kust

(foto Niels Siennaert, Flickr)

Het BMW-tje van Maya Detiège. Weet u nog? Het was vorige maand onderwerp van een vluchtig politiek zomerophefje. De socialistische politica liet ons weten dat haar vroegere collega’s in de privé ondertussen allemaal met een Porsche rijden, terwijl zij genoegen moet nemen met een BMW-tje. Dat schreeuwt natuurlijk om hilariteit. Ik vertoefde toen in een Zuid-Frans bergdorpje waar oorverdovende stilte nog echt bestaat. Het karretje van Detiège leek er nog pietluttiger dan het ongetwijfeld hier al werd bevonden.

Helemaal ridicuul was het natuurlijk ook weer niet. Detiège hield ons toch maar fijntjes voor dat we bij onze politici niet zozeer een graaicultuur moeten opmerken, maar eerder een grote zin voor zelfopoffering. Tja, er bestaat in dit land toch wel een soort links dat zich maar niet weet los te werken uit de neerwaartse spiraal van de politieke zelfmoordneigingen.

Maar Detiège had nog meer te vertellen. Zo wist ze bijvoorbeeld dat voor de PVDA mensen alleen met een tentje aan de Belgische kust met vakantie mogen. Anders zouden ze verdacht worden van onaanvaardbaar en dus onmiddellijk zwaar te belasten kapitaalbezit. Dat die bewering kant noch wal raakt, is lang niet het meest ergerlijke. Ze wekt namelijk ook het vermoeden van een kwalijk misprijzen voor de Belgische kust als vakantieoord en nog meer voor wie er met een tentje naartoe trekt. Goed voor het gepeupel, te min voor wie zich in een BMW-tje verplaatst.

De kans dat ik zelf in een tent aan de kust word gesignaleerd, is bijzonder klein. Ik zoek niet voor niets de oorverdovende stilte van bergdorpjes op. Campings zijn mij te druk. Maar ik hoop dat de bewoners van elke tent er hun welverdiende vakantiegenot vinden.

Wat meldt de krant ons ondertussen, bij het begin van de tweede zomervakantiemaand? Dat 26,3 procent van de Belgische huishoudens geen geld heeft om met vakantie te gaan. Zelfs niet met een tent aan de kust, zelfs niet voor één week. Dàt is wat verdacht is. Meer, het is ronduit shocking. Eén op vier huishoudens in ons land kan het zich dus niet veroorloven om één keer in het jaar, al was het maar voor één enkele week, het dag in dag uit hetzelfde achter zich te laten en ergens een portie andere lucht te ademen. Je vraagt je af of onze politici nog beseffen wat dat betekent, welke impact zoiets heeft op een mens. Mooi voor een samenleving waarin de individuele vrijheid zo liederlijk bezongen wordt.

Dit is een alarmerend feit, één van die vele alarmerende feiten die bevestigen wat Slavoj Žižek schrijft in “Eerst als tragedie, dan als klucht”: “Het eerste directe gevolg van de crisis zal niet de opkomst van een radicale emancipatoire politiek zijn, maar eerder die van een racistisch populisme, en ook oorlogen, grotere armoede in de armste derdewereldlanden en bredere kloven tussen rijken en armen in alle samenlevingen in de hand werken.”

En wat zegt de krant hier verder nog over? Dat het cijfer op Europees niveau in 2012 nog dramatischer was. We mogen dus een zucht van opluchting slaken. Het gaat alweer een beetje beter. Niets om van wakker te liggen. Altijd hetzelfde patroontje. Sociale onheilstijdingen moeten altijd gepaard gaan met sussende woorden die ons ervan moeten overtuigen dat het allemaal wel goed komt. I don’t buy it. Zolang politici de graaicultuur doodleuk ontkennen of minimaliseren, zolang niet erkend wordt dat er een rechtstreeks verband is tussen die graaicultuur en het feit dat een kwart van onze huishoudens niet met vakantie kan, komt het niet goed. Met een politiek discours dat laveert tussen Porsche en BMW, komt het niet goed.

Advertenties