ing

 

Beste ING,

Een beetje vreemde aanhef, niet, dat “Beste ING”? Maar ik weet niet wat ik anders moet zeggen. Als ik u wil aanspreken, realiseer ik me plots dat u alleen maar drie letters bent. U heeft geen gezicht. U bent een financiële instelling. Een constructie met een CEO, een beheerraad, directeurs, aandeelhouders, filialen, kantoren, financiële producten, rekeningen, winsten en dividenden, … Daar zitten heel wat functies tussen, maar de gezichten die daar bij horen, krijgen we nauwelijks of niet te zien.

Ik denk dat het dat is waar het u in essentie aan ontbreekt. Een menselijk gelaat. Die herkenbare contouren waarmee een mens zich kan vereenzelvigen, die hem vertrouwen geven, de zekerheid dat hij met een soortgenoot te maken heeft. Enfin, iets wat een mens laat voelen dat, wanneer hij zich met uw instelling inlaat, er iets gebeurt van mens tot mens.

Maar ik heb zo het vermoeden dat u daar niet direct van wakker ligt. Meer nog, dat het ontbreken van die menselijke gelaatstrekken u eigenlijk zeer goed uitkomt. Het geeft u meer mogelijkheden, meer ruimte, meer vrijheid. Welke vrijheid? Hoe zal ik dat zeggen? U kent ongetwijfeld deze uitdrukking: Niets menselijks is mij vreemd. Wel, met de vrijheid die ik bedoel, past u die uitdrukking in een handomdraai aan tot: Niets onmenselijks is mij vreemd.

Want dat is finaal het enige adjectief dat ik kan bedenken voor wat u met meer dan 3.500 van uw werknemers in ons land doet: onmenselijk. Werknemers, ik was ze in mijn lijstje hierboven nog vergeten. Als we ergens in uw drieletterige constructie nog een menselijk gezicht moeten zoeken, dan is het waarschijnlijk bij deze groep. En net bij deze groep wil u vandaag bloed doen vloeien. Zonder enige scrupule – ik wilde nog zeggen zonder blikken of blozen, maar dat kan niet, want u heeft geen menselijk gelaat – gooit u meer dan 3.500 mensen de straat op. Beste ING, ik word daar – samen met uw werknemers , veel van uw klanten en heel veel burgers – woedend van.

Weet u waarom? Omdat u een financiële instelling bent. En omdat u, samen met zoveel andere financiële instellingen, met het geld van de gemeenschap uit de stront gehaald bent, dus ook met het geld van uw werknemers. Omdat u in de voorbije tien jaar 10,9 miljard winst heeft gemaakt, omdat u 1,9 miljard notionele interestaftrek heeft genoten, omdat u in die tien jaar ook 7,2 miljard aan dividenden heeft uitgekeerd aan uw aandeelhouders. Omdat u dus, zacht uitgedrukt, een florerende business runt maar desalniettemin komt aandraven met de noodzaak en onvermijdelijkheid van herstructureringen. Omdat er straks meer dan 3.500 van uw werknemers het legertje werkzoekenden mogen vervoegen, net op het moment dat de regering 4,2 miljard euro extra wil besparen en aankondigt dat ze dat geld weer eens gaat zoeken bij de werklozen, dat de uitkeringen nog meer in de tijd beperkt zullen worden en dat wie teveel “vermogen” heeft van de werkloosheidsuitkering zal worden uitgesloten.

Ik word ook woedend omdat ik van u een mail krijg – want ja, ik ben een klant van u – waarin u mij uitlegt dat u natuurlijk veel begrip heeft voor de sociale onrust, maar dat de herstructureringen nu eenmaal nodig zijn om tegemoet te kunnen komen aan de wensen en eisen van de klant. Zo probeert u dus om de verantwoordelijkheid voor uw sociaal bloedbad doodleuk in de schoenen van uw klanten te schuiven.

Verder schrijft u mij ook dat ik me hoegenaamd geen zorgen moet maken, dat er voor mij als klant helemaal niets zal veranderen. Integendeel, ik mag me zelfs verwachten aan een nog betere dienstverlening. Wat u mij met andere woorden doodleuk komt vertellen, is dat ik maar niet moet wakker liggen van meer dan 3.500 mensen die de hakbijl op zich af zien komen. U wil dat ik uitsluitend bekommerd ben om mij rekeningen, mijn centen. En u wil dat ik gerustgesteld achterover leun, omdat mijn centen bij u nog altijd in goede handen zouden zijn. Verder geen vuiltje aan de lucht.

Maar waar ik helemaal woedend van word, beste ING, is dat u ook aan uw werknemers een mail heeft gestuurd. Aan al die mensen dus die nu bang zitten af te wachten of ze wel of niet bij die meer dan 3.500 weggesneden medewerkers zullen zijn. In die mail legt u hen uit hoe ze zich in deze moeilijke tijden tegenover de buitenwereld dienen te gedragen. U raadt hen aan om niet met journalisten te spreken, ze moeten doorverwijzen naar uw persdienst. U wil ook liever niet dat ze op Facebook iets over het naderende onheil communiceren. Als iemand vragen stelt, moeten ze dat maar negeren of afwimpelen.

U raadt de mensen die u straks wil offeren aan om zich van de buitenwereld af te sluiten, om zich achter gesloten deuren te verschansen. Ssssst, stil zijn, schuif de gordijnen dicht, knip de lichten uit, niet bewegen, geen geluid, hier is niemand thuis. Omdat u wil dat meer dan 3.500 mensen een getal blijven. Omdat u niet wil dat een getal verandert in menselijke gezichten, in menselijke verhalen over angst en wanhoop. U handelt alleen in getallen. U bent toch zo bang voor het menselijke gelaat.

Maar zonder twijfel de meest hallucinante richtlijn in uw mail is deze: “Deel uw woede niet.” U wil nog wel begrip opbrengen voor het feit dat uw herstructureringsplan woede opwekt. Maar dat mensen die woede ook zouden delen met andere mensen, dat gaat dan weer te ver. U zou liever zien dat uw werknemers allemaal apart in een hoekje gaan zitten kniezen, dat ze de tanden stevig op elkaar geklemd houden en hun woede en verontwaardiging manhaftig doorslikken. Werkelijk, al wat menselijk is, is u volkomen vreemd.

In Mechelen, beste ING, is vorige maand een nieuw stadsfestival van start gegaan: Op.Recht.Mechelen. Het centrale thema daarvan is “recht en rechtvaardigheid”. In het kader van dat festival regisseer ik bij een amateurgezelschap het toneelstuk “De dood en het meisje”. Het gaat over een samenleving die ontwaakt uit de nachtmerrie van een militaire dictatuur en zich moet buigen over de vraag hoe ze moet omgaan met de misdaden en misdadigers van het voorbije regime. Dat is natuurlijk nog wel andere koek dan uw herstructurering. Maar toch is er voor mij een verband.

Op last van de nieuwe president wordt een Commissie voor Waarheid en Verzoening opgericht, die het bijzonder pijnlijke hoofdstuk uit de geschiedenis van het land moet afsluiten. Het vrouwelijke hoofdpersonage, dat zelf onder het voorbije terreurbewind gefolterd en verkracht werd, zegt in dat verband: “Waarom moeten het altijd mensen als ik zijn die zich moeten opofferen – waarom altijd wij – waarom moeten wij altijd toegevingen doen als er iets moet toegegeven worden, waarom moet ik altijd mijn tong afbijten, waarom, zeg dat eens, waarom?”

De meer dan 3.500 mensen die u straks de onzekerheid injaagt en de duizenden die bij andere instellingen en bedrijven het geweld van de dictatoriale markt ondergaan, hebben veel gemeen met de slachtoffers uit “De dood en het meisje”. Het zijn altijd zij die zich bij de voldongen feiten moeten neerleggen, altijd zij die moeten toegeven, altijd zij die genoegen moeten nemen met de krokodillentranen en wat stoere verklaringen van politici in het halfrond. Het is altijd voor hen dat recht en rechtvaardigheid holle woorden blijken te zijn.

Sta mij toe, beste ING, om uw laakbare adviezen in de wind te gooien. Ik deel hierbij mijn woede. En ik hoop dat uw werknemers en uw klanten dat ook zullen blijven doen. Omdat ons niets menselijks vreemd is.

Advertenties