televisie

Eind dit jaar moeten de Vlaamse overheid en de openbare omroep VRT een nieuwe beheersovereenkomst ondertekenen. In voorbereiding van de onderhandelingen daarover werden eind mei in de Commissie Cultuur, Jeugd, Sport en Media van het Vlaams parlement een aantal hoorzittingen gehouden. Daar werd onder meer geluisterd naar de standpunten en aanbevelingen van belangrijke spelers op de commerciële mediamarkt. Zo maakten de CEO’s van de grote mediagroepen SBS, Medialaan, De Persgroep en Mediahuis hun opwachting. De passage van deze heren draaide uit op een gênant vertoon van onverhulde afgunst en hebzucht. De concurrentieslag op zijn pijnlijkste best.

De CEO’s hadden natuurlijk ook wel wat bloemetjes bij voor de VRT. Ze lieten niet na de openbare omroep te danken voor alles wat die voor het medialandschap heeft betekend. Maar na de kortstondige loftuitingen werden onverwijld de gewette messen bovengehaald. “De VRT verstoort de markt”, klinkt het eensgezind. Het succes van het digitale platform van de openbare omroep, de reclame-inkomsten, amusement en sport op de publieke zenders…het zit de commerciële bonzen allemaal flink dwars. Ze voelen zich bedreigd op wat ze beschouwen als hun exclusieve en nu al overbevolkte terrein. Reden genoeg voor een gezamenlijk offensief om de VRT in een hoekje te drummen.

Schaamteloze inhaligheid

Een eerste doorn in het oog van de commerciële spelers is het feit dat de VRT, zij het dan in beperkte mate, inkomsten vergaart uit online reclame. Philippe Bonamie, CEO van SBS, maakt zonder omwegen duidelijk waarom: “Elke euro die de VRT uit de reclamemarkt haalt, is er een die wij niet kunnen binnenhalen.” Ook Peter Bossaert, CEO van Medialaan, is glashelder: “De concurrentie van een overheidsbedrijf op deze groeimarkt kunnen we missen als kiespijn.”

Schaamteloze inhaligheid dus. Krantengroepen en televisiebedrijven zien de inkomsten van online reclame stijgen. Het is wat ze noemen “het enige lichtpuntje” in de reclamewereld. En dus willen ze liefst dat de openbare omroep voortaan geen reclame-activiteiten meer mag uitoefenen. Ook niet een beetje. “Het huidige reclameplafond van de VRT behouden, zou al betekenen dat de VRT een groter deel van de markt zal opeisen”, zegt Peter Bossaert. Erg cynisch voegt hij er aan toe dat reclame bij de VRT betekent dat de besparingen die het overheidsbedrijf moet slikken, afgewenteld worden op de commerciële spelers.

Dat inkomsten uit reclame een spijtige maar noodzakelijke compensatie zijn voor steeds dalende overheidsmiddelen, daar hebben de CEO’s uiteraard geen oren naar. Dat de VRT in 2015 maar liefst 22 miljoen euro moet inleveren en in de komende jaren het budget nog meer zal zien krimpen, is hen vast even ontgaan.

Volgens Philippe Bonamie is de oplossing eenvoudig: “Wanneer de VRT zich met zijn dotatie concentreert op zijn kerntaken, is er geen nood aan extra commerciële inkomsten.” Voor Bonamie en zijn collega’s ligt de kernopdracht van de VRT in een aanbod van nieuws en cultuur. Ontspanning en sport zijn het terrein van de commerciële spelers. Opmerkelijk in het debat over reclame is het standpunt van de Unie van Belgische Adverteerders (UBA). Zo opmerkelijk dat topman Chris Van Roey het zelf bizar noemt. De adverteerders vinden dat ze niet genoeg bereik hebben op de televisiezenders, omdat de VRT een dominant marktaandeel heeft. Men zou dan ook verwachten dat ze zouden pleiten voor meer publiciteitsruimte bij de VRT. Maar dat doen ze uitdrukkelijk niet. “Omdat dat niet opportuun zou zijn voor de financiële gezondheid van de commerciële zenders”, zegt Chris Van Roey. “We begrijpen dat de commerciële zenders hun verlies aan inkomsten vandaag willen goedmaken op het online-segment. Daar is voor ons adverteerders ook geen schaarste. We kunnen er alle doelgroepen bereiken, ook zonder de VRT.” De UBA, die in het verleden wél pleitte voor extra reclame bij de openbare omroep, maakt hier een duidelijk ideologische keuze. Ook al heeft de openbare omroep het grootste publieksbereik, toch wedden de adverteerders liever op de commerciële zenders. Er moet maar eens wat gedaan worden aan dat marktaandeel van de VRT.

Ook subsidies voor de commerciële spelers

Een ander pijnpunt in het debat wordt gevormd door de jaarlijkse dotatie die de VRT van de Vlaamse overheid krijgt. De CEO’s van de commerciële huizen spreken hier natuurlijk liever over subsidies, een woord dat ondertussen bijna overal begrepen wordt als gratis geld voor nutteloze dingen – lees: dingen die niet genoeg opbrengen.

Het feit dat de VRT werkingsmiddelen van de overheid krijgt en daarnaast ook inkomsten uit reclame verwerft, wordt al snel bestempeld als concurrentievervalsing. “Die rijkelijke dubbele financiering leidt tot een opbod in de prijzen”, weet Philippe Bonamie. “Wij komen wekelijks in situaties waarin we het financieel moeten afleggen tegen de VRT in de aankoop van programma’s.”

Maar de heren hebben wel een suggestie. Philippe Bonamie vraagt zich namelijk af waarom alleen de VRT subsidies krijgt. Ook de commerciële spelers zouden volgens hem overheidssteun moeten krijgen, omdat ze immers gelijkaardige programma’s maken. Voor deze suggestie krijgt Bonamie steun van John Porter, de uit Australië geïmporteerde CEO van Telenet. In De Morgen van 5 juni zegt die: “Als de overheid gelooft dat televisie een belangrijk middel is om de Vlaamse cultuur en de eigen taal te bewaren, zou ze de publieke financiering niet alleen voor de openbare omroep moeten reserveren.”

De VRT krijgt in 2015 een dotatie van 277 miljoen euro. Daarmee is het een van de goedkoopste openbare omroepen van Europa. Daarnaast geeft de federale regering wel een jaarlijkse subsidie van 400 miljoen euro aan de papieren pers – aan de grote persgroepen dus. Tegenover dat enorme bedrag staat geen enkele kwalitatieve voorwaarde. Maar deze verhouding wordt makkelijkheidshalve maar even vergeten.

Samengevat luidt het advies van de CEO’s als volgt: de VRT mag geen modern digitaal platform uitbouwen, moet een nichezender worden voor nieuws en cultuur, mag geen inkomsten uit reclame halen en moet de slinkende overheidsmiddelen delen met de commerciële spelers. En toch zeggen ze allemaal uitdrukkelijk dat ze voor een sterke openbare omroep zijn.

Achter slot en grendel

In het betoog van de CEO’s draait alles rond de bescherming van hun businessmodel, wat sterk onder druk zou staan. Of in de wat fraaiere bewoordingen van Gert Ysebaert, CEO van Mediahuis: “de bezorgdheid om het ecosysteem van het Vlaamse medialandschap.” Maar hoe ziet dat businessmodel er dan wel uit?

Voor de geschreven media volstaat het een blik te werpen op de websites van kranten en tijdschriften binnen de grote mediagroepen. Overal verdwijnt de inhoud steeds meer achter een betaalmuur. Het model is duidelijk: wie informatie wenst, moet er voor betalen. Een openbare omroep die via een digitaal platform gratis nieuws en duiding brengt, is daarom een stoorzender.

Wat de televisiezenders betreft, is het opnieuw Telenet-baas John Porter die verheldering brengt: “Met een goed door de overheid gefinancierde VRT zijn commerciële zenders verplicht om hen te volgen met zelfgemaakte programma’s. Alleen is er onvoldoende schaal om al die programma’s te maken en rendabel te maken.” Een publieke omroep die op de markt een leiderspositie inneemt, verplicht de commerciële zenders dus om kwalitatief bij te benen. Maar dat kost hen veel meer geld dan hen lief is. Zonder die sterke VRT kunnen ze veel goedkopere producten op de buis gooien en veel meer winst boeken. Telenet wil ook dat de VRT een aantal producties eerst aanbiedt via betaal-tv en dan pas uitzendt op Eén of Canvas. Ook de televisiewereld droomt van betaalmuren.

Politieke steun

Het hierboven omschreven businessmodel kan op heel wat steun rekenen op de politieke banken. Open Vld voert met mediaspecialist Bart Tommelein al jaren een openlijke strijd tegen wat ze de overdominantie van de openbare omroep noemt. De partij leverde in de Vlaamse regering met Sven Gatz ook de bevoegde minister. Ook hij benadrukt dat de VRT uit het vaarwater van de commerciële spelers moet blijven. Bovendien is het voor hem geen taboe om een deel van het digitale platform van de VRT betalend te maken. Verder wil de minister ook dat de VRT het aandeel van amusement en sport in de programmatie inperkt.

Ivo Belet (CD&V) spreekt zich eveneens uit voor betalende informatie: “Als er een goed interview staat in De Morgen of De Standaard, wil ik dat deredactie.be daar reclame voor maakt, er twee zinnen uit geeft en me zin geeft om het te lezen. Ook al moet ik daar dan voor betalen.”

Maar wellicht de meest rabiate politieke stem tegen de openbare omroep is Siegfried Bracke (N-VA). De Kamervoorzitter haalt zowat alles uit de kast om het cliché te bevestigen van een steriel openbaar bedrijf dat bevolkt wordt met suffe ambtenaren die de hele dag op hun luie krent zitten en elke maand langs de gulle overheidskassa passeren. Zo beweerde Bracke onlangs dat de vakbonden bij de VRT beschikken over een ellenlange lijst van “uitgebluste” personeelsleden die eigenlijk niets meer doen maar toch doorbetaald worden. Een nieuwtje dat door de vakbonden ten stelligste wordt ontkend. Volgens Bracke is er bij de VRT ook weinig innovatie en creativiteit te bespeuren. Dat ziet hij allemaal vooral aan de kant van VTM. Daarmee raakt Bracke aan nog een ander belangrijk motief voor het offensief tegen de VRT. Een publieke omroep in een leiderspositie ondermijnt immers de mythe dat innovatie, creativiteit en leiderschap per definitie alleen gevonden kunnen worden op de commerciële markt.

Een sterke en gulle publieke omroep

Waren er dan op de hoorzittingen in het Vlaams parlement geen stemmen die vòòr een sterke openbare omroep pleitten? Toch wel, maar in de door Mediahuis en De Persgroep beheerde kranten en zelfs – o, ironie – in het VRT-nieuws werden die eenvoudig genegeerd.

Zo was er onder meer een tussenkomst van Tim Raats, docent Politieke Economie van de Cultuurindustrieën. Hij doctoreerde met een studie over de rol en de positie van de openbare omroepen in de hedendaagse samenleving. Raats laat een heel ander geluid klinken: “Publieke omroepen hebben de mogelijkheid om een uniek knooppunt te zijn in een steeds complexer wordend medialandschap. In een met – vaak commerciële – informatie overladen wereld kan de publieke omroep zich meer dan ooit opwerpen als gids voor betrouwbaarheid en kwaliteit en als essentiële link met publiek en samenleving.”

Een gelijkaardig geluid kwam van Gie Goris, voorzitter van Media.21, een koepel van digitale en onafhankelijke media (waaronder DeWereldMorgen, Newsmonkey, Apache, MO en rekto:verso). Ook Media.21 ziet de openbare omroep als een belangrijke motor om de kwaliteit en de diversiteit van het medialandschap te garanderen: “De openbare omroep zou zich veel sterker moeten profileren als kennis- en innovatiedraaischijf voor een beter en blijvend relevant medialandschap in Vlaanderen.”

“Het heeft geen zin te investeren in een omroep en die dan de handen op de rug te binden om er toch maar voor te zorgen dat hij niet succesvol zou zijn”, zegt Gie Goris. In tegenstelling tot de commerciële spelers pleit Media.21 er dan ook voor dat de openbare omroep volop inzet op het ontwikkelen van vernieuwende mogelijkheden. Het uitbouwen van een sterk digitaal platform is daarbij prioritair. “Wij denken dat een open, sterke en gulle openbare omroep een belangrijk instrument wordt om het pluralistisch karakter van het medialandschap in Vlaanderen te garanderen en te voeden. Dat is een belangrijke opdracht voor de overheid, zeker nu de toenemende concentratie van media-eigenaarschap de pluraliteit van perspectieven in de Vlaamse media bedreigt.”

Een overheid die de democratie ernstig neemt, investeert ruimschoots in een publieke omroep. Een omroep die zichzelf ook voortdurend kritisch bevraagt over zijn rol en de manier waarop die wordt ingevuld. Wanneer het medialandschap gedomineerd wordt door commerciële spelers, resulteert dat in een door winstbejag ingegeven kwalitatieve verschraling en een afbraak van de noodzakelijke veelstemmigheid. Dat laatste wordt op ironische wijze duidelijk geïllustreerd door de berichtgeving over de hoorzittingen rond de toekomst van de VRT.

(Dit artikel verscheen eerder in het juli-nummer van Solidair)

Advertenties