen om de Joodse staat te demoniseren. En ze zijn veelal ingegeven door mensen die het basisprincipe van Israëls bestaansrecht betwisten, en zo elke duurzame vredesoplossing onmogelijk maken.”

In zijn kritiek op het gedicht van Ducal lezen we nog deze opmerkelijke zin: “Als de Geallieerden proportioneel geweld hadden gebruikt, vochten we nu nog altijd tegen Hitler.” Het disproportionele geweld in Gaza vandaag wordt opnieuw als noodzakelijk voorgesteld. Israël is immers, zoals Barnard op 2 juli 2009 in Joods Actueel schreef, “de enige voorpost van de beschaving te midden van woestijnen vol islamitische verschrikkingen.”

Cultuur van de dood

Om zijn beschuldigingen aan het adres van Charles Ducal en zijn steun aan Israël kracht bij te zetten, roept Barnard de hulp in van de Nederlandse schrijver Leon de Winter, die vanuit Tel Aviv aan de Nederlandse krant De Telegraaf over de vijandelijkheden rapporteert.

Op 28 juli schrijft De Winter in een opiniestuk op de nieuwssite Dagelijkse Standaard dat er sinds 1950 veel meer moslims omkwamen in conflicten met andere moslims dan in het conflict met Israël. Daaruit meent de schrijver dan ook te moeten concluderen dat het aantal doden in Gaza maar een klein getal vormen en, voor de goede verstaander, dan ook best gerelativeerd kunnen worden. Hij voegt er nog aan toe dat moslims, gezien hun “tribale eer-schaamtecultuur”, niet zoveel problemen hebben met het uitroeien van de vijand en zijn familie. Het gaat dus toch maar om bloeddorstig, oorlogszuchtig en wraakzuchtig volk. Who cares?

Volgens de Winter is de huidige oorlog precies wat Hamas wil: “Hamas wil dat Israël de bevolking van Gaza raakt. Hamas wil dat Gaza bloedt. De oorlog die Hamas nu strijdt, is namelijk een publiciteitsoorlog om sympathie en daarmee financiële steun te krijgen.” Dat het conflict om grond zou draaien, verwerpt hij ten stelligste: “Dit Israëlisch-Palestijns conflict is geen conflict om grond. Dat is het nooit geweest. Het is een conflict tussen culturen. Tussen die van het leven en die van de dood.”

De Winter heeft zo zijn eigen verklaringen voor de volgens hem in de Palestijnse cultuur gewortelde gewelddadigheid. Het is allemaal te wijten aan overbevolking. Veel te veel volk op een veel te klein gebied. Als gevolg daarvan hebben jonge mannen in Gaza geen toekomstperspectief meer. Dat leidt tot frustratie. Bovendien is hun sociaal-economische situatie zo slecht dat ze geen vrouw vinden. En volgens hun geloof mogen ze voor het huwelijk geen seks hebben. Nog meer frustratie. En al die frustratie projecteren ze dan maar op de joden. Overigens is de Winter er ook van overtuigd dat die overbevolking een bewuste strategie is. Er moet immers genoeg reserve aan strijdkrachten zijn voor de heilige oorlog tegen de joden.

In een toespraak in november 2012 zei de Winter: “De Gazanen behoren tot de snelst groeiende volken in de wereld. Er is geen hoop voor al die mensen in die zandbak. Ze zullen gefrustreerd en woedend blijven, en al hun armoede en gebrek aan levenslust en gebrek aan toekomstverwachtingen en het gebrek aan plezier en seks en lol en alles wat het leven de moeite waard maakt, aan Israël en de joden verwijten. Houdt u het volgende voor zich, anders word ik hiervoor in de media, die al zo gek op mij zijn, weer aangevallen, maar ik zeg het toch (let op, dit is sarcasme): misschien moet in het geheim een anticonceptie middel aan het drinkwater in Gaza worden toegevoegd.” De Winter kreeg hierna inderdaad bakken kritiek over zich heen. Maar ja, het was maar een sarcastisch grapje, toch?

Ongetwijfeld het hoogtepunt in de beschouwingen van Leon de Winter treffen we in zijn bijdrage aan De Telegraaf van 15 juli 2014: “Al dat gepraat en ge-onderhandel over grond en nederzettingen leidt tot niets omdat het echte vraagstuk niet wordt aangeraakt: het gaat om het zelfbeeld van de Palestijnen. Het gaat om psychologie. Ze kunnen niet bestaan met het besef dat ze overvleugeld zijn door Joden. In het wilde weg duizenden raketten afvuren is pure waanzin, maar die waanzin komt voort uit een ziektebeeld. Maak ik nu van de Gazanen psychiatrische patiënten? Ja. Er is geen redelijk argument te bedenken voor hun gedrag. Er valt in hun zelfgekozen mentale en fysieke gevangenis niets te winnen, behalve de claim dat zij door beesten worden onderdrukt, en daarom zijn zij zoals zij zijn, vertellen ze ons indirect. Dus maken zij van de Israëliërs de beesten die zij in hun waan nodig hebben.”

Extremist onder de extremisten

Dat heel veel Palestijnen klaar zijn voor de geestelijke gezondheidszorg, lijdt geen twijfel. Artsen zonder Grenzen schrijft: “Kinderen die dergelijke vormen van agressie moeten ondergaan, zijn bijzonder angstig en ervaren erg veel psychologische spanning. Ze worden overstelpt door emoties die ze nog niet de baas kunnen. Dergelijke gebeurtenissen zijn nefast voor hun ontwikkeling. Op moreel vlak gaan ze eronderdoor.” En de Israëlische journalist Gideon Levy schrijft op 15 januari 2009: “De kinderen van Gaza die overleven zullen het niet vergeten.”

Maar ook de heren Barnard en de Winter zouden misschien wel gebaat zijn bij een bezoek aan een therapeut. In een eerste sessie zouden ze dan misschien de volgende fragmenten kunnen lezen uit een brief van Nourit Peled-Elhanan, docent taal en onderwijs aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem en de Universiteit van Tel Aviv. In september 1997 kwam haar veertienjarige dochter om bij een Palestijnse zelfmoordaanslag in Jeruzalem. Ze schreef daarna een open brief aan Benyamin “Bibi” Netanyahou, met als titel: “Bibi, wat heb je gedaan?” Nourit Peled-Elhanan houdt niet de Palestijnen, maar het Israëlische beleid verantwoordelijk voor het leed dat haar treft. Misschien kan de lectuur van deze fragmenten een eerste stap zijn om Barnard en de Winter van hun zionistische koorts te genezen:

“Sinds dertig jaar voert Israël een politiek beleid dat zowel voor ons als voor onze buren desastreus is. ‘Wij’ hebben grote gebieden bezet, mannen en vrouwen vernederd en beroofd, huizen en gewassen vernietigd. Noodgedwongen is de weerslag gekomen. Men kan een volk niet doden, uithongeren, opsluiten in enclaves en vernederen zonder dat het op een dag ontploft. Dat is wat de geschiedenis leert. Maar ‘Bibi’ heeft niet de minste notie van geschiedenis.

Voor mij is er in ieder geval geen verschil tussen de terrorist die mijn dochter heeft gedood en de Israëlische soldaat die bij een versperring een zwangere Palestijnse vrouw niet doorliet om naar het ziekenhuis te gaan, zodat ze uiteindelijk haar kind verloor. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer de Palestijnen ons hadden behandeld zoals wij hen behandelen, ‘wij’ bij hen een terreur hadden gezaaid die honderd keer erger was. Vergeet niet dat elke Palestijnse familie, of toch bijna, iemand heeft geofferd – gedood of gewond – in een halve eeuw van conflict waarin onze twee volkeren tegenover elkaar staan.

Hoe zou een Palestijn wiens huis door de bezettingsmacht gedynamiteerd werd, moeten reageren? In de bezette gebieden werden gedurende dertig jaar duizenden huizen willekeurig vernield, en dan spreken we nog niet over de dorpen die na de oorlog van 1967 weggeveegd werden. En wat zou een boer moeten doen wanneer zijn olijfbomen uitgetrokken worden om plaats te maken voor een joodse kolonie? Sommige van die uitgerukte olijfbomen werden zelfs naar Jeruzalem gebracht en herplant – wat een schande! – op een terrein dat de naam van Martin Luther King draagt.

Het zijn onze daden die aan de basis liggen van het terrorisme. Trouwens, “Bibi” heeft de mentaliteit van een terrorist. Heel zijn denken concentreert zich op de confrontatie. Voor hem is de vrede een luchtspiegeling, zelfs een valkuil. Hij heeft niets anders dan het woord “terrorisme” in de mond. In elk gesprek, elke toespraak, bij elke persconferentie gebruikt hij het. Voor hem is het terrorisme overal. Maar hij begrijpt niets van de natuur van dit fenomeen. Vandaag heeft hij de zekerheid sterker te zijn dan zijn Palestijnse tegenstander, waarin hij een vijand ziet die vernietigd moet worden. Vandaar die catastrofale politiek…

Wie hem persoonlijk gekend heeft, weet dat “Bibi” een extremist onder de extremisten is. Het is een man van het verleden. Als hij het woord “vrede” of “verzoening” hoort, trekt hij zijn pistool.

Om deze verschrikkelijke cyclus van provocaties, haat, bloed en vernieling te stoppen, moet er een eind komen aan deze gevaarlijke en onverantwoordelijke macht die met onze levens speelt, met het lot van onze kinderen, met de toekomst van ons land. Als deze waanzin niet stopt, zullen de vlammen van de oorlog ons allemaal verteren.”

 

Aanbevolen lectuur:

“Gaza, geschiedenis van de Palestijnse tragedie” – Lucas Catherine en Charles Ducal.

“De Israël Lobby” – Lucas Catherine.

“De etnische zuivering van Palestina” – Ilan Pappe.

Advertenties