segregatie

“De angst voor de barbaren brengt het risico met zich mee dat we barbaren worden. En het kwaad dat we onszelf zullen aandoen, zal uitgaan boven het kwaad waarvoor we in het begin bevreesd waren. De geschiedenis leert ons dat het middel erger dan de kwaal kan zijn.” – Tzvetan Todorov

Een paar weken geleden waren alle ogen plots gericht op Koksijde. Burgemeester Marc Vanden Bussche (Open Vld) wilde volwassen vluchtelingen stante pede de toegang tot het zwembad verbieden. Aanleiding: een Irakese vluchteling zou een tienermeisje aangerand hebben en er was ook sprake van een aantal gluurincidenten. Het werd snel duidelijk dat de beschuldigingen totaal geen steek hielden. Het parket zag geen enkele reden om de man in kwestie aan te houden of te vervolgen, de ouders van het meisje verklaarden dat de zaak zwaar overroepen was. Er kwam dan ook geen zwembadverbod.

Voor de Irakese jongeman was het kwaad uiteraard geschied. Hij werd door Theo Francken meteen gebrandmerkt als een gevaar voor de samenleving en opgesloten in een gesloten asielcentrum. Even later mocht hij dat centrum dan wel verlaten, maar hij mag niet meer terug naar Koksijde, hoewel hij dat zelf wel verkiest.

Wat mij ten zeerste verbaast, is dat blijkbaar niemand het in deze zaak gepast vond om iets van een verontschuldiging te formuleren. Burgemeester Vanden Bussche niet, Theo Francken niet. Maar ook niet Bart Tommelein en Alexander De Croo, twee vooraanstaande partijgenoten van Vanden Bussche, die zich onmiddellijk achter het voorstel voor een zwembadverbod hadden geschaard. En ook hun voorzitter Gwendolyn Rutten niet, die met een verontwaardigd Twitter-bericht eveneens haar steun voor de burgemeester had uitgesproken.

Ook verbazend was hoe Vanden Bussche er in de media vanaf kwam. Er werd weliswaar gewag gemaakt van een overdreven reactie, een rechtse kramp, het oprekken van wettelijke regels. Maar anderzijds was er toch ook opvallend veel begrip: in het licht van de gebeurtenissen in Keulen was de reactie begrijpelijk, er is de zware druk van de publieke opinie, het ging om een pijnlijk misverstand, een inschattingsfout.

Met permissie, ik vind dat volstrekt ontoereikend. De zwembadhistorie van Koksijde is alles behalve een pijnlijke vergissing. Het is een doelbewuste beschadigingsactie van een xenofobe burgemeester die van meet af aan geen vluchtelingen op zijn grondgebied wilde en ook vindt dat deze mensen voorwerp moeten zijn van aparte politionele regels. Misbruik makend van de collectieve verontwaardiging over het seksuele geweld in Keulen, zag hij de kans schoon om in Koksijde een op niets gebaseerde paniekgolf uit te lokken en de vluchtelingen op zijn grondgebied indirect af te schilderen als een horde verkrachtende wilden. “Ik wil niet dat Koksijde een tweede Keulen wordt. Mijn inwoners mogen hier niet met de schrik op het lijf zitten om te gaan zwemmen of rond te lopen”, liet hij in de krant optekenen.

Maar voor deze kwalijke politicus geen enkele terechtwijzing of sanctie. Integendeel, de man krijgt in de media nog eens ruimte geboden om zijn verbale krachtpatserij verder te ontwikkelen. Zo wist hij nog mee te delen dat hij eigenlijk nog veel verder wilde gaan dan een zwembadverbod, maar dat het Centrum voor Gelijke Kansen hem dat verhinderde. En hij verklaarde ook nog dat de vluchtelingen wat hem betreft tegen de zomer maar best verdwenen kunnen zijn, zodat ze het toeristische seizoen niet in gevaar zouden brengen.

Wedstrijdje flinks zijn

Vanden Bussche moest zijn ideetje voor een zwembadverbod dan wel opgeven, dat betekent allerminst dat zijn opzet mislukt zou zijn. Hij heeft in ieder geval een niet geringe bijdrage geleverd aan het cultiveren van een klimaat van angst en vijandigheid. En dat is waar het hem zonder twijfel allemaal om te doen is. Bovendien lijkt het wel alsof de burgemeester de aftrap heeft gegeven voor een wedstrijdje flinks uit de hoek komen.

We blijven even in de zwembadsfeer. In Blankenberge verliet een vrouw het zwembad omdat ze vond dat drie aanwezige vluchtelingen stonken. Het lokale bestuur verbiedt nu de toegang aan mensen die niet hygiënisch genoeg zijn. De burger heeft van Koksijde geleerd dat vluchtelingen verdacht gemaakt kunnen worden op basis van subjectieve criteria: raar kijken, onfris ruiken, niet hygiënisch zijn, … Lokale politici hebben onthouden dat een bordje “verboden voor vluchtelingen” voorlopig nog niet door de beugel kan, maar zoeken dan wel naar een creatieve variatie. Vanden Bussche scoort.

Dan was er ook de West-Vlaamse gouverneur Decaluwé (CD&V) die de bevolking opriep om vluchtelingen geen hulp te bieden. Geef ze geen eten, geen kleren, geen onderdak, want dan komen ze daar op af, en straks slaan ze nog op Belgisch grondgebied hun tenten op, een catastrofe voor het kusttoerisme. “Verboden te voederen”. Vanden Bussche scoort opnieuw.

Er was natuurlijk ook de N-VA, die onmiddellijk met het voorstel kwam om het snelrecht in te voeren voor vluchtelingen die zich schuldig maken aan zedenfeiten. En er was de onbegrijpelijke steunverklaring van John Crombez (Sp.a) aan het pushback-plan van de Nederlandse politicus Diederik Samsom. En er is Hendrik Bogaert (CD&V), die zijn partijvoorzitter oproept om hardere standpunten in te nemen met betrekking tot de asielcrisis. De partij wil meer inzetten op gedwongen terugkeer en wil ook wel spreken over een herziening van de conventie van Genève. Vanden Bussche scoort keer op keer.

Het is duidelijk dat zowat alle partijen zich nu al blind zitten te staren op de knipperlichten van de verkiezingen van 2018 en 2019. De kans dat de vluchtelingencrisis daarbij een groot en doorslaggevend thema wordt, is niet weinig reëel. En iedereen heeft gezien hoe Filip Dewinter met een brede grijns de bokshandschoenen van onder het stof heeft gehaald. Vlaams Belang is verder opvallend zwijgzaam, maar is ongetwijfeld al volop bezig met het uittellen van de winst. Opnieuw denken heel wat partijen en politici dat ze de dreiging van extreemrechts kunnen stoppen door de eigen standpunten te verharden en elkaar langs rechts voorbij te steken.

Verlekkerd op oorlog

Kenneth Roth, CEO van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch, veroordeelt die houding categoriek: “Politieke lafheid. Ik heb er geen andere woorden voor. Centrum-politici merken dat extreemrechts in de peilingen wint en denken dat ze met hun imitatiegedrag ook stemmen zullen winnen. Uiteraard is dat een vergissing: hoe meer ze xenofobe politici achternahollen, hoe meer die laatsten aan populariteit winnen.”

Meer dan ooit hebben democratische politici de verdomde plicht om de onderbuikgevoelens van de samenleving het hoofd te bieden, in plaats van die nog te versterken en zo de wegbereiders te zijn van toekomstige catastrofen. We hoeven maar even te kijken naar wat via de doorgeefluiken van de sociale media in extreemrechtse kringen zoal circuleert, om te weten dat dit ver van overdreven is.

Zo is er bijvoorbeeld “De Nieuwe Realist”, de blog van de Nederlandse schrijver Joost Niemöller. De schrijver bespreekt in een recente post een bundel artikels over het seksuele geweld in Keulen. Hij onderschrijft de ronduit fascistische ideeën die door de verschillende auteurs worden geformuleerd. Een paar voorbeelden?

Europa zou lijden onder een combinatie van verregaand begrip voor het uitheemse en schaamte voor het verleden van slavernij en kolonialisme. Vandaar de standaard van humanitaire idealen en politiek correcte maatregelen. Die standaard staat het gewapend verzet tegen een invasie en het sluiten van de grenzen in de weg. Europa zou ook te vrouwelijk zijn. Vechten is er een taboe. De ondergang van Europa zou dan te wijten zijn aan een uitholling van de mannelijkheid. En dat is dan weer waarom al die moslimmannen aan het verkrachten gaan. Omdat Europese mannen watjes zijn en hun vrouwen toch niet wreken. Europese mannen hebben geen kloten. Ze geven zich dus zonder slag of stoot over aan de barbaarse indringers.

De vraag die Niemöller zich stelt, is of en wanneer de Europese mannen opnieuw ballen zullen krijgen. Wanneer ze dus bereid zullen zijn om te vechten. Niemöller, en met hem menig facistoïde fantast, zit doodleuk te wachten op brutaal geweld en burgeroorlog. Ongetwijfeld zitten ze zich al te verkneukelen bij de aanslagen op asielcentra, de aanvallen door gemaskerde bendes op migranten en vluchtelingen, de grimmige protesten van buurtbewoners bij de instelling van elke opvangvoorziening, de toenemende Pegida-acties. Allemaal voortekenen van de heilige oorlog ter verdediging van het Avondland.

Echte politieke moed

In 1980 schreef de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee de roman “Wachten op de barbaren”. Hoofdpersonage is een magistraat die in een buitenpost van het Rijk moet toezien op de goede orde. Buiten de grenzen van het Rijk leven de barbaren. Behalve om handel te drijven, laten die zich maar zelden zien.

Op een dag arriveert het leger in de buitenpost. Van daaruit zal het ten strijde trekken tegen de barbaren, die plots gezien worden als een bedreiging. Al snel keren soldaten terug van expeditie met grote aantallen krijgsgevangenen. Ze worden als beesten op het plein bijeen gedreven, gefolterd en vernederd.

De magistraat kiest de zijde van de gevangenen. Hij weigert hen als barbaren te zien en verzet zicht tegen hun onmenselijke behandeling. Hij wordt daarom gevangen gezet en moet zelf de mensonterende behandeling van het militaire regime ondergaan.

In dit fragment beschrijft Coetzee treffend het heersende angstklimaat: “De barbaren komen ’s nachts te voorschijn. Voor het invallen van de duisternis moeten de laatste geiten zijn binnengehaald en de poorten met behulp van stangen vergrendeld zijn en dient er op elke uitkijkpost een wacht te staan die de uren afroept. De barbaren, zo zegt men, sluipen de hele nacht rond om te moorden en te roven. Kinderen zien in hun dromen de vensterluiken vaneen gaan en woeste barbarengezichten naar binnen gluren. ‘De barbaren zijn gekomen!’ gillen ze, en ze zijn ontroostbaar.”

“Wachten op de barbaren” waarschuwt voor de opkomst en de gevaren van een onderdrukkend regime dat zichzelf legitimeert door de creatie van een barbaarse vijand. Zesendertig jaar nadat Coetzee deze roman schreef, is hij akelig actueel. Lees hem.

Het vraagt weinig politieke moed om mee te drijven op onderbuikgevoelens en hard op te treden tegen een groep mensen die te zwak zijn om zich te kunnen verdedigen. Het vraagt weinig moed om deze groep te ontmenselijken en voor te stellen als een invasiemacht die het Europese continent naar de ondergang zal brengen. Echte politieke moed ligt in de verdediging van wie onrecht wordt aangedaan en het ontkrachten van alle kwaadwillige strategieën die leiden tot de gruwel die Coetzee beschrijft.

Het doet me denken aan iets wat ik in 2008 schreef in een brief aan toenmalig premier Yves Leterme: “Ik geloof dat een groot politicus zich onderscheidt wanneer hij op cruciale momenten, in de meest netelige dossiers, tegen de heersende opinie en electorale logica in, duidelijk standpunt durft in te nemen in het belang van de allerzwaksten.” In 2008 was zo’n groot politicus in regeringskringen niet te vinden. Vandaag helaas al evenmin.

Advertenties